![]() |
Vliegveld Valkenburg |
Mei 1940 |
| Home | Vóór de Oorlog | Bevelvoering | 4e Regiment Infanterie | Mei 1940 | Verliezen | Documenten | Verdere informatie |
| |
Tijdperk ingeluid met grote krentenbollen en chocolademelk (1) |
BRON: STICHTING OUD ZOETERWOUDE. (H. van der Post.)
|
*
Er werd toen nog helemaal geen alarm geslagen. Nu we buiten kwamen keken we naar een luchtgevecht boven Den Haag, we zaten midden in de oorlog. De Pelotonscommandant, Opperwachtmeester Gernaart, riep: "jullie staan de verkeerde kant op te kijken, draai je maar om, dan zie je wat er aan de hand is". En toen we de andere kant opkeken, zagen wij de parachutisten uit een Junker 52 springen. Uiteraard ontstond er onder de superieuren verbazing dat er nog maar steeds geen alarm was doorgekomen. Het gevolg hiervan was dat we met opperwachtmeester Gernaart met onze motoren langs de linkerweghelft onder dekking van bebouwing en begroeiing op zoek gingen naar parachutisten. Dit hadden we toch niet zomaar verwacht. Toch had onze overste van ons wapen van het eerste Regiment, luitenant-kolonel
Jhr. Mr. Teding van Berkhout, ons zo’n veertien dagen van tevoren al gewaarschuwd, "ik zal geen namen noemen, maar de buren komen en daar gaan we ons de komende weken op instellen." Toen we nu op weg waren in de
richting Maaldrift was bij de boerderij van Jaap van der Kroft de eerste groep al in actie gekomen tegen de dalende Duitse Junker vliegtuigen. Korporaal Schoenmakers, ik zal z'n naam nooit vergeten, had er juist één aangeschoten die brandend naar beneden stortte. Toch was dit bloedlink want als de dalende Junkers, waar de parachutisten al uit waren gesprongen, werden
beschoten dan werd dit vanuit de vliegtuigen met mitrailleurvuur
beantwoord. Dat was dus één van de groep van tien die het niet overleefde. Gerrit de Wierikke werd door beide benen geschoten en was dus ook uitgeschakeld. Er lagen misschien wel twintig Duitsers met mitrailleurs aan de achterkant van de molen. Van onze groep zijn drie man gevlucht en zo bleven V.d. Kuip, Zwanenburg en mijn persoontje - J. v. d. Zon - met z'n drieën over om gevangen genomen te worden. Het aantal van tien klopt want, Zweverink en Boerstoel werden later gevangen genomen. Onderweg naar de Hervormde kerk in Valkenburg zijn er nog verscheidene Nederlandse militairen, die ook gevangen genomen waren, bijgekomen. We kwamen daar ‘s avonds met zo ongeveer vijftien man aan, dat hadden we alvast overleefd. Wij Nederlandse jongens waren toen wel bereid om voor ons land te vechten, maar niet echt graag, we stonden er niet op te wachten, want ons leven stond op het spel. Er is door al die regimenten met zo'n 300.000 man in die dagen in Nederland nog flink gevochten. Cornelis de Jong, naast ons uit het Westeinde, is niet voor niets gesneuveld in de strijd om de Grebbelinie. Ik denk dat hij er heel wat heeft neergelegd want hij was een felle. Onderweg naar het dorp Valkenburg waren er heel wat sloten die we over moesten springen, dit was iets waar we in de polders van Zoeterwoude meer mee te maken hadden gehad. Ik was de enige van de gevangen genomen soldaten die geregeld droog overkwam. Van de Maaldrift tot aan Valkenburg; wat denk je hoeveel sloten we wel niet tegen gekomen zijn voordat we in het dorp Valkenburg aankwamen. We zijn als krijgsgevangenen over een sloot gesprongen daar kwam niemand overeen, ik was de enige. Er was een Duitser die er midden in sprong. Hij was zo ontdaan van dat natte pak dat hij een hele tijd nodig had om bij te komen. We liepen in die weilanden niet met onze handjes in onze zakken, maar met onze handen omhoog met achter ons een Duitser met een mitrailleur, dus we keken wel uit. Andere Duitsers pikten zo hier en daar nog Nederlandse soldaten op, die in bosjes verscholen waren. Op het overrompelde vliegveld Valkenburg, dat nog in aanbouw was en niet geschikt was voor het landen van
