Voor de enquêtecommissie regeringsbeleid 1940-1945 verklaarde majoor Sas in 1948;
" .. Ik heb buiten in het donker gewacht, toen Oster na
twintig minuten terug kwam en zei; 'Mein lieber Freund, jetzt ist es werklich
aus. Das Schwein ist abgefahren zur Westfront, jetzt ist es werklich endgültig aus.
Hoffentlich sehen wir uns nach diesem Krieg wieder.'
In deze geest is het gesprek verder verlopen en ik ben daarna in de looppas naar
mijn gezantschap gerend, waar ik intussen de Belgische militaire attaché al
ontboden had. Hij wachtte daar en nadat ik hem deze mededeling gegeven had,
haastte hij zich op zijn beurt naar zijn gezantschap om de mededeling door te
geven. Ik zelf heb de telefoon opgenomen en het ministerie van Oorlog in Den
Haag aangevraagd. Dat zijn natuurlijk ogenblikken die een mens niet meer
vergeet, want in die twintig minuten waarin wij hebben moeten wachten op het
doorkomen van die telefoon, hebben wij etter en bloed gezweet. Maar twintig
minuten daarna is het gesprek doorgekomen en toen kreeg ik aan de telefoon een
officier die ik gelukkig goed kende, de luitenant-ter-zee 1e klasse Post
Uiterweer, thans kapitein-ter-zee, met wie ik een gesprek van de volgende inhoud
heb gehad. Ik zei: 'Post, je kent mijn stem, nietwaar, ik ben Sas uit Berlijn.
Ik heb maar één ding te zeggen, morgenvroeg bij het aanbreken van de dag, houd
je taai! Wil je het even herhalen, je begrijpt het natuurlijk wel.' Hij heeft
het herhaald en zei aan het slot: 'Ja, brief 210 ontvangen.' Ik heb dat herhaald
en gezegd: 'Ja, brief 210 ontvangen.' Dat was een code afspraak die wij op het
laatste ogenblik nog hadden gemaakt. Brief 200 betekende invasie en de laatste
twee cijfers zouden de dag aangeven