![]() |
Vliegveld Valkenburg |
Mei 1940 |
| Home | Vóór de Oorlog | Bevelvoering | 4e Regiment Infanterie | Mei 1940 | Verliezen | Documenten | Verdere informatie |
22 Depot Bataljon onder majoor Mulder te Leiden.
|
De herovering van de Haagsche Schouw. Majoor Mulder stuurde de navolgende secties op pad, afhankelijk van hun gereedheid vertrokken deze omstreeks 06.30 uur .
De noordelijke en zuidelijke groep zouden respectievelijk aan de
noordwest- en zuidoost kant zelfstandig handelen tegen de overvallers op de
brug om deze in de tang te nemen en zijn vuur te splitsen.
Vervolgens begaf hij zich per fiets naar SMI Bruil die met zijn sectie kaderopleiding -5-22 Dep.Bat. volledig in dekking lag bij het kruispunt van de Lage Morschweg en de grote verkeersweg. Hij bleek geen vijand gezien te hebben en geen schot ontvangen te hebben. De commandant van deze sectie kaderopleiding kreeg vervolgens opdracht
Daarna begaf majoor Mulder zich terug naar de kazerne, en gaf onderweg de luit. Engelman bij de spoorwegovergang aan de Hoge Morsweg bevel naar de brug op te rukken. Een zelfde opdracht gaf hij aan kapitein van Boecop ten aanzien van de sectie dezer compagnie op de Lage Morsweg. Aangezien hem was gebleken dat kapt. Quack, C.-5-22 Dep.Bat., was afgeweken van het hem gegeven bevel, en dus langs de Haagweg en Hoge Rijndijk geen opmars naar de brug plaats vond, gaf Mulder opdracht aan de vaandrig Kallenhorn en Lt. Hylarisus hunner secties langs die weg te laten oprukken en de H.S. aan te vallen. Zo waren dus kort na 8.00 uur acht sectiën van 22 Dep.Bat. en acht sectiën van 15 Dep.Bat. tussen Leiden en de Haagse Schouw ingezet, waarbij vijf compagniescommandanten van twee verschillende bataljons, alsmede twee sectiecommandanten van een dier bataljons, als zelfstandige commandanten optraden. Met en na het optreden van de majoor bij de HS nam hij deze losse eenheden onder zijn bevel. Leutnant H. Teusen, C.-3-6FJR/2 langs de Rijksweg bij Landlust:
Positie van II-Dep.Bat. om 08.00 uur. Het gevecht om de brug zelf is betrekkelijk kort maar bijzonder heldhaftig geweest. Majoor Mulder, (C.-22 Dep.Bat.), had door een gesprek met burgers de indruk gekregen, dat de Duitse brugbezetting auto's dicht liet naderen om ze daarna als hindernis te doen dienen. Hij besloot hiervan gebruik te maken. Te 7.30 uur zond hij daartoe de adjudant-onderofficier-instructeur de Jager met enige onderofficieren, korporaals en manschappen per vrachtauto uit de Morspoortkazerne te Leiden over de Haagweg en de Hoge Rijndijk in de richting van de Haagse Schouw. Hij zelf volgde met zijn ordonnans Velders, op enige afstand per rijwiel. De groep in de vrachtauto wist tot ongeveer 300 m zuid van de brug te naderen. Daarna stelde zij zich op links van de weg, waar werd aangetroffen een groep artilleristen onder commando van de adjudant-onderofficier-pikeur de Vries van de remonteafdeling van 3-4-II Depot B.A. Deze adjudant-onderofficier was met een gedeelte van de remonteafdeling, welke geheel ongewapend was, gelegerd in een verbouwd botenhuis, ongeveer één km zuid-oost van de brug, aan de Hoge Rijndijk. Nadat hij had vastgesteld dat de brug door de vijand was bezet, had hij zich met een motor met zijspan begeven naar C.