![]() |
Vliegveld Valkenburg |
Mei 1940 |
| Home | Vóór de Oorlog | Bevelvoering | 4e Regiment Infanterie | Mei 1940 | Verliezen | Documenten | Verdere informatie |
|
|
1e Regiment Huzaren Motorrijder. BRON : © J.A. BOM. |
DE REGIMENTEN HUZAREN MOTORRIJDER 1938 - 1940. |
|
Maatregelen tegen vijandelijke luchtlandingen. 1 R.H.M. was op 23 april naar Wassenaar verplaatst en onder rechtstreeks bevel van de Commandant Vesting Holland gesteld om in geval van vijandelijke luchtlandingen als mobiele reserve op te treden. In dit verband werden gedurende de volgende dagen onder meer de grote rijkswegen Den Haag-Amsterdam, Den Haag-Utrecht en Den Haag-Rotterdam en de wegen naar de vliegvelden Schiphol, Valkenburg, Ypenburg, Ockenburg en Waalhaven verkend. Op 7 mei werden in verband met de snel toenemende oorlogsdreiging op bevel van hogerhand alle verloven ingetrokken, waarna de troep in de kwartieren werd geconsigneerd. C.-1 R.H.M., luitenant-kolonel Jhr. J.J. Teding van Berkhout, bepaalde voorts dat alle officieren en onderofficieren voortaan op de bureaus of bij de eskadrons moesten overnachten en iedereen voortaan gekleed te bed moest gaan. Eveneens op 7 mei kreeg C.-1 R.H.M. opdracht met ingang van 8 mei de grote rijkswegen vanuit Den Haag naar Amsterdam, Utrecht en Rotterdam van voor zonsopgang tot na zonsondergang met een eskadron huzaren-motorrijder en twee secties zware mitrailleurs in een zeer verspreide opstelling tegen vijandelijke luchtlandingen te bewaken. Met deze bewakingsdienst werden bij toerbeurt belast:
Op deze rijkswegen waren vanaf 8 mei door de Etappen- en Verkeersdienst militaire auto’s geplaatst om de landing van vijandelijke vliegtuigen tegen te gaan. Begin mei 1940 had 1 R.H.M. de oorlogssterkte nog lang niet bereikt. Het derde eskadron huzaren-motorrijder en de sectie geweren tegen pantsering van het pantserafweereskadron ontbraken, terwijl bij de staf en de aanwezige eskadrons nog de nodige tekorten bestonden. Bij het 1e en 2e eskadron kwam men bijvoorbeeld nog omstreeks dertig huzaren tekort. Bovendien waren de dienstplichtige huzaren, die eind april bij het regiment waren aangekomen nog onvoldoende ervaren en was een deel van het dienstplichtige kader pas in de afgelopen maanden opgeleid. Ook aan de uitrusting ontbrak nog het nodige. Zo was er een groot tekort aan verrekijkers; bij een van de eskadron beschikte men in totaal slechts over vier stuks. In de nacht van 9 op 10 mei legerde 1 R.H.M. in alarmkwartieren met de officieren en onderofficieren bij de troep. Omstreeks 2.00 uur marcheerden 1-1 R.H.M., 1-M.E.-1 R.H.M. en 4-M.E.-1 R.H.M., die op 10 mei met de bewakingsdienst waren belast, af om voor zonsopgang de opstellingen langs de rijkswegen in te nemen. Hierna had C.-1 R.H.M. in Wassenaar naast de regimentsstaf nog tot zijn beschikking 2-1 R.H.M., M.E.-1 R.H.M.(minus twee secties), E.Pag.-1 R.H.M. en S.Mr.-1 R.H.M. Omstreeks 3.00 uur werd men in Wassenaar gewekt door het geronk van vliegtuigen en het vuren van luchtafweergeschut. Bij 1 R.H.M. werd alarm geslagen, waarna de onderdelen binnen korte tijd gereed stonden om uit te rukken. Omstreeks 3.30 uur werd een bevel van de Commandant Vesting Holland ontvangen, waarin de graad van volledige strijdvaardigheid werd gelast. Vanaf circa 4.30 uur kwamen regelmatig meldingen binnen van de landing van vijandelijke parachutisten in de richting van Maaldrift. Omstreeks 5.00 uur kwam een bevel van de Commandant Vesting Holland om tussen Wassenaar en Valkenburg gelande vijandelijke parachutisten aan te vallen en te vernietigen. C.-1 R.H.M., die er in de tussentijd niet in was geslaagd contact met de Commandant Vesting Holland te krijgen, had inmiddels op eigen initiatief tegenmaatregelen getroffen. C.-2-1 R.H.M. had omstreeks 4.35 uur bevel gekregen een verkenningspatrouille in de richting van Haagse Schouw uit te zenden om vast te stellen of daar vijandelijke parachutisten waren geland. De ter verkenning uitgezonden groep onder commando van dienstplichtig wachtmeester H.E. Knol stootte in de omgeving van Maaldrift op vijand, waarbij een zijspancombinatie door vijandelijk vuur werd getroffen en de bemanning werd verwond. Een deel van de patrouille stootte al vurend door in de richting Haagse Schouw, reed via Schiphol naar Amsterdam en wist later over Leiden en Voorschoten naar Wassenaar terug te gaan. Een ander gedeelte keerde direct naar Wassenaar terug en bracht verslag uit. De toenmalige patrouillecommandant weet zich te herinneren:
