![]() |
Vliegveld Valkenburg |
Mei 1940 |
| Home | Vóór de Oorlog | Bevelvoering | 4e Regiment Infanterie | Mei 1940 | Verliezen | Documenten | Verdere informatie |
|
|
Wachtmeester-trompetter D. Geurts. 1-IV Dep. B.A., 1e Dep. Afd. |
Bron: E.H. Brongers, De Slag om de residentie.
|
Op 10 mei werd ik op verkenning gezonden langs de kust te Katwijk
aan Zee. Ik had 3 man bij me. Op een gegeven moment vernam ik dat er
Duitsers achter het volgende duin lagen. Ik heb toen stelling genomen en
tegen mijn mannen gezegd dat zij goed moesten uitkijken. Wij lagen
ongeveer een half uur in stelling, toen uit het tegenoverliggend terrein
de vijand ter sterkte van 12 man tevoorschijn kwam. We openden het vuur
met de lichte mitrailleur en de 2 karabijnen. Aan het geschreeuw aan
vijands zijde hoorde ik dat de uitwerking goed was. Er waren twee Duitsers
buiten gevecht gesteld, zoals later bleek. Het tegenvuur was
verschrikkelijk. Toen de korporaal de Rijke even ophield met vuren
schreeuwde ik hem toe, "Doorschieten, doorschieten!" Zelf schoot
ik met mijn pistool, waarmee ik een feldwebel in het hart trof. Op het
moment dat korporaal de Rijke het vuur weer opende, hoorde ik een gil en
opzij kijkend zag ik dat hij door een schot in het hoofd was gesneuveld. Hij is als een held gestorven, met de vinger aan de trekker, want toen hij viel liep de mitrailleur nog even door. Ik kroop toen naar de mitrailleur om die zelf te bedienen. Op dat moment zag ik rechts van mij een gestalte op de duintop verschijnen. Achter mij hoorde ik roepen: "Hollandse soldaten, leg de wapens neer en geef u over! Wij willen geen oorlog met Holland!" Ik heb toen niet om dit roepen, maar omdat ik de mitrailleur niet meer kon bereiken en mijn 2 mensen hun munitie hadden verschoten, de wapens moeten neerleggen. Ik heb echter nog wel kans gezien de mitrailleur door het inwerpen van zand onschadelijk te maken. De sterkte van de Duitsers was op dat moment aangegroeid tot 23 man. Een Duitse luitenant kwam met een paar soldaten naar mij toe en vroeg wie de commandant was. Ik meldde mij als zodanig, waarop hij me uitschold voor moordenaar en schurk. Hij was zeer opgewonden en blafte mij toe dat ik Duitse militair had doodgeschoten. Ik zei hem toen, wijzend op de gesneuvelde korporaal: "En wie ligt daar dan?!" Hij antwoordde : "Na, nun" en liep weg.
NOOT F.O.
|