"Wij vlogen op een hoogte van 1500 meter in zuidelijke richting, de kustlijn aan de rechterzijde houdend, naar Valkenburg. Het zicht was uitstekend en het doel kon al van ver worden waargenomen. Het vliegveld bleek vol te staan met Duitse vliegtuigen, die echter niet ordelijk in groepen waren opgesteld, doch kriskras verspreid over het gehele veld stonden. Het had geen zin bepaalde doelen te selecteren en ik besloot daarom de bommen in serie over het veld af te werpen. Voor het richten gebruikte ik een bommenrichtkijker waarmede wij reeds vaak hadden geoefend. Er stond in het geheel geen wind, hetgeen het richten vergemakkelijkte, omdat geen correctie behoefde te worden toegepast. Zoals afgesproken wierpen wierpen de volgvliegtuigen hun bommen af zodra ze mijn bommen zagen vallen. Vervolgens zette Lt. Hofstede een dalende bocht in, langs het vliegveld, om het resultaat te observeren. Het bleek dat alle afgeworpen bommen op het veld terecht kwamen, tussen de geparkeerde vliegtuigen."
Daarop zet Lewis, een stuk lager vliegend, koers naar het strand ten westen van het vliegveld, waar enkele Duitse transportvliegtuigen zijn geland.
"Deze vliegtuigen werden door ons beschoten met de voor- en achter mitrailleur, welke actie werd nagevolgd door Lt. Kool en Lt. Salomé. Wij schoten met lichtspoor munitie, hetgeen het richten aanzienlijk vergemakkelijkte, hoewel wij daar nog nooit hadden mee geoefend. Wel ondervond ik daardoor dat bij het schieten af en toe haperingen optraden, die ik evenwel wist te verhelpen door met de vlakke hand een paar flinke klappen op de trommel te geven. (Lewis M20 mitrailleur) Bij het koers zetten voor de vlucht naar Bergen constateerde ik dat een Duitse Ju 52 in brand was geraakt. Tijdens de gehele operatie heb ik noch op het vliegveld noch op het strand een mens gezien. Ook in de lucht was geen vijandelijk vliegtuig waar te nemen.