Omstreeks 4.40 uur gaf C.-1 R.H.M. aan C.-2-1 R.H.M. bevel om de bij Maaldrift en Haagse Schouw gelande vijandelijke parachutisten over een breed front ten noordwesten van de rijksweg aan te vallen en aan C.-M.E.-1 R.H.M. om zich in Wassenaar bij C.-2-1 R.H.M. te melden. In verband met de melding van een nieuwe landing van parachutisten ten oosten van de rijksweg Wassenaar-Haagse Schouw kreeg C.-Staf.-1 R.H.M. eveneens omstreeks 4.40 uur opdracht met een detachement van de staf, dat bestond uit personeel van de commandogroep en de verbindingsafdeling versterkt met S.Mr.-1 R.H.M., langs en ten oosten van de rijksweg te verkennen en zo mogelijk Haagse Schouw te bezetten. Omstreeks 4.50 uur kreeg C.-E.Pag.-1 R.H.M. opdracht een sectie pantserafweergeschut ter ondersteuning van 2-1 R.H.M. en de staf naar de weg Wassenaar -Haagse Schouw te zenden en de andere sectie ter ondersteuning van M.E.-1 R.H.M., dat zich inmiddels bij een driesprong van wegen ten zuiden van Rijksdorp bevond. Achtereenvolgens zal aan de verrichtingen van 2-1 R.H.M. en het detachement van de staf, M.E.-1 R.H.M. en E.Pag.-1 R.H.M. aandacht worden besteed. Tegenacties van het 2e eskadron en het detachement van de staf. C.-2-1 R.H.M., ritmeester A.C. Eland, had 2-2-1 R.H.M. als voorhoede vooruitgezonden met de opdracht vijandelijke parachutisten op en aan de rijksweg Wassenaar-Haagse Schouw direct aan te vallen. C.-2-2-1 R.H.M., kornet T. van Renterghem, stuitte tijdens de opmars over deze rijksweg met zijn peloton ter hoogte van Landlust op vijand, waarmee een vuurgevecht werd aangegaan. Inmiddels was C.-Staf-1 R.H.M., reserve 2e luitenant P.N. de Leeuw, met het detachement van de staf in de richting van Haagse Schouw opgerukt en eveneens ter hoogte van Landlust met de vijand in gevecht geraakt. De mortieren werden hierbij in stelling gebracht; maar lonende doelen deden zich niet voor. Vijandelijke parachutisten, die zich bij een rechts van de weg gelegen villa hadden verschanst, werden stormenderhand verdreven. Het detachement trachtte vervolgens over de weg in de richting van Haagse Schouw door te stoten, maar moest door vijandelijk vuur op de eerder bereikte positie terugvallen waarna het een opstelling innam met een breed front rechts van de weg. Inmiddels was C.-2-1 R.H.M. met de commandogroep het voorhoedepeloton gevolgd. Hij had 1-2-1 R.H.M. en 3-2-1 R.H.M., respectievelijk gecommandeerd door 1e luitenant J.L. Maris en wachtmeester J.H. Gernaat, opdracht gegeven de commandogroep aanvankelijk over de rijksweg te volgen, vervolgens bij de eerste weg links in noordelijke richting af te slaan en ten noorden van Maaldrift nadere orders af te wachten. In de omgeving van de driesprong bij Landlust trof C.-2-1 R.H.M. het voorhoedepeloton en het detachement van de staf aan, die in hevige gevechten met vijandelijke parachutisten waren gewikkeld. Er werd onmiddellijk afgestegen en in dekking gegaan. Een stuk pantserafweergeschut onder commando van wachtmeester W. van de Groep, dat ter versterking was gearriveerd, werd in stelling gebracht om de vijand ten noordwesten van de weg onder vuur te nemen. Omstreeks 5.30 uur verschenen enige Duitse jachtvliegtuigen, die de huzaren onder vuur namen. Deze jachtvliegtuigen werden direct gevolgd door vijandelijke transporttoestellen, die in de richting van Valkenburg de landing inzetten. Tijdens een vuurpauze begaf C.