Vliegveld Valkenburg

Mei 1940

 
 Home   Vóór de Oorlog   Bevelvoering   4e Regiment Infanterie   Mei 1940   Verliezen  Documenten Verdere informatie 
 
Terug

Bevel van C.-4 R.l. met instructie en algemene aanwijzingen 

4e REGIMENT INFANTERIE Ex.Nr.
Commandant
  cp., 20 April 1940
Nr. 1 B 16.00

 

 

Geheim
Mag alleen in handen van officieren komen

BEVEL

  1. Tegen de mogelijkheid van landingen van vreemde vliegtuigen of parachutisten zullen bijzondere maatregelen worden genomen.
  2. 4 R.I. zal de bewaking van het vliegveld Valkenburg op zich nemen met twee tirailleurcompagnieën en een S. zw.mitr.
    Commandant is de oudste der beide C.Cn.
  3. Taak
    a. Standhouden. b. Het bestrijden van vreemde vliegtuigen, die het vliegveld aanvallen. c. Het bestrijden van vreemde vliegtuigen die trachten te landen of geland zijn. d. Het bestrijden van parachutisten op en in de onmiddellijke omgeving van het vliegveld neerdalende. e. Het controleren van hen, die op het vliegveld werkzaam zijn.
  4. Graad van gevechtsvaardigheid
    Van een uur voor zonsopgang tot 8,00 volledige gevechtsvaardigheid. Overigens kan worden volstaan met wachten en piketten van zoodanige sterkte, dat onmiddellijk kan worden opgetreden.
  5. Legering, verpleging
    De beide cien. legeren op het vliegveld; de gevechts- en keukentrein en goederenauto gaan mede. Voor het vervoer van de goederen die boven de modelbepakking mogen worden medegevoerd (stroozakken en dekens) kunnen auto's worden gevorderd.
  6. Duur en aflossing
    De aflossing zal nader worden geregeld.


De Luitenant-Kolonel,
Regiments-Commandant
get. H. D. BUURMAN

Aan:
C.-III-4 R.I. ter uitvoering ex.no. 2.
C.-I Div. ter inlichting ex.no. 3 en 4.

INSTRUCTIE WACHT VLIEGVELD VALKENBURG

STERKTE: De sterkte van het detachement bedraagt twee compagnieën Infanterie en één sectie Zware Mitrailleurs.

TENUE: Volledig veldtenue.

COMMANDANT: Commandant is de oudste aanwezige C.C.

TAAK: Standhouden.

Het bestrijden van vreemde vliegtuigen, die trachten te landen of geland zijn (hoofdzaak). Het zoo mogelijk bestrijden van vreemde vliegtuigen, die het vliegveld aanvallen.

Het bestrijden van parachutisten op en in de onmiddellijke omgeving van het vliegveld nederdalende.

Het controleren van hen, die op het vliegveld werkzaam zijn.

DIENSTREGELING: Het detachement wordt verdeeld in 1/3 Wacht - 1/3 Piket en 1/3 rustend gedeelte. De wacht: De wacht bezet de gevechtsopstellingen rondom het vliegveld en levert twee wachten; één bij de groote W.uitgang en één op den verharden weg naar Valkenburg (controle op het in- en uitgaande verkeer), Deze Afdeeling bezet de gevechtsopstellingen volledig van één uur voor tot één uur na zon.-opgang. Eénmaal per dag wordt een alarmoefening gehouden.

Het piket: Het piket treedt op als reserve. Het versterkt bij landing van vijandelijke vliegtuigen het vuur op het vliegveld. Het treedt op tegen aanvallen van buiten het vliegveld uitgevoerd door afgezette parachutisten of kwaadwillige elementen en doet zoo noodig tegenaanvallen. De voor deze opdrachten noodige verkenningen uit te voeren.

GEVECHTSVAARDIGHEID: Bij normale graad van gevechtsvaardigheid betrekt de wacht de alarmopstellingen volledig van één uur voor tot één uur na zonsopgang; buiten die uren kan een deel van de wacht zich ophouden in de nabijheid van de opstellingen. Met het piket kunnen theorie en oefeningen worden gehouden of c.q. sport worden beoefend in de nabijheid van het vliegveld.

Bij verhoogde graad van gevechtsvaardigheid betrekt de wacht de alarmopstelling volledig; het piket is gereed om uit te rukken. Bij volledige graad van strijdvaardigheid: zijn alle opstellingen volledig bezet, dus ook die van het rustend gedeelte.

Bij de automatische vuurwapenen is steeds een piket aanwezig, dat tevens fungeert in iedere groepsopstelling als luister- of uitkijkpost. Geen der met de bewaking belaste militairen mag zich op het eigenlijke vliegterrein begeven. De Gr.C. zal zich meerdere malen overtuigen, dat zijn manschappen op de hoogte zijn van de wijze van optreden onder verschillende omstandigheden, die hierna behandeld worden. Op ieder vliegtuig, dat het vliegveld bezoekt, worden richtoefeningen gehouden. Voor de reserve zullen de noodige afwachtingsdekkingen worden verkend en uitgevoerd, waarin de alarmopstelling wordt ingenomen.

