![]() |
Vliegveld Valkenburg |
Mei 1940 |
| Home | Vóór de Oorlog | Bevelvoering | 4e Regiment Infanterie | Mei 1940 | Verliezen | Documenten | Verdere informatie |
|
|
Als krijgsgevangene in en om Valkenburg. Oorlogsherinnering van Berend Borst. BRON: © OSV-4R.I. Hoofdstuk 8 |
Jong gestorven Vroeg bij God. Als krijgsgevangene in en om Valkenburg. Ter herinnering aan Jan Varkevisser Jz. |
|
Jan Bij de burgers in de boerderij van van Leeuwen was ook een
jongen die ik nog niet genoemd heb maar waar ik nu een bijzonder gedeelte
aan wil weiden. Ik kende hem niet anders dan als Jan. Hij was een
boerenjongen uit Valkenburg. Hij was ongeveer 16 jaar. Jan had in het dorp de vrouw van van Leeuwen gesproken en
bracht nu haar groeten over aan de boer. De boerin en haar kinderen waren
ongedeerd. Dat stelde de boer gerust want hij had sinds vrijdag niets meer
van hen gehoord. Wij hebben dikwijls gewaarschuwd en hem er op gewezen dat
die tochten naar Valkenburg levensgevaarlijk waren maar daar trok hij zich
weinig van aan, hij zag het gevaar niet. Het was ons steeds weer een
wonder als hij ongedeerd terug kwam. Jan meende zelf dat hij
"kogelvrij" was. Wij haalden de inhoud uit de bakfiets en brachten het naar
binnen. Het meeste ging naar de keuken of de dokter, ook werd er wat onder
de gewonden verdeeld en wijzelf zorgden ervoor dat we ons deel kregen. Hij liep de gang in om bij de voordeur van de boerderij de trap op te gaan. Maar hij was nog maar een paar trede de trap op toen hij met veel lawaai met naaimachine en al naar beneden rolde. "Ik ben geraakt, ik ben gewond!" schreeuwde hij. Ontsteld snelde wij te hulp. Hij lag doodsbleek onder aan de trap en kreunde erg. Wij tilden hem op en droegen hem naar een zijkamertje. De dokter ontdeed hem van zijn bovenkleren. Tussen zijn hals en schouder was een gaatje, achter in de nek was ook zo'n gaatje te zien. Een kogel had hem dwars door de hals getroffen. Dat was wel heel erg sterk. Vele malen was hij door de hevigste vuurlinies gefietst terwijl de kogels in de bakfiets vlogen zonder ook maar zelf het minste letsel op te lopen. En hier binnenshuis met zijn nieuwe Rode-Kruisband om, die hem wel beveiligen zou zoals hij zojuist gezegd had, werd hij door een verdwaalde kogel getroffen. Het was een wonderlijk toeval Daar lag Jan nu. Zijn oogleden trilden, herhaaldelijk klaagde hij "Ik heb zo'n pijn... ik heb zo'n pijn!" Wij probeerden hem wat moed in te spreken maar het hielp weinig. Telkens lieten we hem wat water tussen zijn lippen lopen. Wij hadden het erg met hem te doen. Aan beide beide kanten van hem lagen 2 Duitsers, ook zij hadden medelijden met de jongen hoewel zij zelf ook gewond waren. Wij gaven hun ook wat water. Een andere Duitser die in een andere hoek lag vroeg ook steeds om water maar als hij wat kreeg spuwde hij het direct weer uit, hij kon niet slikken, was lijkbleek en zijn ogen stonden dof. Hij was er erg slecht aan toe. Spoedig blies hij zijn laatste adem uit. Wij legden een deken over de dode. Dikwijls kwamen wij bij Jan, maar konden weinig voor hem doen, het zag er hopeloos voor hem uit. De dokter kwam ook vaak kijken maar zag het donker in. De gewonde Duitsers op de deel vroegen geregeld hoe het met Jan was. Na de capitulatie kwam Jan zijn vader, die gewaarschuwd was , naar zijn zoon kijken. 's Avonds werd Jan direct met de zwaargewonden naar Leiden overgebracht. Later vernam ik dat Jan aan de gevolgen is overleden. << 7e Hoofdstuk | 9e Hoofdstuk >> |