-2-1 R.H.M., die inmiddels het gezichtsverband met zijn commandogroep had verloren, zich achterop de motor van een ordonnans naar 1-2-1 R.H.M. en 3-2-1 R.H.M. Twee groepen van 1-2-1 R.H.M. bevonden zich bij de driesprong aan de noordwestelijke punt van Maaldrift, terwijl de derde groep een vooruitgeschoven positie in oostelijke richting had ingenomen. 3-2-1 R.H.M. bevond zich ten noordwesten van de brug over de Wassenaarse Wetering. Er werd een patrouille in de richting van het vliegveld Valkenburg uitgezonden, die de Wassenaarse Wetering niet direct kon overschrijden en daarom eerst in noordoostelijke richting voorwaarts ging. Hierbij werden al snel in het voorterrein vijandelijke parachutisten waargenomen. Bij verder doorstoten raakte de patrouille tussen de vijand verzeild, maar men wist uit te wijken en zich later weer aan te sluiten. Omstreeks 6.30 uur kreeg C.-2-1 R.H.M. bevel om een Nederlandse infanterie-eenheid, die uit Leiden tegen Valkenburg zou oprukken, zoveel mogelijk te ondersteunen. Hij gaf 1-2-1 R.H.M. en 3-2-1 R.H.M. opdracht aan weerszijden van de Wassenaarse Wetering verkennend voorwaarts te gaan. Hierna begaf C.-2-1 R.H.M. zich weer naar de rijksweg om contact te zoeken met de commandogroep en 2-2-1 R.H.M. Om circa 8.00 uur werd bericht ontvangen dat de twee noordelijke pelotons in een vuurgevecht waren gewikkeld. Kort hierna landde op Maaldrift een vijandelijke transporttoestel met luchtlandingstroepen. Na te zijn uitgestegen rukten deze vijandelijke troepen op naar de westrand van Maaldrift. C.-2-1 R.H.M. zag de verbinding van 1-2-1 R.H.M. en 3-2-1 R.H.M. met de weg bedreigd en meldde dit aan de regimentscommandant. Tegelijkertijd werd bericht ontvangen dat 3-2-1 R.H.M. langzaam door de vijand werd teruggedrongen, waarna beide pelotons opdracht kregen om in zuidwestelijke richting terug te trekken. Het detachement van de staf, dat eerder ten noordoosten van de villa aan de rijksweg in stelling was gekomen, had in de tussentijd zwaar vijandelijk vuur uit westelijke richting ontvangen. Toen C.-Staf-1 R.H.M. vreesde door de vijand te worden ingesloten, had hij het detachement een paar honderd meter langs de rijksweg teruggetrokken en daar een nieuwe stelling ingenomen. Na de zojuist genoemde landing van een vijandelijk vliegtuig, verplaatste hij het detachement naar een opstelling aan de oostelijke rand van Maaldrift. Om circa 9.30 uur gaf C.-1 R.H.M. opdracht op Wassenaar terug te gaan. De vijand was toen tot de westelijke rand van Maaldrift en tot de Hogeboomseweg opgerukt. Na dit bevel aan 1-2-1 R.H.M. en 3-2-1 R.H.M. te hebben doorgegeven wist C.-2-1 R.H.M. met de commandogroep nog juist dwars door het terrein terug te gaan. Hij kreeg vervolgens bevel aan de noordoostelijke rand van Wassenaar een opstelling tussen de rijksweg en de Zijlwetering in te nemen. Bij aankomst bleek 3-2-1 R.H.M. reeds aanwezig te zijn; 1-2-1 R.H.M. had moeite zich uit het gevecht los te maken en kwam slechts geleidelijk terug. De ingenomen stelling is tot de volgende morgen door 2-1 R.H.M. (minus een peloton) bezet gebleven. 2-2-1 R.H.M. en het detachement van de staf hadden eveneens het bevel ontvangen op Wassenaar terug te gaan. 2-2-1 R.H.M. was vervolgens naar de Katwijkseweg verplaatst, waar het zich bij C.-M.E.-1 R.H.M. had aangesloten. Dit peloton zou zich pas in de morgen van 11 mei bij C.-2-1 R.H.M. terugmelden. De staf kreeg in de verdere loop van de morgen opdracht de noordelijke uitgangen van Wassenaar te bewaken, waarna deze uitgangen tot het eind van de middag werden bezet. Gedurende de gevechten ten noorden van Maaldrift waren enige huzaren in vijandelijke gevangenschap geraakt. Zij zouden later door de vijand gevangen worden gehouden in het dorp Valkenburg, waar zij meermalen aan Nederlandse artilleriebeschietingen bloot zouden komen te staan. Na de capitulatie zouden deze krijgsgevangen worden vrijgelaten. Een van hen herinnert zich dat zij toen op eigen gelegenheid met de tram naar Den Haag mochten reizen om zich bij hun inmiddels daar aanwezige regiment aan te sluiten.
