Zo waren dus, grotendeels onafhankelijk, enige detachementen
en compagnieën in opmars naar de Haagsche Schouw. Het optreden van
deze onderdelen leidde tot de herovering van dit zo belangrijk knooppunt.
De verzorging van de doden en gewonden bij de Haagsche Schouw was grotendeels het werk van de Oegstgeester arts Bartels van de Morsweg die, samen met verpleegster mevrouw Stakenburg van de Rijndijk, direct ter plaatse was om bijstand te verlenen. In de namiddag verschenen twee Nederlandse militaire artsen, maar toen waren alle doden en gewonden al afgevoerd. Mevrouw Stakenburg heeft ook daarna de gewonden in de ziekenhuizen bezocht en daarvoor de dank van de Duitse gezant in Nederland in ontvangst mogen nemen.
Henk van de Pol was een inwoner van Voorschoten die later een rol speelde in het verzet.Hij
schreef hierover: [65]
Mevrouw Annie Westgeest woonde tegenover de Haagsche Schouw en zag op de vroege ochtend Duitse parachutisten uit de bijna al blauwe hemel vallen:
[72]
Positie
huize Westgeest.
De 4e sectie van 4-22 C.B.T., vermoedelijk onder bevel van Vaandrig D.
van Wijk, bevond zich ter bewaking van het postkantoor annex telefooncentrale "de
Kieviet", gelegen aan de Groot Haesebroekseweg in Wassenaar. Deze
telefooncentrale ligt op ongeveer 1500 m zuidwest van de watertoren aldaar.
Van de onmiddellijk zuid van de Wassenaarse Slag op het
strand gelande Duitse vliegtuigen kwam een gedeelte der inzittenden,
na enige omzwervingen, terecht in het duinterrein west van Duinrel en
de watertoren van Wassenaar. Zij ondernamen tot twee maal toe
vergeefse pogingen om deze centrale te overvallen.
De rekruten sloegen de eerste aanval af. Wat later ging de vijand
opnieuw in de aanval met behulp van gestolen auto's. Drie wagens reden
met grote snelheid op de centrale in. De rekruten waren paraat en
openden het vuur op de eerste auto. Deze werd total-loss geschoten. De
chauffeur van de tweede auto werd geraakt en kantelde. De derde auto
kon door een snelle manoeuvre ontsnappen. De resterende dagen zijn de
rekruten met rust gelaten.
Na de strijd bij de brug trachtte majoor Mulder de situatie
verder uit te buiten en met zijn mannen verder op te
rukken. Een woonhuis met schuur ( punt 8) op de weg naar Valkenburg vormde toen nog het laatste
vijandelijke steunpunt bij de Haagsche Schouw. Verder
voorwaarts gaan was voor de zwakke Nederlandse afdeling nabij de brug
zonder méér hulp niet mogelijk. De 2e en 3e Sectie van 3-22 Dep.Bat. waren
intussen tot het klooster bij de Haagse Schouw genaderd en kregen opdracht,
langs het klooster, zuidwest van de brug, het door de vijand bezette woonhuis aan de weg naar Valkenburg uit het zuiden omvattend aan te grijpen. Deze
actie, over het open terrein zuid van de Haagse Schouw, werd echter door 's
vijands vuur, waardoor de beide sectiecommandanten, de vaandrigs Hylaridus en
Kallenborn al spoedig gewond
geraakten, tot staan gebracht.
De actie
op de linker Rijnoever.
Inmiddels was overste Sieperda, na zijn kapitein-adjudant, de res. kapt. N.
Cikot, voorlopig met de
leiding der zaken in Leiden te hebben belast, bij de Haagse Schouw aangekomen,
waar hij van dat moment af de leiding in handen nam.
De vijand bestreek vanuit
een woonhuis met schuur met zijn
mitrailleurs nog steeds de grote weg naar 's-Gravenhage, de weg naar Leiden en
ten dele de Haagse Schouw. Hij besloot hieraan nu een einde te
maken door de vijand in de flank of in de rug aan te vallen.
