11 mei

Dorp Valkenburg

Het dorp Valkenburg werd op de morgen van 11 mei van ‘s morgens half acht af door Nederlandse artillerie (III-2R.A) vanaf noord Katwijk beschoten - majoor Dürst Britt had zijn batterijen in de nacht ten noorden van het uitwateringskanaal verplaatst - , wat langzamerhand grote verwoestingen in het dorp aanrichtte en vele slachtoffers eiste onder de burger bevolking. Ook door I-6 R.A. werd enig vuren afgegeven. Driehonderd Nederlandse krijgsgevangenen zaten er opgesloten in de Nederlands Hervormde kerk

In het schoolgebouw, wat als noodhospitaal was ingericht, waren al spoedig ongeveer 200 gewonden in lokalen en gangen verzameld. Helaas werd ook dit gebouw tot zesmaal toe geraakt. Waardoor reeds gewonden opnieuw werden getroffen; in enkele gevallen zelfs dodelijk. De burgers in het café Het Wapen van Valkenburg maakten zich grote zorgen over hun gezinnen. Bovendien liepen zijzelf ook gevaar. 
Bij hen bevond zich de heer Jac. van der Zwart. Hij schreef in zijn dagboek:

  • ... Vanaf Katwijk werd een sterk granaatvuur geopend. Toen de eerste kwamen aanfluiten kwamen de Duitsers hals over kop binnen hollen en riepen dat we ons moesten dekken. Alles lag stijf tegen en op elkaar. De granaten barstten. Een der eerste sloeg een groot gat in het huis van de weduwe Van Duinkerken, juist aan de overzijde van de straat. In Het Wapen van Valkenburg sloegen alle ruiten stuk. De granaten kwamen geregeld aanfluiten en sloegen om het gebouw in. Dat bracht veel angst en spanning teweeg. Ook de Duitsers waren erg bang. Naast mij was er een Duitser op de grond gaan liggen en ik zag dat hij over zijn gehele lichaam beefde. Zo duurde de beschieting voort totdat om ongeveer 11.30 uur in de morgen van de 11e mei een treffer op Het Wapen van Valkenburg terecht kwam en wel juist op de zaal waarin wij ons bevonden. Het mag een wonder heten dat er slechts één gewonde was, M. Ravensbergen, 17 jaar oud. Deze bleek zo zwaar gewond dat hij daaraan is overleden. Er was een geweldige paniek. De Duitsers schreeuwden dat allen een onderkomen in de kelder moesten zoeken. Eerst liep de kelder van D. Ramp, dus die van het Wapen van Valkenburg vol, die toch vele personen kan bergen. 
       
    Ik dacht bij me zelf: als ik wat talm, is de kelder wellicht zo spoedig vol, dat ik er niet meer bij kan, dan ga ik naar huis en neem mijn vrouw en kinderen, als ze nog leven, mede naar de kelder van onze buren N. en H. van der Nagel. Zodra de kelder dan ook vol was, ging ik naar buiten Ook dit was zeer gevaarlijk, want vanaf de overkant van de Rijn was een geweldig mitrailleur- en geweervuur van de Hollandse militairen. Ik kwam gelukkig goed de straat over en kon toen vanaf het huis van de weduwe van Duikeren beter dekking vinden. De granaten die in het dorp uiteensloegen maakten een geweld als van donderslagen. Zo liep ik langs de huizen en kwam langs de Hervormde Kerk. Deze gaf een troosteloze aanblik. De brandslangen waren op de waterleiding gekoppeld. Op het Kerkstraatje stond een standpijp van de brandspuit maar water te spuiten. De kerk scheen in brand te staan, want uit het dak kwam rook. Zo kwam ik aan bij de hoek van de Lange Commandeursstraat, bij de woning van A. de Vries, om langs de Middenweg naar huis te gaan. Hier werd ik evenwel door een Duitser tegengehouden, die mij beduide langs de begraafplaats te gaan. Ik dacht: dan ga ik om het Marktveld toch naar huis. Maar ook dit plan werd verijdeld, want voor het huis van G. Slootweg stond weer een Duitser, die mij naar de kelder van G. Slootweg stuurde. Daar zat ik nu, maar spoedig was ik niet meer alleen en kwamen er steeds meer mensen bij in die kelder, of beter gezegd kelders, want het was een dubbele kelder en wel een van Nic. Van Egmond. Daar konden heel wat mensen een schuilplaat vinden, hetgeen in de oorlogsdagen dan ook plaatsvond. 