-II-Dep.B.A. te Voorschoten, van wie hij de beschikking kreeg over 20 á 25 man met karabijnen en munitie. Met deze afdeling was hij wederom opgerukt tot dicht bij de brug bij de Haagse Schouw, waar hij werd aangetroffen door Mulder. Behalve enig vuur uit vliegtuigen was er tot op dat moment nog geen schot gevallen. Het viel op, dat bij het café aan de Haagse Schouw enige burgers stonden. Majoor Mulder, die zich met een ordonnans +/- 300 m zuid van de brug op de Hoge Rijndijk bevond, zag kans aan de rechterkant van de weg de brug tot ongeveer 80 m te naderen, alwaar hij ter zijde van een huis een artillerist en een burger aantrof. Deze deelden hem mede. dat van achter het huis uitzicht op de brug kon worden verkregen. Achter het huis aangekomen nam hij van de artillerist de karabijn over en stelde beide parachutisten buiten gevecht, een dood en de ander gewond. Hij rende naar de brug. De sergeant Lovink, uit de groep van aoo de Jager, voegde zich bij hem. Tegelijk schoten zij op een derde Duitser die gedood werd, waarop de rest der bezetting zich overgaf. Hierbij werden twee mitrailleurs buitgemaakt waarmee de armzalige bewapening van de rekruten werd gemoderniseerd. Het café de Haagsche Schouw werd bezet. De vijandelijke weerstand was hiermee nog lang niet ten einde.
Een
goed gedekt mitrailleursnest in de boerderij van Westgeest, op de weg naar het dorp Valkenburg, een
zijstraat van de rijksstraatweg, veroorzaakte
verliezen bij de Nederlandse troepen. * Mevrouw Annie Westgeest woonde tegenover de Haagsche Schouw en zag op de vroege ochtend Duitse parachutisten uit de bijna al blauwe hemel vallen: [72]
Positie huize Westgeest.
*
Ook hier
was de majoor Mulder de crisis meester.
In gezelschap van de adjudant
de Jager en korporaal de Leeuw rende hij de weg over, verschafte zich toegang tot het café
en via de achterdeur renden zij dwars over de weg naar Valkenburg naar een
steenhoop, en onder dekking hiervan openden zij het vuur op de MG bemanning. De tamboer J.G. Jansen werd gedood bij een poging om geweren en munitie van de gesneuvelden te halen en ook viel de Heer G.J. Wickevoort Crommelin, hij wilde een gewonde Duitse soldaat helpen, hij was arts. De soldaat pakte zijn pistool en schoot hem pardoes neer. De vijand had zich verder verschanst in de boerderij van Westgeest, links van de weg naar Valkenburg, van waaruit hij elke verdere gewaagde onderneming door vuur afstrafte. Zo sneuvelde wachtmeester Pater (C.-Det.5-IV-Dep.Afd.B.A.), die Mulder gevolgd was en moedig door de tuin van de woningen achter het café naar voren ging om de tegenpartij bij de boerderij in de flank te komen. * De verzorging van de doden en gewonden bij de
Haagsche Schouw was grotendeels het werk van de Oegstgeester arts
Bartels van de Morsweg die, samen met verpleegster mevrouw Stakenburg
van de Rijndijk, direct ter plaatse was om bijstand te verlenen. In de
namiddag verschenen twee Nederlandse militaire artsen, maar toen waren
alle doden en gewonden al afgevoerd. Mevrouw Stakenburg heeft ook
daarna de gewonden in de ziekenhuizen bezocht en daarvoor de dank van
de Duitse gezant in Nederland in ontvangst mogen nemen.
* De eerste Duitsers, die van de kant van de Haagse Schouw in de vroegte het dorp binnengedrongen waren, hadden een boer gedwongen z'n hit voor de wagen te spannen en voor hen uit te rijden. Zie voor vervolg, 10 mei deel
4, Depot troepen rondom de
Haagsche Schouw en Maaldrift |