Te ± 10.30 gaf hij daartoe aan Majoor Alofs (C. -10 Dep.Bat.), die met
delen van 5 en 6 -10 Dep.Bat. de noordelijke, oostelijke en zuidelijke
uitgangen van Leiden had afgezet, telefonisch het volgende bevel:
De onderdelen van 5 en 6-22 Dep.Bat., welke waren opgemarcheerd
langs de Lage- en de Hoge Morschweg, hadden intussen bevel gekregen
het kerkhof en de buitenplaats Rhijnhof te bezetten. 5-22 Dep.Bat.
bezette het kerkhof, terwijl 6-22 Dep.Bat. onder Kapt. van Boecop te
± 9.00 een stelling innam op de rechter Rijnoever en van daar uit
vuur bracht op de door de vijand bezette linker Rijnoever.
Om de Duitsers de
terugweg af te snijden, stak op bevel van overste Sieperda om 12.00 uur de sergeant
de Kimpe van de 2e sectie-5-15 Dep.Bat met een versterkte sectie van 2s-6-22
Dep.Bat. en een mitrailleur, totaal ongeveer 14 man, vanaf de noordelijke oever onder dekking van
zware mitrailleurs ter hoogte van de begraafplaats Rhijnhof de Oude Rijn met
vletten over, in de rug van de vijandelijke positie.
- "Naar gelang onze groep (2s-6-22 Dep.Bat.)
", schreef Sergeant Suedhues .
-
Aan de noordelijke zijde
van de Oude Rijn verder oprukte werden we vanuit een boerderijencomplex, tussen de Haagsche Schouw en het dorp Valkenburg, op een kogelregen
onthaalt. Het was zo erg dat we achter de steenfabriek de Ridder
in dekking moesten. De eerste poging om de Oude Rijn over te steken
mislukte door Duits vuur van granaatwerpers, lichte wapens en enkele
handgranaten. Hierdoor vielen bij ons de eerste doden en gewonden
waaronder twee onderofficieren. De
vechtlust der rekruten, die voor een deel nog geen geweer afgeschoten
hadden, daalde tot nul. In een oogwenk liep kolonel Sieperda van steenhoop
naar steenhoop en bemoedigde allen. De tweede oversteekpoging werd een
paar honderd meter van de Haagsche Schouw af onder dekking van zwaar
mitrailleurvuur genomen waardoor een aantal Duitsers sneuvelden.
Met behulp van de sectie zware mitrailleurs legden we een dichte
kogelscherm. Slechts weinige para's vielen levend neer. Het dodenkamp van
de Duitsers was verschrikkelijk om te zien. -
Sergeant
Kimpe verteld;
-
"Een soldaat
boomde de schuit naar de overkant. Alle lagen plat op de bodem, ik
op de voorplecht achter de mitrailleur. Gedurende de overtocht
werd er niet op ons gevuurd. Aan de overkant gekomen werd
onmiddellijk verspreid. Vlak na ons volgde de andere groep in de
schuit. De weg was opgebroken en geheel verlaten. Wij zijn de weg
overgestoken en aan de overkant stond een boerderij waar ik tegen
de muur wachtte op de anderen van de tweede groep. Wij ontdekten
dat er parachutisten moesten zitten tussen dit huis en de Haagsche
Schouw. Eerst zijn we kruipend naar een boerderij terzijde van de
weg gegaan en vlak voor het hek werd er op ons geschoten. Ik heb
de soldaten in de looppas naar de voorkant en de achterzijde van
de boerderij gestuurd. Er waren ook nog mensen van een ander
onderdeel bij. Soldaat van Straaten die in mijn onderdeel zat is
de woonhuis binnengegaan."
Deze groep drong door tot de
weg naar Valkenburg en bezetten enige huizen aan die weg. Bij de overtocht
werd één soldaat zwaar gewond, aan welke verwondingen hij drie dagen
later is overleden.