Valkenburger Piet van Duin, werkzaam in het noodhospitaal schreef hierover :

  • De school kreeg ook de eerste treffers te incasseren. Een paniek ontstond. Verschillende gewonden vluchtten uit het raam naar buiten. Twee Duitsers, Piet van der Putten en een andere Hollander bereikten de overkant van de Rijn waar ze zich schuilhielden in een oven waarin dakpannen gebakken werden. Pas op Donderdag (16 mei) werden vriend en vijand gevonden, in zorgvolle omstandigheden. Nog iemand sprong uit het  raam maar het bekwam hem slecht. Bij het vallen werd hij dodelijk getroffen. We konden hem onmogelijk bereiken. Het was Van Vuuren.

Soldaat B. Borst, krijgsgevangen in de kerk;

  • Eerst was het nog veraf bij het vliegveld maar langzaam kwam het geluid der mitrailleurs steeds dichterbij. Dat was geen prettige gewaarwording voor ons. Voor de kogels werden we voldoende beschermd door de dikke kerkmuren waarin de ramen hoog zaten, maar voor de granaten was onze verblijfplaats zeer gevaarlijk. De strijd kwam steeds dichterbij. In de loop van de ochtend konden wij constateren dat er in de directe omgeving van Valkenburg geschoten werd, ook in het dorp werd geschoten. De Duitsers waren in het dorp gedreven en hadden zich in de huizen, die een prachtige dekking boden, verschanst. Zo kwamen wij te midden van de toenemende gevechtshandelingen. Wij vroegen ons af waar de inwoners van Valkenburg toch zouden zijn. Later vernam ik dat velen in de huiskelders waren gekropen, daar zullen zij het ook niet prettig hebben gehad. 
    De strijd werd steeds erger. Een enkele kogel vloog fluitend door de kerkramen waardoor de ruiten rinkelend naar beneden vielen. Gelukkig hadden wij daar weinig hinder van. Was het maar bij een geweerschot gebleven, dan hadden wij niets te duchten. Maar het duurde niet lang of wij hoorden weer het angstaanjagende gieren van granaten. Direct constateerden wij dat ze op Valkenburg afkwamen!
    Vliegensvlug kropen wij onder de kerkbanken om dekking te zoeken voor het moordend staal. Na de eerste granaten volgde spoedig meer, meestal werden er 3 tegelijk afgeschoten. Het dorp was nu het doelwit. Voor ons werd het nu uiterst gevaarlijk, we moesten maar afwachten waar de granaten ontploften. Wij lagen wel onder de banken maar wat voor tegenstand zouden deze bieden als er een granaat door de ramen vloog en de scherven door de kerk vliegen?

2e Luit. F.E. Bodt,  SC.2 -1-III-4R.I. van de vliegveldbewaking welke op 10 mei krijgsgevangen werd genomen, maakte op 20 mei 1940 de navolgende notitie over de dpl. soldaat C. Slijkhuis;

  • Deze heeft, Zaterdag 11 mei 1940, tijdens hevige artillerie beschieting op de Protestantsche Kerk te Valkenburg, die dienst deed als verblijf van plm. 200 krijgsgevangenen, en tijdelijk werd gebruikt als hospitaal, 'n roode-Kruis-vlag geplaatst. Verder heeft hij zich gedurende al die dagen bijzonder onderscheiden door het ophalen van levensmiddelen ten behoeve van allen.

Dpl. soldaat Bernhard van Hemert van de 2sectie van 1-III-4R.I. omstreeks 13.30 u. in de kerk :

  • Worden beschoten door eigen artillerie. De kerk wordt onder vuur genomen. Eenige voltreffers. Paniek! Willen vluchten, doch moeten terug onder bedreiging de vuurwapenen. Wederom worden we in de kerk verzameld, die onder het puin ligt met een paar groote gaten in het dak. Er worden 5 dooden en 10 gewonden geborgen. Deze worden door Duitsche dokter behandeld. 

    Ondertusschen staat het dak van de kerk in brand. Onder het artillerievuur door wordt door vrijwilliger Slykhuis een roode kruisvlag op de toren geplaatst. De battery wordt door de burgemeester gewaarschuwd, dat er 300 krygsgevangenen + gewonden in de kerk zyn. Doch het vuren gaat nog heviger door. Wederom voltreffers. We maken baricades. Winkel wordt leeggehaald, koek en rookgerei wordt verdeeld. Stilt eenigzins den honger. 

    Mei1940.nl

    Dat zou zomaar deze winkel van bakkerij Meurs geweest kunnen zijn.



    Duitschers vechten tegen Hollanders. Hevig mitrailleurvuur. Ik bemachtig een homp brood, dat eenigzins de honger stilt. We drinken allen uit één emmer. De kerk is nog steeds aan het branden!!! Doch als wy gaan blusschen, dan gaat de artillerie des te heviger schieten!!  's Nachts brand hy nog steeds, dus van slapen komt niet veel.

