Rijsoord.

's Ochtends om 09.20 ondertekent Generaal Winkelman in Rijsoord de capitulatieovereenkomst ten overstaan van generaal Küchler. De gehele Nederlandse weermacht moest als krijgsgevangene worden beschouwd.

  image-1 Generaal Winkelman in Rijsoord in gesprek met Duitsers.

De Wassenaarse Slag.

De krijgsgevangenen van I-1R.I. in het huisje over de Klip in de duinen bij Wassenaar zaten daar vier dagen en nachten zonder voedsel, gelukkig wel water. Ook zij verplaatsten zich naar hun onderkomens van 10 mei.

 

Het Dorp Valkenburg.

Pater de Boer,

  • Woensdagmorgen gingen wij per auto voor het laatst naar Valkenburg. Het was met recht "valkenburg". De eerste speldeprik van de bezetting moesten wij direct voelen, verlof vragen aan den bezetter. Het werd toegestaan en na enig zoeken vonden wij onze mannen, vuil en vies, ongeschoren in een schuur. Vanaf 10 Mei hadden ze geen warm eten gezien, en nu zouden zij voor het eerst wat warme soep krijgen. De veldprediker las voor de manschappen en de officieren uit de bijbel voor. We deelden nog sigaretten uit. Gauw reden we terug naar Katwijk aan zee: de cantineweg van het 4R.I. vroeg onze aanwezigheid; onze jongens waren daar bezig met het herbegraven van 40 gesneuvelden. Het was somber werk, er moesten kuilen gegraven worden, de soldaten waren moe en het was warm, maar niemand had er aan gedacht zich eraan te onttrekken. Aan de andere kant stond de vrachtwagen met de verminkte resten van de gesneuvelden; er moest dus vlug gewerkt worden. Vanuit Katwijk kwam het I-4R.I. aangemarcheerd. De commandant te paard. Hij liet halt houden, zogenaamd om de doden te eren! Deze herinnering aan deze gebeurtenis is voor mij een zeer onaangename. 
    Op een onkiese manier werd aan onze jongens verweten, dat zij de schuld waren van de slechte afloop. 

Herbegrafenis aan de Cantineweg.

*

 

Soldaat B. Borst in de kwekerij van de Fa. Zwanenburg:

  • Alle krijgsgevangenen waren in groepen verdeeld, elke groep stond onder een onderofficier, ik was bij groep 12. 's Morgens om 8 uur en 's avonds om 8 uur werd er appél gehouden. Dat appél werd door een der officieren van ons kamp afgenomen en deze rapporteerde het aan de Duitser. Het is vanzelfsprekend dat wij door de Duitsers bewaakt werden maar de kwekerij was groot, dus hadden wij bewegingsvrijheid genoeg. Meestal lagen wij buiten in het heerlijke voorjaarszonnetje of in een der broeikassen waarin het lekker warm was. Het eten kregen wij uit de militaire keuken te Oegstgeest. Wij konden ons dus weer te goed doen aan het goede eten dat we in de kazerne gewend waren. De kuch leverde moeilijkheden op want we hadden geen van allen een mes bij ons zodat we die in stukken moesten breken. Maar we kregen het naar binnen en dat was de hoofdzaak!

    Er gebeurde niet veel bijzonders in het kamp, alleen verveelden wij ons geweldig. Wij hoopten dat we weer gauw vrijgelaten werden, elk uur, dat we in krijgsgevangenschap moesten doorbrengen was er ons een teveel. Dikwijls kwamen er Nederlandse militairen ons bezoeken. Overste Trapman uit Leiden kwam ons opzoeken en 3 wachtmeesters van mijn Batterij hebben van hun belangstelling voor ons blijk gegeven. Dat deed ons goed om weer bekenden te zien en te spreken. Het grootste gedeelte van de krijgsgevangenen waren infanteristen en woonden in Zuid Holland. Daarom kwamen veel burgers om hun familieleden op te zoeken die in de omtrek van Valkenburg gemobiliseerd waren. Als een burger aan de ingang van het kamp kwam en naar iemand vroeg dan werd het gehele kamp afgezocht naar de gevraagde. Het was prettig voor de betrokken persoon wanneer de betreffende soldaat aanwezig was. Men kan begrijpen dat dan het weerzien vol ontroering en blijdschap was. Maar er waren ook velen die in dit kamp hun verlorenen niet vonden. Voor hen was dat een sombere en ongunstige voorbode. Zij hoopten dat de gezochte ergens anders zou zijn, maar waar en hoe?

