![]() |
Vliegveld Valkenburg |
Mei 1940 |
| Home | Vóór de Oorlog | Bevelvoering | 4e Regiment Infanterie | Mei 1940 | Verliezen | Documenten | Verdere informatie |
|
|
Als krijgsgevangene in en om Valkenburg. Oorlogsherinnering van Berend Borst. BRON:© OSV-4R.I. Hoofdstuk 11 |
Jong gestorven Vroeg bij God. Als krijgsgevangene in en om Valkenburg. Ter herinnering aan Jan Varkevisser Jz. |
|
Na de oorlog
Toen ik na de dienst weer in het gymnastieklokaal kwam, vond ik daar tot mijn grote vreugde een ansichtkaart van thuis. Er stond alleen op: "Alles hier wel, Alie". Dat was weinig maar voldoende. Thuis was dus alles goed en met Dani ook. Nu was ik gelukkig uit mijn beklemmende onzekerheid bevrijd. Zouden zij thuis van mij ook al bericht hebben? Dat dacht ik wel want ik had in de afgelopen dagen minstens 10 briefkaarten naar huis verzonden. 's Middags moest er eten gehaald worden uit een andere school, dat was minstens 20min. lopen. Na het eten ben ik met Stam, die ook in Valkenburg krijgsgevangen was, door het dorp gewandeld. Daar zagen we een luxe auto met de provincieletter E, dus uit Overijssel. Zou de eigenaar of de chauffeur mij ook kunnen vertellen hoe het in Zwolle was? Doch niemand was in of bij de auto Een mevrouw vertelde ons, dat de auto van een Luitenant was, deze kwam niet rechtstreeks uit Overijssel. dus behoefde ik niet op nieuws te rekenen. Door de Mevr. Hortensius werden wij op een kopje thee genodigd, dat namen wij natuurlijk gaarne aan. Na die zondagmiddag kwam ik daar nog dikwijls. Meneer Hortensius en de zoontjes Henk en Cor en opa Windhorst leerde ik naderhand ook kennen. Ik had er een prettig thuiskomen en kon het allen best vinden. Na enkele dagen in het gymnastieklokaal geweest te zijn werden
we verhuisd naar verschillende boerderijen in en buiten Hazerswoude. Op elke boerderij stonden paarden, welke door
ons verzorgd
moesten worden. Ik kwam op de boerderij van de Fam.Wed. v. Soest. In dezelfde schuur.
waar de paarden stonden, moesten wij ook slapen. Wij lagen dan ook op een
zolder die erg vuil en stoffig was. 's Zondagsmiddags ging ik wel eens naar de Fam. v.d. Stoel in
Leiden. Op een maandagmiddag heb ik mijn zus Alie bezocht, die met haar vriendin en
Den Haag logeerde. Dat was de eerste keer, dat ik na de oorlog een mijner huisgenoten zag. Thuis
was alles goed, ik werd er erg ongeduldig onder, dat ik nog niet met verlof kon gaan. Eindelijk. 3 weken na de oorlog, kreeg ik
verlof. In de avond van 12 Juli kreeg ik onverwachts bericht, dat ik als oppasser van een overste naar Amersfoort werd overgeplaatst. Er waren er nog 2 als oppasser aangewezen, de een van een Kapitein en de ander van een Luitenant. De volgende dag, 13 juli vertrok ik reeds uit Hazerswoude na afscheid genomen te hebben van mijn dienstkameraden en de Fam. Soest en de Fam. Hortensius. Op het perron van Leiden heb ik telefonisch afscheid genomen van de Fam. V.d.. Stoel. In Amersfoort moesten wij naar Prins Willem 3 kazerne, waar ik mij meldde bij de luitenant-kolonel Goulmy. Juist een maand ben ik oppasser geweest, 13 Juli. Dat was een fijne tijd, want ik geheel vrij in in mijn doen en laten en ging elke dag minstens een keer uit rijden met de paarden. In Amersfoort trof ik al spoedig kennissen. Het waren Jan Pater, een oude vriend van mij uit Zwolle, de Fam. V.d. Berg, ook Zwollenaren, en de Fam. Wilkes, de Fam. van een marechaussee, die bij ons thuis in de kost was. Bij állen genoot ik veel gastvrijheid. In het hospitaal te Amersfoort werd ik gekeurd voor marechaussee maar ik werd afgekeurd, omdat ik 4 cm. te klein was. Op 13 juli, twee dagen voor de Opbouwdienst begon, ben ik afgezwaaid en heb het werk thuis weer hervat. In september 1940 ben ik een week met vakantie geweest
waarin ik de Fam. Pater, v.d. Berg en Wikkes bezocht en in Hazerswoude heb ik 4 dagen bij do
Fam. Hortensius gelogeerd en daar op een middag de Fam. v. Soest bezocht. Ook ben ik een middag in
Rotterdam geweest en daar gezien, wat er verwoest was, al was het meeste
puin reeds opgeruimd. De omvang van het verwoeste stadsgedeelte beslaat ongeveer de oppervlakte van de stad Zwolle,
dat zegt genoeg welke een verschrikkelijke vernieling daar is
<< 10e Hoofdstuk | 1e Hoofdstuk >> |