Tegenacties van het mitrailleureskadron.
Na omstreeks 4.40 uur bevel te hebben ontvangen zich in Wassenaar te melden bij C.-2-1 R.H.M. had C.- M.E.-1 R.H.M., ritmeester J.P. Ilcken, tevergeefs getracht hieraan gevolg te geven. Vervolgens kreeg C.-M.E.-1 R.H.M. bevel om zich met zijn eskadron, waaraan in verband met de bewaking van de rijkswegen 1-M.E.-1 R.H.M. en 4-M.E.-1 R.H.M. ontbraken, op de rijksweg in de omgeving van Maaldrift bij C.-2-1 R.H.M. te melden. Met de mitrailleurs op de luchtdoelstangen werd naar Maaldrift gemarcheerd, waar met C.-2-1 R.H.M. echter geen contact kon worden verkregen. Het eskadron nam vervolgens een opstelling in aan de rijksweg tussen Zuidwijk en Landlust, waarbij een sectie tegen luchtdoelen en de andere tegen gronddoelen in actie werd gebracht. Omstreeks 5.00 uur ontving C.-1 R.H.M. bericht dat vijandelijke troepen uit de richting Katwijk en Valkenburg naar Wassenaar oprukten. C.-M.E.-1 R.H.M. kreeg opdracht de beide secties zware mitrailleurs naar de driesprong van wegen Wassenaar-Wassenaarse Slag-Katwijk te verplaatsen, waar aan weerszijden van de weg een opstelling werd ingenomen. Hierbij werd 2-M.E.-1 R.H.M. opgesteld met directe richting op het vliegveld Valkenburg, terwijl 3-M.E.-1 R.H.M. in stelling werd gebracht om de duinrand tussen Rijksdorp en De Pan te bewaken en zo te voorkomen dat de vijand naar het duingebied zou uitwijken. Na enige tijd arriveerde ter versterking 1-E.Pag.-1 R.H.M. Met de rechter sectie zware mitrailleurs en een daartussen in stelling gekomen stuk pantserafweergeschut werden de inmiddels op het vliegveld Valkenburg gelande Duitse vliegtuigen onder vuur genomen. De sectie pantserafweergeschut werd om circa 6.15 uur naar de rijksweg tussen Wassenaar en Haagse Schouw verplaatst. Omstreeks 6.30 uur werd M.E.-1 R.H.M. verplaatst naar Katwijkseweg bij Oostdorp, waar de zes zware mitrailleurs in linie werden opgesteld en het vliegveld Valkenburg opnieuw onder vuur werd genomen. C.-1 R.H.M. ontving om circa 11.00 uur bericht dat de Nederlandse bezetting van Wassenaarse Slag, na door de vijand te zijn aangevallen, op de terugtocht was. In verband hiermee werd M.E.-1 R.H.M. naar Wassenaarse Slag verplaatst, waar 2-M.E.-1 R.H.M. een opstelling ten noorden van Wassenaarse Slag aan de westrand van Rijksdorp innam en 3-M.E.-1 R.H.M. een opstelling ten zuiden van Wassenaarse Slag. In een nabij gelegen uitzichttoren werd een waarnemingspost ingericht. Na enige tijd werd door burgers gemeld dat vijandelijke troepen vanuit noordelijke richting over de weg in opmars waren. In verband hiermee werd 2-M.E.-1 R.H.M. naar de noordelijke rand van Rijksdorp verplaatst. De gemelde vijandelijke opmars bleef echter uit. In de tussentijd had C.-2-2-1 R.H.M. zich met een gedeelte van zijn peloton ter sterkte van ruim anderhalve groep bij C.-M.E.-1 R.H.M. aangesloten. Deze huzaren-motorrijder werden voor de beveiliging van de zware mitrailleurs ingezet. De toenmalige pelotonscommandant weet zich te herinneren dat hij later met een patrouille werd uitgezonden om in het duingebied naar vijandelijke parachutisten te zoeken en zo mogelijk de vijandelijke westelijke flank bij Valkenburg te verkennen. Na het uitvoeren van deze opdracht had hij zich bij C.-M.E.-1 R.H.M. teruggemeld.