    Ik bleef liever maar niet teveel bij de ingang van het kamp waar geregeld andere mensen kwamen om hun familieleden op te zoeken. Steeds weer waren daar die blijde ontmoetingen, het bij elkaar zitten van die mensen, die elkaar terug vonden en hun gepraat over het weer was voor mij niet om te zien en te horen, want ik wist nog niets van mijn moeder.

    In het kamp werden gratis briefkaarten verstrekt, 3 of 4 heb ik er naar huis gestuurd. als de een niet over kwam dan de ander wel  dacht ik. Op de kaarten mochten we alleen, vermelden dat we in krijgsgevangenschap zaten en in goede welstand verkeerden. De nachten brachten wij door in het gebouwtje van de kwekerij beneden waren er twee vertrekken ingericht en boven ook. Op de vloer lagen schotten en rieten matten, waarop wij moesten liggen. De kleren hielden we aan voor de warmte, terwijl we met z'n 2en een deken hadden. Wij hadden er niet zoveel warmte van, want de nachten waren koud. De beschikbare ruimte waren voor ons allen amper groot genoeg, we lagen dicht op elkaar. Ik lag op de zolder bij het raampje tussen mijn vrienden. 's Nachts werd ik  eens wakker en bemerkte dat ik rustig met mijn hoofd tegen een ander z'n zweetvoeten had geslapen.

     

 

Leidsjaarboek 1995. Machiel de Jong Azn (1891-1985)

  • 15 mei. Ik ben wel nieuwsgierig naar het vliegveld, hoe of het er daar uitziet.
    Ik ga er maar heen, misschien krijg ik wel de kans er te komen. Zonder vragen
    maar, want dan wordt het vast geweigerd. Trouwens, aan wie moet ik het
    vragen, aan de Duitsers?
    Dus ik loop maar door of het mij is toegestaan. Hospitaalsoldaten zijn druk
    in de weer met gewonden of doden op een baar weg te dragen. In het weiland
    liggen de koeien met opgezwollen buiken te braden in de zon. Op enige afstand
    zie ik dode soldaten, aan de uniform te zien meest Duitsers, sommige met de
    kleren half verbrand, anderen nog verward in de strengen van hun parachute...
    Het is afschuwelijk om te zien, ik heb er nu genoeg van, ik ga terug, ik heb
    een slagveld gezien. Nog even ging ik naar het dorp Valkenburg, waar menig
    burger is gedood. Huizen zijn stukgeschoten, meubelen liggen verspreid. Er
    is bijna geen huis ongedeerd gebleven. Droevige tonelen speelden zich af,
    burgers waren in de kelders weggescholen voor het geschut en een groot aantal
    had in de kerk zijn toevlucht gezocht, met alle gevolgen van dien,
    Ik had er nu schoon genoeg van. Op weg naar huis viel mij op, dat alle
    bomen aan de Zeeweg naar Katwijk-Binnen zo ontveld waren, ze boden een
    zielige aanblik.

*

 

4R.I.

Overste Buurman had opdracht gegeven om de standaard van het vierde Regiment Infanterie en het geheime archief te verbranden om te voorkomen dat het in 's vijands handen zou vallen.