Majoor Alofs (C. -10
Dep.Bat.) had in Leiden, na
het daartoe ontvangen bevel (zie
hierboven), onmiddellijk de reeds gereed gehouden sectie mortieren onder
bevel van vaandrig Ferguson op een
vrachtauto doen laden en tevens kapt. Roeleveld (C.-6 -10 Dep.Bat.)
opdracht gegeven zich eveneens met de drie aanwezige zware mitrailleurs,
die oost van Leiden in stelling stonden, naar de Haagsche Schouw te
begeven. De sectie mortieren arriveerde op het moment, dat de over de Rijn
gevaren onderdelen zich zó dicht bij het woonhuis met schuur bevonden,
waarin de vijand zich had verschanst, dat het mortiervuur daarop niet kon
worden afgegeven, zoals oorspronkelijk de bedoeling was.
De 1s-6-22 Dep.Bat.
onder Lt. Thomassen rukte vanaf de Haagsche Schouw naar het woonhuis (Valkenburgseweg
4) op. De sergeant van der Schoor
(1s-6-22 Dep.Bat.) en soldaat H. van Straaten (2s-5-15 Dep.Bat) wisten onder dekking van het
vuur dat uit het café de Haagsche Schouw werd afgegeven de
voordeur te bereiken van het woonhuis, waarvan de bijbehorende schuur door
Duitsers was bezet,
het woonhuis als eersten binnen te dringen en door stoutmoedig optreden
het restant van de Duitse bezetting van 9 man te overbluffen en tot overgave
te dwingen. In de schuur werden nog vier zwaar gewonden Duitsers aangetroffen
en in de omgeving enkele doden. Tevens werden ook hier een grote hoeveelheid
aan wapens en munitie buitgemaakt waarmee de bewapening van de Depottroepen
werd aangevuld. Majoor Alofs rapporteerde
de gebeurtenis.
Dienstplichtig korporaal Otto de
Leeuw werd wegens zijn moedig optreden beloond met een Bronzen Kruis.
De motivatie van het K.B. no. 6 van 24 augustus 1946 luidde: [92]
-
Heeft zich door moedig optreden
tegenover den vijand onderscheiden, door bij een aanval op
vijandelijke valschermjagers nabij de Haagsche Schouw op 10 Mei
1940 op volmaakt rustige en krachtige wijze door zijn juist
gericht vuur mede te werken tot het van vijanden zuiveren van de
omgeving van een beheerschd punt aan den grooten verkeersweg
’s-Gravenhage - Amsterdam.
De verbinding met Wassenaar was hiermee bijna hersteld. Met de vanuit Noord
Holland passerende onderdelen van de tweede compagnie van het eerste Regiment
Infanterie (MC-II-1R.I. en 2-II-1R.I.) werd later onder leiding van majoor
Mulder de weerstand bij Maaldrift opgeruimd waarbij 12 Duitsers buiten gevecht
werden gesteld.
In de middag versterkte Majoor
Alofs (C.-10 Dep.Bat.), die het commando van de troepen na de vernietiging van
de overvallers in het woonhuis op zich had genomen, de omgeving van de brug en gaf aan de
kapitein van Boecop (C.-6-22 Dep.Bat) de opdracht om met de
ongeveer twee secties sterke compagnie 6-22-Dep. Bat., versterkt met de
kaderklas-5-22 Dep.Bat. onder Lt Engelman, ter sterkte van 25 man, voorwaarts te gaan in de
richting Valkenburg. Kapitein van Boecop slaagde erin op te rukken tot aan de Korte Watering waar hij stelling
nam. In deze stelling werd de nacht doorgebracht en gedurende de nacht werd er
voortdurend vanuit het voorterrein met lichtspoormunitie geschoten.
Om 15.00
uur gaf de majoor Alofs opdracht aan de kapitein Roeleveld (C.-6-10 Dep.Bat.) om met zijn drie
zware mitrailleurs en de sectie mortieren stelling te nemen achter de tweede
en derde boerderij aan de weg naar Valkenburg ter directe beveiliging van de
brug.
Onderwijl gaf hij de dpl. Sergt. van Meerendonk van het 22e Depot-Bataljon
opdracht om met zijn groep de huizen aan de Valkenburgse weg nog eens te
doorzoeken. Deze sergeant was later met zijn groep spoorloos verdwenen.
Tussen 19.00 en 19.30 werden al deze onderdelen gesteld onder bevel van majoor
van Weenen (C. -15 Dep.Bat.), die door Sieperda was belast met de beveiliging
van de brug en de onmiddellijke omgeving.