Huzaar J. van der Zon, 3-2-1RHM, ook in de kerk :

  • Ik heb in al die meidagen zo goed als niets gegeten. Toen wij in Valkenburg aankwamen heb ik een broodje gekocht voor een dubbeltje. Die bakker bakte nog voor de gevangengenomen soldaten en burgers. We zaten daar met ongeveer driehonderd man in die Hervormde kerk in Valkenburg. Ik zie nog die half­bloed soldaat in een kerkbank zitten. Ik kwam met mijn broodje en liet hem daar iets van eten, ik had natuurlijk best trek na al die avonturen op het vliegveld Valkenburg, maar ik heb de rest van dat broodje toch maar aan die jongen gegeven want die zat er al de hele dag. De krijgsgevangenen werden door de Duitsers geregistreerd in de boerderij van Egmond in Valkenburg waar alle krijgsgevangenen langs kwamen.  

In vier verklaringen wordt verteld dat de Duitsers in het dorp zendontvangers hadden opgesteld. Mogelijk waren dat korte golf zendontvangers.

  • Een zend en ontvangtoestel stond volgens Berend Borst opgesteld in een schuurtje bij boerderij van W.van Egmond aan de Achterweg 11 die als cp. en lazaret voor Oblt. K. Heyser (C.-IR47) diende.

  • Jan de Vries wist in een documentaire te vertellen dat er een radio stond in het "Witte Huis" alwaar de zenderontvanger van stroom werd voorzien door een soort fiets.

  • Een in de duinen gevangen genomen patrouille wist na de capitulatie te vertellen dat de Duitsers in een bunker in de duinen een apparaat hadden opgesteld wat een zendontvanger leek. Bij vertrek naar een andere locatie is dit apparaat met handgranaten vernield. Het vermoeden bestond dat dit apparaat uit een van de vliegtuigen was gedemonteerd en mogelijk niet functioneerde.

  • H.v. Egmond verklaarde dat in zijn boerderij aan de Broekweg apparatuur stond en dat er draden naar buiten liepen.

Of de Duitsers in Valkenburg daadwerkelijk verbinding hebben gehad met andere Duitsers is (nog) niet bekent.

 

*****

 

Gevechtsgroep 4R.I.

1e Luitenant M. Witkamp, Regimentsarts 4R.I.:

  • Op 11 Mei was de Hp.V. in vol bedrijf (Hospitium Katwijk aan Zee); de lichtgewonden bleven hier; zij, die ingrijpende operatieve hulp noodig hadden werden afgevoerd naar Leiden. Opgenomen werden die dag 25 patiënten, afgevoerd naar Leiden werden 10. Vanuit Leiden werd bericht ontvangen, dat de Ziekenhuizen daar vol waren, terwijl ook een aantal patiënten, na chirurgische hulp, naar ons teruggezonden werden.

 

Kapitein Wagtendonk, Kapitein-Adjudant-C.4R.I.:

  • De commando-post 4 R.I. gonsde deze morgen van de tweede oorlogsdag van de geruchten. Wilde geruchten? De meesten konden direct op hun waarheid getoetst worden en verdwenen veelal linea recta in de prullenmand; van anderen kon alleen de toekomst uitmaken of zij met de werkelijkheid overeenstemden. Meneer, ik heb horen zeggen.... ; Overste, ik heb gezien.... en nu denk ik .... Kapitein, ik kwam een soldaat tegen en die zei .... Iedereen dacht, iedereen wist te vertellen, iedereen méénde nog wat hij zei ook!

 

III-4R.I.

Dpl. soldaat J.Herbert, 3s-MC-III-4R.I.:

  • We hebben honger maar eten is er niet. Het vuren begint weer, artillerie en mortiergranaten. Ook op Valkenburg wordt geschoten. Wij hebben het nu knap rustig, af en toe slaat er een verdwaalde kogel bij ons in. Dan krijgen we een vuurbevel op een weg. We moeten onze stukken in een weiland in stelling brengen. We doen het zo gedekt mogelijk. Ons stuk komt in een slootkant te staan. We zijn juist gereed of dan worden we er zo uitgeschoten. We trekken terug tot het ophoud. Terug naar de duinkant en stellen ons daar op. Dan vuren we zwaar terug tot het ophoud. Plots zien we enige vijanden lopen. Met vlugge sprongen gaan ze naar het bruggetje toe. Wij richten op de brug en als zij er nog een paar meter voor zijn, dan breekt er van ons een hels vuur los. Wij zien er enkele vallen, de rest zocht dekking achter een boerderij. Dan begint de artillerie te vuren. Granaten slaan in en om de boerderij. Puin en stof dwarrelen hoog op. Een paard word een eindweg geslingerd. Dan zien we daar geen vijand meer, het is daar gebeurd.

 

Aan de Wassenaarse Slag.