Tegenacties van het pantserafweereskadron. Zoals eerder is vermeld, had C.-E.Pag.-1 R.H.M., reserve 1e luitenant Jhr. A.J.E.E.C. van der Heijden van Doornenburg, omstreeks 4.50 uur opdracht gekregen een sectie pantserafweer-geschut ter ondersteuning van M.E.-1 R.H.M. in te zetten en de andere sectie ter ondersteuning op de rijksweg Wassenaar-Haagse Schouw. C.-1-E.Pag.-1 R.H.M., 2e luitenant A.W.F. von Balluseck, kreeg bevel zich met de sectie naar M.E.-1 R.H.M. te begeven, dat zich bij de driesprong Wassenaar-Wassenaarse Slag-Katwijk bevond. Een vuurmond werd op deze driesprong opgesteld. De andere werd tussen de zware mitrailleurs met richting op het vliegveld Valkenburg in stelling gebracht, waarna het vuur op de inmiddels gelande vijandelijke vliegtuigen werd geopend. C.-E.Pag.-1 R.H.M. reed naar de Katwijkseweg om de opstelling van 1-E.Pag.-1 R.H.M. te inspecteren. Omstreeks 6.15 uur kreeg hij bevel om deze sectie eveneens bij de rijksweg in te zetten. C.-1-E.Pag.-1 R.H.M. werd opgedragen ten oosten van de weg Wassenaar-Haagse Schouw op te rukken en het detachement van de staf zo mogelijk te steunen. Vervolgens begaf C.-E.Pag.-1 R.H.M. zich naar de rijksweg om zich ter plaatse van de toestand op de hoogte te stellen. Na daartoe omstreeks 4.50 uur opdracht te hebben ontvangen was C.-2-E.Pag.-1 R.H.M., wachtmeester L. van der Veer, met de sectie naar de rijksweg gemarcheerd om zich bij C.-2-1 R.H.M. of C.-Staf-1 R.H.M. te melden. Een stuk pantserafweergeschut onder commando van wachtmeester W. van de Groep werd ter hoogte van Landlust langs de weg in stelling gebracht. Het andere stuk kwam aanvankelijk op een zijweg bij Maaldrift in stelling en later in een weiland tegenover de vleeswarenfabriek. De vijandelijke transportvliegtuigen, die vanaf 5.30 uur op het vliegveld Valkenburg landden, werden door het pantserafweergeschut onder vuur genomen. Verschillende toestellen werden op de grond vernield, terwijl een enkel dalend toestel in de lucht kon worden geraakt. Het tegenover de fabriek opgestelde stuk werd na enige tijd door de opdringende vijand bedreigd. In een latere verklaring bracht de toenmalige schutter, dienstplichtig huzaar J. Timmerman, naar voren:
De stukken pantserafweergeschut van 1-E.Pag.-1 R.H.M., die inmiddels eveneens ter ondersteuning waren gearriveerd, bleken niet door het ten oosten van de rijksweg gelegen polderterrein, dat met sloten was doorsneden, naar het ten noordoosten van de villa aan de rijksweg in stelling gelegen detachement van de staf te kunnen worden verplaatst. Een verplaatsing over de weg was evenmin mogelijk omdat het desbetreffende weggedeelte door vijandelijk vuur werd bestreken. C.-1-E.Pag.-1 R.H.M. had de vuurmonden, trekkers en motoren onder bewaking bij de vleeswarenfabriek achtergelaten en was daarna met de afgestegen sectie verspreid door het terrein voorwaarts gegaan om de staf met lichte wapens te ondersteunen. Zoals eerder is vermeld, had C.-1 R.H.M. omstreeks 9.30 uur opdracht gegeven op Wassenaar terug te trekken. Onderweg werden de secties van E.Pag.-1 R.H.M. vanaf de grond en uit de lucht onder vijandelijk vuur genomen, waardoor enige motoren en trekkers werden getroffen; er vielen echter geen gewonden. Na op de noordoostelijke rand van Wassenaar te zijn teruggegaan werd een opstelling ingenomen met 1-E.Pag.-1 R.H.M. aan de weg ten westen van de trambaan en 2-E.Pag.-1 R.H.M. aan de rijksweg.
