Op 11 mei heb ik deelgenomen aan een aanval op het dorp Valkenburg, welke te
± 08.30 werd ingezet. Ik stond toen onder Lt. De Beer.
Er waren geen verbindingen aan te leggen en daarom ben ik met mijn mensen van de
Vbd.A. bij deze aanval ingedeeld. Tirailleurs die voor ons liepen zijn het dorp
binnengegaan. Daar een Duitse mitrailleur vanuit huizen de weg onder vuur nam,
zijn wij het zijterrein in gegaan met het doel een omtrekkende beweging te maken
en deze mitrailleur op te ruimen.
Manschappen van de tirailleurs kwamen bij Lt. de Beer om te melden, dat
artillerievuur van de vijand vlak voor hen lag. Ik zei dat dit niet mogelijk was
daar de vijand niet over artillerie beschikte. Het moet dus vuur geweest zijn
van onze eigen artillerie, die onze aanval begeleide. Deze mensen hebben wij
gerust gesteld en zij zijn weer naar voren gegaan. Wij gingen huizen binnen om
de mitrailleur aan te vallen. Wij hoorden de artillerie-inslagen steeds
dichterbij vallen. Steeds meer tirailleurs kwamen terug voor het artillerievuur.
de luitenant zei: "Het vuur komt steeds dichterbij, wij kunnen ons hier
niet handhaven en gaan terug." Lt. De Beer en ik zijn als laatsten
teruggegaan. Sergeant Maat, die bij ons was geweest en vlak voor ons vertrok,
wilde langs de weg gaan, doch kwam onder vuur van de Duitse mitrailleur. Hij kon
juist op tijd dekken. Met ons drieën zijn wij toen in een bootje overgestoken
en hebben ons bij de anderen kunnen voegen.
11 December 1950