De actie op de rechter Rijnoever.
Het grote belang van de dominerende positie van de
steenfabriek De Ridder en
haar omgeving inziende, besloot Sieperda dit gebouwencomplex zo spoedig
mogelijk te doen bezetten.
De bewoners van de woonhuizen en boerderijen, die aan de Rhijnhofweg
liggen, waren gevlucht of verdreven. De koetsier, de tuinman, de parkbeheerder
van Rhijnhof. Ook van de boerderij van Uittenbogaard en van de twee erbij
behorende arbeiderswoningen waren de mensen vertrokken, evenzo Swerus, de baas
van de steenfabriek. Verderop verlieten Hendrikus Verhaar, de groentekweker,
Chiel Verhaar, de bloemist, en Leen Verhaar van het 'Duifhuis', op nr. 11, hun
woningen.
Te +
9.00 bezette kaptitein Quack (C.-5-22 Dep.Bat.), die met zijn compagnie via de
Hoge Morschweg bij de Haagse
Schouw was aangekomen, de begraafplaats Rhijnhof aan de oostelijke oever van
de Oude Rijn. In de laan van Rhijnhof werd vuur
ontvangen uit de richting van de steenbakkerij en van over de Rijn uit
noordwest richting.
Door van Boecop (C.-6-22 Dep.Bat.) die via de Lage Morschweg oprukte, was toen nog een stelling ingenomen op de
oostelijke Rijnoever; tegen vuur uit laagvliegende vliegtuigen werd een
mitrailleur opgesteld in het laantje langs Rhijnhof.
Omstreeks 07.00 rukte kapt. Kok (C.5 -15 Dep.Bat.)
uit om de stad af te
sluiten en namen stelling in aan :
-
Kaderopleiding 1940/II Lage Morsweg onder 2e lt.
Zwerver.
-
1e sectie onder 1e lt. v.d. Steen aan de Hoge Rijndijk.
-
2e sectie onder 1e lt. Wassenaar aan de Hoge Morsweg.
-
3e sectie onder vaandrig Verschuren als reserve achter de 2e sectie.
Zie hiervoor de Positie
van II-Dep.Bat. om 08.00 uur.
De 1e sectie kwam onder vijandelijk vuur tussen
de Vink en de Schenkbrug en drong door tot aan de grote weg naar
Den Haag, waar het vuur zodanig was, dat de voorwaartse beweging gestaakt
moest worden. Bij aankomst bij de grote weg, nabij den Haagsche Schouw,
sneuvelde soldaat v.d.Beek en werden de soldaten Minnaard, Kortland en Lübbrink
gewond.
De 3e sectie (Reserve) had toen bevel ontvangen, zich
over de brug bij de Haagsche Schouw naar de zuidwest zijde van de Rijn
te begeven, teneinde de 1e sectie te steunen. Bij een poging de weg over
te steken, werd de Sergt, v.d. Ham zwaargewond, aan welke verwonding hij
de volgende dag overleden is. De soldaat Kriens werd gewond, terwijl hij
op weg was een bericht van C.- 1e sectie over te brengen.
De 1e en 3e sectie hebben hierop het
terrein tussen den Haagsche Schouw en Schenkbrug bezet ter verhindering van
vijandelijke aanvallen.
-----------------
Met twee groepen van de 2e sectie van 5 -15 Dep.Bat., onder Lt Wassenaar, langs en naast de Hoge
Morschweg oprukkend, werd door de korporaal Koot en enige soldaten van de 2e
sectie drie Duitsers die zich in een woonschuit schuil
hielden gevangen genomen. De korporaal Schippers werd licht gewond door een kolfslag van een uit het terrein te voorschijn komende
Duitser, welke door hem buiten gevecht werd gesteld.