Gevallen in de strijd bij Maaldrift. In de strijd bij Maaldrift sneuvelden wachtmeester M.C.M. Kamps en de dienstplichtige huzaren D.W. Rattink, J. Smit en S. Weiland. Voorts viel een groot aantal gewonden, waarvan korporaal A. Oudhof, huzaar der 2e klasse H.T. IJkema en de dienstplichtige huzaren W.J. Sneujink, J.W. van Spijker, H. Tolsma, H. van van der Voort, G. Warmels, M.J. Warmerdam en P. Westers zouden overlijden. Dienstplichtig huzaar H.F. Kuipers, die bij Maaldrift gewond was geraakt, zou tijdens de verpleging van zijn oorlogsverwondingen complicaties krijgen en als gevolg daarvan ongeveer anderhalf jaar later overlijden. Twee gevallenen van 2-1 R.H.M. werden postuum onderscheiden. Aan dienstplichtig huzaar J. Smit, die met zijn lichte mitrailleur onder vijandelijk vuur de terugtocht van zijn peloton dekte, daarbij ernstig gewond raakte en op het gevechtsveld overleed, werd het Bronzen Kruis verleend. Dienstplichtig huzaar M.J. Warmerdam werd eveneens met het Bronzen Kruis onderscheiden. Volgens de desbetreffende mutatie had hij onder hevig vijandelijk vuur berichten overgebracht, voor aanvulling van munitie gezorgd en daarbij zijn leven verloren. Verdere acties in Wassenaar en directe omgeving. Aangezien 1 R.H.M. tegen de vijandelijke parachutisten ten noorden van Wassenaar was ingezet, had de Commandant Vesting Holland het regiment niet meer als snel verplaatsbare reserve beschikbaar. Om het weer als zodanig tot zijn beschikking te krijgen, werd aan de Commandant Ie Legerkorps opdracht gegeven een bataljon infanterie naar Wassenaar te dirigeren. Voorts kreeg een compagnie van het Depotbataljon Grenadiers bevel zich zo snel mogelijk van Den Haag naar Wassenaar te begeven. Deze compagnie arriveerde omstreeks 11.30 uur in Wassenaar en kreeg daarna van C.-1 R.H.M. opdracht vermoedelijk op het landgoed Zuidwijk aanwezige vijandelijke parachutisten aan te vallen en te vernietigen en vervolgens het landgoed te bezetten. Bij het doorzoeken van Zuidwijk bleken daar echter geen vijandelijke parachutisten aanwezig te zijn. Omstreeks 18.00 uur gaf C.-1 R.H.M. de compagnie bevel om vanuit Zuidwijk in westelijke richting op te rukken en het terrein tussen Maaldrift en Wassenaar van vijand te zuiveren. Door vijandelijk vuur, dat uit de richting van Haagse Schouw en uit een blok huizen op Maaldrift werd afgegeven, kon echter niet voorwaarts worden gegaan. Aangezien de door de compagniescommandant ter ondersteuning aangevraagde zware mitrailleurs niet beschikbaar waren, werd 2-E.Pag.-1 R.H.M. ter beschikking gesteld. Deze sectie kreeg vervolgens opdracht het huizenblok onder vuur te nemen, waartoe de vuurmonden eerst onder vijandelijk vuur naar de overzijde van de rijksweg moesten worden verplaatst. In een verklaring bracht een toenmalige stukscommandant, wachtmeester W. van de Groep, later naar voren:
Vervolgens werden de vuurmonden in stelling gebracht en de huizen onder vuur genomen, zodat de vijand hieruit werd verdreven. 2-E.Pag.-1 R.H.M. nam hierna een opstelling in ten noorden van Den Deijl. In de loop van de middag werden enige laag overkomende vijandelijke vliegtuigen waargenomen. Na een daartoe aan wachtmeester Van de Groep gedaan verzoek kregen de schutters van beide stukken, de dienstplichtige huzaren J. Timmerman en H. van Vught, toestemming het vuur op deze vliegtuigen te openen. Daarbij slaagden zij erin om twee toestellen neer te halen. 