Bij de cp. van 4R.I. meldden zicht twee Duitse officieren uit Valkenburg, Oberst Heyser met zijn adjudant Lt. Forster die eisten dat Katwijk aan de Rijn ontruimt zou worden, zodat overste Buurman aan de Divisie Commandant verzocht de troepen uit Noordwijk afkomstig daarheen te doen teruggaan en het gehele III-4R.I. onder te brengen in Katwijk aan Zee. Het werd toegestaan.

Delen van het vierde regiment infanterie hadden de nacht doorgebracht in het weeshuis te Katwijk aan Zee. Er werd appèl gehouden, ze stonden aangetreden op hetzelfde terreintje achter het weeshuis waarvan ze vijf dagen tevoren ten strijde waren getrokken. Voor de ligusterhaag, waarmee de plaats omheind was, stonden tafeltjes opgesteld waarachter de schrijvers gezeten waren. De administrateur voerde daar het bewind. Eén voor één werden de namen afgeroepen. Als niemand "present" riep werden er vragen gesteld. De antwoorden werden nauwkeurig opgeschreven. Het duurde lang en één van de jongens vond een slagpijpje van een handgranaat. Hij stond er wat mee te knoeien en opeens begon het apparaat te sissen. De compagnie had het geluid meer gehoord in de afgelopen dagen en het leren vrezen. "Een handgranaat!" schrok één van de omstanders. Op dat woord stoof de hele troep uiteen. In hun vlucht liepen ze de tafeltjes omver en sprongen over de heg heen. Anderen persten zich met alle geweld tegelijk door een nauw steegje en een deur. Zelfs de man die dit alles ontketend had rende mee! Net op dat moment kwam de vader van Piet van Dijk het terrein op lopen om zijn zoon op te zoeken. Verwonderd bekeek hij het gedoe van de soldaten. Zijn zoon kwam wat beduusd uit het fietsenhok. Hij mankeerde niets. Anderen werden in het gras gelegd om bijgebracht te worden of hadden kneuzingen opgelopen! De volgende dag moesten ze in linie door de duinen en het vliegveld om de doden te zoeken en te bergen.

*

Regimentsaalmoezenier Pater de Boer:

  • Die dag marcheerde door Katwijk, langs het slagveld en langs de Nederlandse gesneuvelden de "Bremerbrigade", het 22e Reg.Luchtinfanterie onder commando van Kol. Oberst Heyser. Op vrijdag trok onder Commandant Majoor Freiherr van Puttkammer, heel merkwaardig, een ander 4e Regiment Infanterie Noordwijk binnen. 

Wat de regimentsaalmoezenier niet wist dat dit het SS Totenkopfregiment Nr. 4 was. (Deze vertrok in juni 1941, ruim op tijd naar het oostfront.)

 

1e sectie 2-I-1R.I.
(14 mei.)

Omstreeks 19.45 uur werd door Lt. Guyt het bericht ontvangen dat de strijd gestaakt moest worden. Munitie werd bij II-4R.I. ingeleverd en na overleg met majoor Cramer keerde de luitenant met zijn sectie terug naar Sassenheim. Bij beide groepen van de 1e sectie waren geen doden, vermisten of gewonden te betreuren.

 

6-15-Dep. Bat.

Op woensdag 15 Mei om 10.00 marcheerde de compagnie af naar de oorlogskazerne, Breestraat 66 te Leiden.

 

Kaderopleiding-5-15 Dep.Bat.

Op 15 mei 1940, in goede orde onder bevel van C-6-15 Dep.Bat. naar Leiden teruggemarcheerd, waar de sectie kaderopleiding in de school aan de Paul Krugerstraat werd geconsigneerd. Bij de 3e sectie van 5-15 Dep.Bat. stak men eerst de loop van het geweer Hembrug M95 in een put om hem te verbuigen zodat deze niet meer te gebruiken waren.

 

2e compagnie-I-4R.I.

Toespraak Res. Kaptein W. Dekker.

Wij heffen hart en handen
voor het heil der Nederlanden
en zweren vast den eed:
tot doodsbeproefde trouw
Wilhelmina van Nasauwe
met u te staan gereed.