Behalve koppel, tasschen en bajonet, kan de uitrusting in het onderkomen worden afgelegd. Bij het betrekken der alarmstelling wordt het gasmasker omgehangen.

OPSTELLING: Zie schets. De lichte mitrailleuropstellingen genummerd van 1 t/m 12. De zware opstellingen van I t/m III.

VERPLEGING EN HUISVESTING: C.-III-4 R.I. regelt deze aangelegenheden voor het detachement.

 

ALGEMEENE AANWIJZINGEN

A. WACHTCOMMANDANT

De wachtcommandant overtuigt zich, dat de gren. en manschappen volkomen op de hoogte zijn van hunne verplichtingen onder de verschillende hierna te noemen omstandigheden.

Hij meldt alle belangrijke gebeurtenissen onmiddellijk rechtstreeks aan:

1. C.-I L.K., tel. nr. 111880 den Haag, toestel 772.
2. C.-4 R.I., tel. Noordwijk Nr. 552.
3. C.-Vg.H., tel. den Haag 772014.
4. C.-I Div., tel. Defensie, toestel 513.
5. C.-III-4 R.I., tel. Katwijk Nr. 142.

Dit bericht vermeldt:

1. Tijdstip en plaats waarop het feit plaats had.
2. Nationaliteit, soort en kenteeken van het vliegtuig.
3. Aantal inzittenden, c.q. aantal dooden of gewonden.
4. Beschrijving der gebeurtenissen.

Bij noodlanding of overgave van een vreemd vliegtuig neemt hij maatregelen, dat de bemanning het vliegtuig zoo spoedig mogelijk verlaat, daarvan verwijderd gehouden wordt, terwijl speciaal moet worden voorkomen, dat de opvarenden nog enigerlei handeling aan het luchtvaartuig verrichten. Geweld moet worden gebruikt om het verrichten van handelingen aan het vliegtuig te beletten.

Hij draagt zorg dat de opvarenden ter plaatse worden ontwapend en gefouilleerd, waarna hij ze zoo spoedig mogelijk onder bewaking stelt.

Nadere bevelen afwachtend, bergt hij de niet tot het vliegtuig behoorende vreemde wapens en mogelijke bescheiden en voorwerpen op en ziet toe dat de bemanning geen verbinding krijgt met de buitenwereld. Bevinden zich gewonden onder de bemanning, dan waarschuwt hij onmiddellijk een officier van gezondheid of burgergeneesheer.

Hij stelt het vliegtuig onder bewaking. Behalve de aangewezen bergingsofficieren en de bergingsploeg mag niemand aan het toestel komen.

Brandt het toestel of bestaat daar gevaar voor, dan wordt van het vorengenoemde afgeweken en worden bescheiden, kaarten, boekwerken, fototoestellen, enz. zooveel mogelijk in veiligheid gebracht.

B. TAAK DER WAPENS IN VERSCHILLENDE GEVECHTSOMSTANDIGHEDEN

Ie. Het vliegveld wordt gebombardeerd

De zware mitrs. zijn in hoofdzaak belast met het verdedigen van de lucht voor en boven de hangars tot 1000 m hoogte. Zij hebben een gunstige opstelling voor bestrijding van duikbommenwerpers gedurende de duikvlucht.
Blijven de bommenwerpers boven 400 m dan hebben Mitrs. M 20 geen kans, blijven ze boven 200 m dan wordt niet met geweren of karabijnen gevuurd en dekken deze wapens zich. Bij den aanval van duikbommenwerpers komen deze gedurende het laatste gedeelte echter lager dan 200 m. Bij het afvangen van de duikvlucht vuren dus zoo mogelijk Mitrs. M 20 en de geweren en karabijnen.

2e. De vreemde vliegtuigen landen

Reeds gedurende de landing worden de vliegtuigen waar mogelijk met geweren en karabijnen beschoten, Waar de hoeksnelheden van laagvliegende vliegtuigen te groot zijn voor het daartoe te weinig plooibare vuur der mitr. worden deze onmiddellijk van de vliegtuigpoot gehaald en voor de landing op de affuit of op den grond geplaatst. De mitrs., in welker vuurbereik een vliegtuig stopt, openen evenals de geweren en karabijnen het vuur op deze vliegtuigen en houden speciaal de uitgangen onder vuur. Personeel, dat niet tot de wacht behoort, dekke zich tegen eigen vuur en ricochetschoten.

3e. Vreemde troepen landen met parachutes

Door het achter elkaar springen en de snelheid van het vliegtuig zullen de inzittenden van één machine over eene groote diepte landen. Waarschijnlijk zullen meerdere springers buiten het vliegveld terecht komen, Zoodra waargenomen wordt, dat parachutisten naar beneden komen vuren lichte en zware mitrailleurs op de neerdalende vij. Geweer- en karabijndragenden springen uit de dekking en rennen in den snelsten gang naar de plaatsen, waar zij waarschijnlijk neer zullen komen, om van dichtbij deze aanvallers buiten gevecht te stellen. Het vuren van parachutisten tijdens den val heeft door de slingerende beweging waarin zij verkeeren, zeer weinig trefkans.