Achteraf doet de toespraak van de
Geer dan ook kinderlijk naïef aan. Dacht hij werkelijk dat de voormalige
korporaal uit Bohemen zich ook maar iets aantrok van het internationaal
recht?
De Geer stond bekend als een
vaardige minister van Financiën, maar hij had geen verstand van buitenlandse
politiek. Het noodlot bepaalde dat uitgerekend hij op 10 augustus '39
regeringsleider werd. Alsof er niets aan de hand was ging de kersverse premier
nog gewoon op vakantie in het buurland. Teruggeroepen vanwege de acute
oorlogsdreiging in Europa schijnt hij in de trein aan een Duitse medereiziger
gevraagd te hebben of de situatie werkelijk zo ernstig was als de kranten
schreven. Het gebrek aan daadkracht van deze man kan symbool staan voor het
kortzichtige beleid van Nederland in die jaren. De tragiek van de Geer was dat
hij een leidersrol kreeg die hij niet ambieerde. Het lukte hem dan ook niet uit
de schaduw van Colijn te treden.