2-E.Pag.-1 R.H.M. kreeg omstreeks 19.00 uur bevel om zich weer bij het eskadron aan te sluiten. Wachtmeester Van de Groep en de huzaren Timmerman en Van Vught werden voor hun optreden tijdens deze eerste oorlogsdag onderscheiden met het Bronzen Kruis. Inmiddels had C.-1 R.H.M. omstreeks 16.00 uur aan C.-M.E.-1 R.H.M. opdracht gegeven zich met het eskadron op de Spelderslaan in Wassenaar bij een kapitein van het Luchtvaartbedrijf te melden. Van deze kapitein werd vernomen dat de vijand zich tussen de westrand van Duinrell en de Wassenaarse Slag en in de omgeving van de watertoren en park De Kievit had genesteld. C.-M.E.-1 R.H.M. kreeg opdracht bij de westrand van Duinrell in stelling te gaan om de vijand het verder doordringen onmogelijk te maken. Bij de verplaatsing naar de aangewezen stelling, die bijna een uur vergde, kwam een sectie onder vijandelijk vuur; verliezen deden zich echter niet voor. Nadat in stelling was gekomen ontstond een vuurgevecht waarbij de vijand verliezen werden toegebracht, maar ook aan eigen zijde enige gewonden vielen. De vijand was vervolgens in de richting van de watertoren uitgeweken. C.-2-2-1 R.H.M., kornet T. van Renterghem, die nog steeds met een gedeelte van zijn peloton bij C.-M.E.-1 R.H.M. was aangesloten, kreeg bevel om het beboste terrein in de omgeving van de watertoren te verkennen en een daar aanwezige vijandelijke mitrailleur uit te schakelen. Hij herinnert zich van deze verkenning:
Inmiddels hadden 1-E.Pag.-1 R.H.M. en S.Mr.-1 R.H.M. opdracht gekregen zich naar de brug in de Schouwweg te begeven en zich daar bij C.-M.E.-1 R.H.M. te melden. Deze secties werden aan de Storm van ‘s Gravesandeweg in stelling gebracht, waarna de watertoren en het omliggende terrein onder vuur werden genomen. C.-1-E.Pag.-1 R.H.M., 2e luitenant A.W.F. von Balluseck, vermeldde in zijn gevechtsverslag:
In verband met de melding van het oprukken van eigen troepen moest het vuur na enige tijd worden gestaakt. In de loop van de avond bereikten Nederlandse troepen de watertoren, die verlaten werd aangetroffen. M.E.-1 R.H.M., 2-2-1 R.H.M., 1-E.Pag.-1 R.H.M. en S.Mr.-1 R.H.M. werden ‘s avonds verplaatst naar de Rijksstraatweg, waar tot legering werd overgegaan. Naast de eerder genoemde compagnie Grenadiers waren op bevel van de Commandant Vesting Holland in de loop van de middag delen van het 1e Regiment Infanterie, van het Depotbataljon Grenadiers en van het Depotbataljon Jagers naar Wassenaar verplaatst, waaraan door C.-1 R.H.M. de bewaking van de noordelijke en noordwestelijke rand van Wassenaar werd opgedragen. Voorts was in de namiddag het 6e eskadron van het 3e Regiment Huzaren in Wassenaar aangekomen, dat met de afsluiting van de rijksweg Den Haag-Leiden werd belast.
De treinen van 1 R.H.M. waren met uitzondering van de gevechtstreinen, die bij de eskadrons bleven, direct na het uitbreken van de vijandelijkheden bij het raadhuis De Paauw verzameld. Omstreeks 9.00 uur werd de verzamelde regimentstrein verplaatst naar de Rijksstraatweg en naar aanleiding van de binnenkomende gevechtsberichten om circa 12.00 uur naar het landgoed Wittenburg. In de morgen van 12 mei kreeg C.-1RHM bevel zijn regiment naar Leiden te verplaatsen en zich bij C. Wf.-V-H. te melden. De verdediging van Wassenaar werd aan de aanwezige infanterie overgedragen.
aooa-adjudant-onderofficier-administrateur © J.A. Bom. |