Niet overwonnen maar overgegeven.

 

I-9R.I. en MC-I-9R.I.

Sgt Nijholt (MC-I-9R.I.) nabij Kasteel Oud Poelgeest te Oegstgeest.

  • De volgende dag hebben we appél, een laatste appél. Onwezenlijk, gekunsteld klinken de commando's: Geeft acht!....Rechts...richten!....Staat! In een vierkant staan we opgesteld. Rechts staat de 1e Compagnie, de rést van de 1e Compagnie. Bijna de helft van de mannen van de 1e Compagnie kan op dit appél, het laatste appél, niet aanwezig zijn.... Vijf dagen.... 

    De majoor spreekt ons toe. Hij zit in het verband, onze majoor. Drie kogels hebben hem geraakt, één in zijn arm, één in zijn zij, één heeft zijn gasmasker versplinterd. Maar hij heeft geweigerd om zich ziek in een hospitaal te laten opnemen, hij is bij ons gebleven, onze majoor. Bebloed en vuil hebben we hem het laatst in actie gezien. Nu is het bloed afgewassen, zijn wonden zijn verbonden, zijn gasmasker heeft hij niet bij zich, schone kleren heeft hij aan.... maar wij zien onze majoor bebloed en vuil...

    Ontroering grijpt ons aan, als hij ons dankt voor hetgeen we hebben gedaan, als hij waardeert, wat we hebben getracht, al hebben we dan onze opdracht niet kunnen volbrengen. Hij wendt zijn blik naar rechts.... naar de 1e Compagnie....salueert, stijgt op zijn paard en rijdt heen.

    "Geeft acht!".... "Rechts uit de flank.... mars!'

    Het is oorlog geweest - wij zijn soldaten geweest.

     

3-2-1RHM

Op 17 mei 1940 verbleven de Huzaren van 1RHM: v.d. Kuip, Zwanenburg, Boerstoel, Zweverink en Jan van­der Zon nog onder Duitse bewaking in de inmakerij en zouterij van Zwanenburg te Valkenburg. Daarna zijn zij op mars gegaan onder leiding van de Nederlandse Majoor Mallinckrodt. De vijf man van het 1 RHM mochten later op eigen gelegenheid met de Blauwe Tram afreizen naar hun onderdeel in Den Haag, waar ze gelegerd waren in het Huis ten Bosch met bijgebouwen. Hier hadden zij met hun dienstkameraden een opgelucht gevoel na alles wat ze hadden meegemaakt. 

Huzaar J. van der Zon, 3-2-1RHM:

  • Toen na de capitulatie de opdracht van de Nederlandse generaal Winkelman kwam dat alle eenheden hun wapens aan de Duitsers moesten overgeven commandeerde de jonkheer "nooit". En toen hebben wij, hechte eenheid als we waren, alle overgebleven 30 auto's en 150 BMW - motoren, met munitie en wapens in brand gestoken op het Malieveld in Den Haag.

Restanten van motoren en auto's van 1RHM op het Malieveld.

Kornet T. van Renterghem in 1993 hierover: 

  • Daarna pleegde ons regiment de eerste grote verzetsdaad. Het was een prachtig regiment dat onder meer de beschikking had over driehonderd BMW-motorfietsen. Na de capitulatie moest het Nederlandse leger al zijn materiaal aan de Duitsers afstaan. Op 16 mei 1940 riep onze commandant, overste Teding van Berkhout, ons samen in Huis den Bosch en vroeg of we het er mee eens waren dat we dat niet zouden doen. Dat waren we natuurlijk. We hebben al onze motorfietsen, legerjacks, wapens en munitie op het Malieveld in Den Haag opgestapeld en onze standaard er bovenop gezet. Teding van Berkhout gooide er hoogstpersoonlijk een handgranaat in en onder het zingen van het Wilhelmus fikte de hele boel af.

 

*****

 Vijf jaren onder het juk van de bezetter volgden.

14 mei  | Demobilisatie. >