Na de grote verkeersweg gepasseerd te zijn werd om 13.30 uur de rand van
de begraafplaats bereikt aan het meer open terrein. Daar werd zwaar mitrailleurvuur uit noordwestelijke richting ontvangen,
terwijl op het zelfde ogenblik laagvliegende vijandelijke vliegtuigen deze
onderdelen met mitrailleurvuur en bommen bestookten. Hierdoor sneuvelden
sergeant Jansen en de korporaal Bamberg en werden drie soldaten, Eikenaar,
Langstraat en den Boer gewond, waarvan twee
ernstig. De res.1e Luit. Naber werd zeer licht gewond.
Hier raakte sergeant de Kimpe met de tweede groep van de 2e sectie van 5 -15
Dep.Bat. het contact kwijt met Lt. Wassenaar en bezette met zijn groep de
villa Rhijnhof van waaruit de oversteek over de Rijn werd gemaakt.
Zie hiervoor de actie aan de
linker Rijnoever.
Een verder doordringen langs de Hoge Morschweg zonder zware verliezen
niet mogelijk achtend, besloot Sieperda om ongeveer 13.30 uur met de bij het kerkhof aanwezige delen
van de 2e en 3e Sectie van 5-22 Dep.Bat. onder resp. de vaandrigs Sterk en
Zwanenberg meer noordelijk over de begraafplaats
en de weilanden naar de steenfabriek De Ridder op te rukken.
Hij gaf aan kapt. Quack bevel, met de rest van de compagnie
aldaar aanwezig, zijnde ongeveer twee groepen, Rhijnhof te blijven bezetten.
Deze bezetting werd later versterkt met ongeveer 20 man van de 2e Sectie van 5
-15 Dep.Bat. en met een groep ter sterkte van een sergeant en vijftien man van
de kaderopleiding van 10 Dep.Bat., van welke kaderopleiding de andere helft
later werd bestemd voor de directe bewaking van de brug aan de noordoost
zijde. De steenfabriek De Ridder werd zonder verdere verliezen om 15.00 uur bereikt, doch bij de
bezetting daarvan werd hevig mitrailleur- en mortiervuur uit westelijke
richting ontvangen, waardoor een soldaat sneuvelde en twee korporaals werden
gewond.
Zij bezetten de fabriek met als gevolg dat de Duitsers, die zich aan de overzijde van de rivier
bevonden, zich terugtrokken tot achter de Wassenaarse Wetering.
Tot aan de capitulatie bleef de steenfabriek door hun bezet.
Zwanenburg zag op de eerste oorlogsdag de geneeskundige troepen de
doden en gewonden naar Leiden afvoeren. Ze zaten er van de
buitenwereld afgesneden.
**
Majoor Mulder(C.-22 Dep.Bat.) werd om ongeveer 17.00 uur door Sieperda tijdelijk belast met
het commando over II-1 R.I. toen dit bataljon zeer onordelijk de Haagse
Schouw passeerde. De eigenlijke commandant van dat bataljon was daarbij niet
aanwezig. Deze bevond zich in een ziekenhuis te 's-Gravenhage. Voor de acties
van majoor Mulder wordt verwezen naar II-1R.I.
**
Sectie
Kaderopleiding-5-15 Depot Bataljon.
Om 05.00 uur werd Luit. Zwerver (C.-Kaderopl.-5-15 Dep.Bat.)
gewekt door de doffe knallen van luchtdoelartillerie, hij spoedde zich
naar de 5e compagnie in de Paul Krugerstraat, waar allen reeds op de
been en gekleed waren. Nadat Luitenant Kolonel Sieperda, eveneens in
de Paul Krugerstraat was gearriveerd, de officieren had doen
verzamelen en instructies had gegeven, ontving hij van C-5-15 Dep.Bat.
ongeveer het volgende mondelinge bevel:
-
Van den vijand bekend: Parachutisten zijn neergedaald in de
richting Haagsche Schouw en Valkenburg. Sterkte onbekend. Taak van
5-15 Dep.Bat., Het tot stand brengen van de gevechtsaanraking.
