![]() |
Vliegveld Valkenburg |
Mei 1940 |
| Home | Vóór de Oorlog | Bevelvoering | 4e Regiment Infanterie | Mei 1940 | Verliezen | Documenten | Verdere informatie |
HET 16DE R.I. IN DE GREBBESTELLING EN IN DE VESTING HOLLAND
Bron: Militaire Spectator
|
III-16 R I. naar Den Haag. Beschouwen we thans nog het Ille Bataljon, verminderd met het gedeelte, dat de voorposten Asschat vormde. Reeds op 10 Mei, te 13.00, ontving de commandant, de Reserve majoor H. THYS van C.-20 R.I. de mededeeling, dat zijn Bat. op auto's van het IVe Autobataljon zoo spoedig mogelijk moest worden verplaatst naar Leiden, alwaar na aankomst zijn troep, na verstrekking van een warmen maaltijd, te 22.00 in het aangewezen stadsgedeelte werd ingekwartierd. Te 24.00 werd nieuwe opdracht ontvangen. „Zaterdag 11 Mei 2.00 uur het
Bataljon verzamelen en per rijwiel afmarcheeren naar Den Haag (Haagsche
bosch), teneinde het noordelijk deel hiervan te zuiveren van aldaar gesignaleerde
parachutisten."
In het zuidelijk deel had II-20 R.I. dezelfde opdracht.
Nadat de uitgangsstelling was ingenomen, werd echter niet opgerukt, omdat
II-20 R.I. werd teruggenomen voor een actie in een stadswijk van Den Haag.
Om 16.15 rukte het bataljon, versterkt met onderdeden van 12 R.I., in het
opgegeven vak, vergroot met dat van II-20 R.I., met de bevolen kompas-richting
op.
In den nanacht van 11/12 Mei, werd het bataljon verzameld en ondergebracht
in Wassenaar met cp. te park De Kievit.
12 Mei ongeveer 6.00 werd het bataljon onder rechtstreeksch bevel van C.-I L.K. gesteld, van wien opdracht werd ontvangen om het bataljon te verzamelen
bij Paleis „Huis ten Bosch", alwaar de cp. gevestigd werd.
De troep was door het heen en weertrekken zeer vermoeid. Voor den toestand op dien dag in het hier bedoelde duinterrein zie het artikel over de verrichtingen van het I. Depot Infanterie in de Militaire Spectator van Augustus 1940, no. 8, blz. 348. Daaruit blijkt, dat de Commandant van dat Depot, na ontvangst van het bericht, dat III-16-R.I. en II-20 R.I. in aantocht waren, voor een aanval op Meyendell, aan zijn chef bericht gezonden heeft, dat die troepen geenszins noodig waren.
Red. |