vliegtuigen, lag een gracht waar het een grote ravage was. Wij hebben daar ook de
slachtoffers aan Duitse kant zien liggen, die vanuit Katwijk op die dag door de artillerie waren
belaagd. Na alles wat we die dag hadden meegemaakt werden wij om ongeveer zes uur
overgenomen door een Duitse officier. Hij zei letterlijk "Wij zijn
vrienden, komen jullie maar mee". Het was een keurige kerel, ik zal de man nooit vergeten. Zijn pupillen waren al van alles gewend. Die Duitse
parachutisten waren vanmorgen vroeg al rechtstreeks van Noorwegen naar
Valkenburg overgevlogen. Het waren goedgetrainde felle stoottroepen die tegen een stootje
konden. Er stond er één bij de Ned. Hervormde kerk in Valkenburg, het bloed stond in z'n schoenen, maar hij bleef rustig op wacht staan. We hoefden ons niet te schamen dat de mensen door de ramen ons zo zouden zien lopen, er keek niemand! Als wij onze handen lieten zakken dan was het direct "handen omhoog". Er waren heel wat Duitse militairen in het dorp Valkenburg, wel zo'n 500. Ik denk nog altijd dat er al voor de inval Duitse militairen binnen gesmokkeld zijn en onopgemerkt al aanwezig waren. Doordat het vliegveld al gauw door vliegtuigen was versperd, konden er geen vliegtuigen meer landen met Duitse troepen. Als de oorlog nog langer dan tot 14 mei had geduurd dan hadden de Duitsers zich, althans in het dorp Valkenburg, toch moeten overgeven. Op de vroege ochtend van de 14e mei 1940 sloeg er door de Westelijke achterwand van de garage Poot, waar we gevangen zaten, door een halfsteens muur nog een artillerieblindganger van onze eigen artillerie naar binnen. Dit gaf een flinke paniek onder de gevangenen. Ik zelf, een gevangen genomen luitenant en nog een burger hadden ons geregeld opgehouden bij de gesloten garagedeuren om indien mogelijk te ontvluchten. We observeerden de granaat, die niet was ontploft en besloten hem naar buiten te brengen. Alle Hollandse gevangenen dromden in dekking samen in de uiterste hoek van de garage. De burger onder ons drieën stond er op om dit karwei te klaren, "dat ben ik jullie minstens verschuldigd" was zijn reactie. Op 17 mei 1940 verbleven de Huzaren van het 1e Regiment: v.d. Kuip, Zwanenburg, Boerstoel, Zweverink en Jan vander Zon nog onder Duitse bewaking in de inmakerij en zouterij van
Zwanenburg te Valkenburg. Daarna zijn wij op mars gegaan onder leiding van de
Nederlandse Majoor Mallinckrodt. De vijf man van het 1e RHM mochten later op eigen gelegenheid met de Blauwe Tram afreizen naar hun onderdeel in Den Haag, waar ze gelegerd waren in het Huis ten Bosch met bijgebouwen. Hier hadden wij met onze dienstkameraden een opgelucht gevoel na alles wat we hadden meegemaakt. * Eén van de 35 Huzaren van het eerste Regiment Motorrijders die het begin van de vijandelijkheden in Valkenburg nog heeft meegemaakt is de in Zandvoort wonende 76 jarige Tony van Renterghem. Deze door de nazi's bij verstek veroordeelde verzetsman was destijds 1e Luitenant bij dit regiment van gemotoriseerde cavalerie in Wassenaar. Na de capitulatie verrichtte het Eerste Regiment Huzaren Motorrijders de eerste grote verzetsdaad van de oorlog. Op het Malieveld in Den Haag staken de cavaleristen, al hun wapens, voorraden en munitie in brand.
De restanten van het materieel van 1RHM op het Malieveld. Volgens van Renterghem :
|