Marsweg van 5-15 Dep.Bat., :P.Krugerstraat - Morsstr. - Hoge Morsweg
- (Haagsche Schouw) - Rhijnhofweg - (Valkenburg) - (Oegstgeest). S.
kaderopleiding vormt beweeglijke flankdekking ter beveiliging van de
re-flank van 5-15 Dep.Bat C.-flankdekking
is 2e luitenant Zwerver. Marschweg flankdekking: P. Kruggerstraat -
Morschstraat - Lage morsweg - groote verkeersweg Haarlem-Den Haag -
(Rijnsburg) - Oegstgeest). Voortdurend verband onderhouden met C. -15
Dep.Bat. In het bijzonder in de lijn grote verkeersweg Haarlem - Den
Haag verband opnemen.
Ca. 7.30 uur marcheerde de Sectie Kaderopleiding in drie groepen
af, op grote afstand gevolgd door 5-15 Dep.Bat. Totaal ingedeelde
vuurwapens bij Sectie.: 1 Lichte mitrailleur M.20, 30 geweren, 2
pistolen. Bij groep onder S.M. Hurkens werden 4 rijwielen ingedeeld
voor ordonnansendienst. In verband met vliegtuigwaarneming is in de
Morsstraat de afstand en tussenruimte vergroot en langs de huizen
opgerukt. Desondanks bij overschrijding van spoorwegovergang aan de
Lage Morsweg door overvliegende Duitsche bommenwerpers gemitrailleerd,
geen gekwetsten. Onder de burgerbevolking, die als bij vredesmanoeuvres
stond te kijken, werd een vrouw gedood.
Vóórdat S-kaderopleiding weer in beweging kwam werd zij
gepasseerd door een Sectie zware mitrailleurs van 6-15 Dep.Bat. en afdeling
tirailleurs, ongeveer ter sterkte van een compagnie, zodat zich nu
eigen troepen voor de S. kaderopleiding bevonden
Zo werd langs den grote verkeersweg Haarlem - Den Haag, richting
Rijnsburg opgerukt en vervolgens zonder enige tegenstand de boerderij
Veldheim, links van den grote weg Haarlem - Den Haag bezet. Van
hieruit werd een patrouille door het open weiland naar de steenfabriek
van DE RIDDER & CO aan den Ouden Rijn gestuurd. De patrouille
meldde dat deze onbezet was, maar dat zij vrij hevig vuur ontvangen
hadden van de overkant van den Ouden Rijn, naar zij meenden uit de
richting Valkenburg en Haagsche Schouw.
Ondertussen was ook een sectie zware mitrailleurs van 6-15 Dep. Bat.
onder de 2e Luit. Botden op de boerderij Veldheim gearriveerd en had
stelling genomen in de moestuin links van de boerderij. Om ca. 15.00
uur werd boerderij Veldheim onverwachts door een Duitse
bommenwerper gebombardeerd. De vier afgeworpen bommen troffen echter
geen doel en vielen ca. 30 m naast de gebouwen in het open weiland. Er
waren geen gewonden. Later bleek echter, dat de S.M. Hurkens aan
"shell-shock" leed en onder geneeskundig toezicht gesteld
moest worden. De S. kaderopl. werd nu weer als van ouds geheel in 2
groepen gegroepeerd.
**
Kapt. Epkema (C.-6-15 Dep.Bat), die
's morgens te 7.00 met vier sectiën afgemarcheerd was langs de Lage Morschweg
naar de Leidseweg in de richting van Rijnsburg, deed bij boerderij Veldheim, een stelling innemen in de moestuin met twee zware mitrailleurs
onder de 2e Luit. Botden (S.C.1-MC.-6-15 Dep.Bat), front naar de
Oude Rijn van waaruit gevuurd werd op vijandelijke vliegtuigen.
Hier kreeg de groep van sgt. de Kimpe en een groep van van 6-22 Dep.Bat. de
opdracht van overste Sieperda om in vletten de Oude Rijn over te steken.
Om ca. 15.00 uur werd de boerderij Veldheim onverwachts door
een Duitse bommenwerper gebombardeerd. De vier afgeworpen bommen troffen
echter geen doel en vielen ca. 30 m naast de gebouwen in het open weiland.
