Halverwege Valkenburg geraakten beide sectiën van 1-II-4R.I., waarbij majoor Cramer en de Lt. de Beer in een val, door de vijand gelegd. Dit was juist toen ze een brug waren gepasseerd en bij een zijstraatje aan het huizen waren doorzoeken.
De wegen en de brug lagen onder vijandelijk vuur, zodat daarover terugtrekken niet mogelijk was. De enige uitweg was over de vaart te trekken en dan vlak bouwland te overschrijden. Eerst is met planken geprobeerd de vaart te passeren doch toen dit mislukte is de soldaat Scholte van de overzijde der brug met een schuit komen aanvaren, waarna de vaart kon worden overgetrokken. De rustige wijze van werken van den soldaat Scholte dient hier gememoreerd en door zijn initiatief zijn de beide sectiën aan een groot gevaar ontsnapt. Bij het terugtrekken over voornoemd bouwland lag dit onder eigen artillerievuur en mag het een wonder heten dat allen hier zonder ongelukken zijn gepasseerd. Toen wij in de val liepen is een soldaat Meskers uit Hillegom, die van een ander onderdeel van 4R.I. was en die zich als verdwaalde bij ons onderdeel had aangesloten gesneuveld, terwijl de dpl. soldaat De Vrind een onbelangrijke blessuur aan een oor had bekomen