Lt Zwerver bleef hier
met zijn compagnie tot ongeveer 19.30, toen kreeg hij
bevel van majoor van Weenen om met de 4 secties van kapt. Epkema af te marcheren naar kilometerpaal 13 aan de autoweg, 600 m
zuidwest van
de Haagse Schouw, en aldaar front zuidwest stelling te nemen ter beveiliging van
de brug. Met als doel het afsluiten van de verkeersweg Den Haag - Amsterdam,
tevens de toegang tot viersprong van wegen en brug bij Haagsche Schouw en 6-15
Dep.Bat. op linker flank te beveiligen. Tevens werd sergeant Kimpe met een
afdeling tirailleurs ter sterkte van 16 man aan het bewakingsdetachement
toegevoegd.
------
Te 19.30 ontving majoor
van Weenen, die door Sieperda voor de nacht
van 10 op 11 Mei werd belast met het bevel over de onderdelen nabij de Haagse
Schouw en op de beide oevers van de Rijn, het volgende bevel van Sieperda
:
Daar tengevolge van de
gevechtshandelingen de verbanden door elkaar waren geraakt, ontbood hij
onmiddellijk na ontvangst van dit bevel de commandanten van de hem ter
beschikking staande onderdelen ;
-
Kapt. Roeleveld, C.-6 -10
Dep.Bat.,
-
Kapt. Kok, C.- 5 -15 Dep.Bat.,
-
Kapt. Epkema, C.- 6 -15
Dep.Bat.,
-
Kapt. Quack, C.-5-22
Dep.Bat. en
-
Kapt. van Boecop, C.- 6-22
Dep.Bat.
In verband met het nog
steeds actieve optreden van de vijand, gelastte hij slechts de strikt nodige
verplaatsingen. Maatregelen werden genomen tot afsluiting van de naar de
Haagse Schouw voerende wegen en voor beveiliging en bewaking van het terrein,
terwijl 6 -10 Dep.Bat. met haar drie zware mitrailleurs werd belast met de
luchtafweer.
In de avond van 10 Mei meldde sc1-22 Dep.CBT, de Res. 1e Lt. Rodermond,
zich met 19 overgebleven manschappen bij hun bataljon. Zij hadden zich die dag
bij Ockenburg heldhaftig gekweten van hun verdedigingstaak. Op 11 Mei werden
zij weer ingezet bij de gevechten tegen de Duitsers in Valkenburg.
Bij het ingaan van de nacht van 10 op 11 mei was dit de
opstelling der Depot
onderdelen rondom de Haagsche Schouw.
----------------------
De overvallers.
In de namiddag werd toch geprobeerd om de overvallers bij het
vliegveld te versterken. Daartoe waren zes transporttoestellen ingezet
met luchtlandingstroepen die om 16.40 op Valkenburg zouden moeten
landen. Toen de toestellen boven Valkenburg constateerden dat een
landing daar niet mogelijk bleek, week één toestel uit naar
Ockenburg, terwijl de rest met hun lading terugkeerde naar de plek
vanwaar zij gekomen waren.
De bevoorradingstoestellen ( He 111) keerden ± iedere 3 uur terug
met nieuwe voorraden voor de overvallers op de grond.
---------------------
De Luchtvaart Afdeling.
Het tweede bombardement op vliegveld Valkenburg
Om 08.15 uur ontving C.-Lvd de opdracht, "Bombardeer
onverwijld de Duitse vliegtuigen op de velden Waalhaven en
Valkenburg".
Zes toestellen zouden Waalhaven en drie Valkenburg vanaf vliegkamp Bergen (NH)
bombarderen. Tussen 10.40 uur en 10.50 uur startten de drie Fokker CX vliegtuigen voor het
bombardement op Valkenburg. De CX nr. 715 had startmoeilijkheden en startte
daardoor als laatste om 10.50 uur. Om 11.00 uur verzamelden zij zich op 500
meter hoogte boven Alkmaar en zette zij koers naar Valkenburg via Beverwijk en
Noordwijkerhout, daarbij geleidelijk klimmend naar 1500 meter.
Om 11.20 uur vielen 12 mijnbommen van 25 kg diagonaal over het landingsterrein
van Valkenburg, waardoor verschillende vijandelijke vliegtuigen in brand
geraakten. Naar schatting stonden er 40 à 50 vliegtuigen verspreid opgesteld.