De zuivering van de duinen uit noordelijke richting, gecoördineerd door overste Buurman die in de heksenketel van deze dag het hoofd boven water probeerde te houden, liep door diverse factoren uit op een mislukking. 
De actie vanuit zuidelijke richting, gecoördineerd door C.-1LK in samenwerking met  II-20 R.I., III-16 R.I en 1-III-15R.A. vanuit Den Haag, vond niet plaats. Zie verslag III-16R.I.

In het voornemen lag de cp.4R.I. in te richten nabij Klein Berkheide. Dit kon in de avond van 10 mei door de duisternis en het tekort aan verbindingsmiddelen dat stuksgewijs per handkar werd aangevoerd geen doorgang vinden. Ook werd in de vroege morgen van 11 mei het aanvalsplan voor de aanval op het dorp Valkenburg opgemaakt en de daaraan door III-2R.A. te verlenen artilleriesteun geregeld.
Aan C.-II-6R.A, werd opdracht gegeven afsluitingsvuur voor te bereiden op enige punten 1000 meter zuid van de Wassenaarse Slag uit een stelling nabij de schietbaan. Verdere vuren konden nog niet worden opgegeven in verband met de volkomen onzekerheid of aan de Slag eigen troepen waren dan wel vijand.

De onvolledige bataljons uit noordelijke richting : I-1R.I., I-4R.I. en II-9R.I., marcheerden door verschillende omstandigheden geheel afzonderlijk op waardoor het niet mogelijk was om, zoals in het voornemen lag, bij het aanbreken van de dag op 11 mei tegelijk uit de bevolen uitgangsstellingen ter hoogte van de Wassenaarse Slag voorwaarts te gaan tegen de Duitsers in de duinen. 

Acties van I-1R.I., I-4R.I. en II-9R.I.

I-1R.I.

Bij die gelegenheid werd in de nacht van 10 op 11 mei één verzwakt Nederlands bataljon ( I-1R.I  ), een aantal secties waaronder een MC sectie waren niet gereed of waren niet beschikbaar,  volledig uit elkaar geslagen. Majoor La Roi was op 10 mei om 17.45 te Rijnsburg opgedragen zijn bataljon over Katwijk aan den Rijn op te laten rukken naar een lijn 500 m zuid van en evenwijdig aan de Wassenaarse Slag. Het bataljon zou de linker flank van de drie bezetten en was met grote voortvarendheid in de namiddag van 10 mei vanuit Katwijk aan de Rijn naar het de Wassenaarse Slag gemarcheerd. 

  • De als beveiliging vooruit gezonden 2e Sectie van de 3e compagnie onder sergeant Muskie (SC.2-3-I-1R.I.) volgde de route over Pompstation-Aanvoerkanaal. 

  • Op 200 m afstand gevolgd door C.-3e Comp. de kapitein van Baren, met de 4e Sectie en een sectie zware mitrailleurs, majoor La Roi (C.-I-1 R.I.) met zijn commandogroep en verbindingsafdeling, een sectie van de 1e Compagnie, de 2e Compagnie (min 1e en 2e Sectie) en de M.C. (min twee sectiën).

  •  Gevolgd door een groep van de 4e Sectie der 2e Compagnie als rugbeveiliging.

Na een vermoeiende mars door het zware duinterrein, bereikte dit gedeelte van I-1 R.I. omstreeks 3.00 de Wassenaarse Slag. Majoor La Roi gaf bevel een kwartier te rusten en daarna op ongeveer 200 m zuid van de kunstweg een opstelling front zuid in te nemen, met de 3e Comp. (min 1e en 3e Sectie) als rechtervoorcompagnie en de 2e Comp. (min 1e en 2e Sectie) als linkervoorcompagnie, terwijl aan elke compagnie een sectie zware mitrailleurs werd toegevoegd.
La Roi vestigde zijn commandopost aan de Wassenaarse Slag, nabij Belvedére. In de onmiddellijke nabijheid daarvan werd een sectie zware mitrailleurs opgesteld als luchtafweer, benevens de sectie van de 1e Comp. De bevolen opstelling was omstreeks 3.45 ingenomen.

Kapitein Bergmans (C.-1-I-1R.I.), reed omstreeks 23.30 met 1e sectie van zijn compagnie en de 1e Sectie van de M.C. per auto af uit Rijnsburg en volgde de Wassenaarse weg tot ter hoogte van De Pan, waar verder rijden niet mogelijk was, aangezien de weg aldaar versperd bleek te zijn. Te voet werd verder getrokken naar de Wassenaarse Slag, waar omstreeks 03.00, nabij de Belvedère contact werd verkregen met kapitein Gaastra Gerber (C.-M.C.-I-1 R.I.) en halt gehouden werd. De vrachtauto's, die de rest van de 1e Comp. te Rijnsburg zouden ophalen, keerden daarheen terug. Nadat bleek dat de burgerchauffeurs van de vrachtauto's weigerden de rest der compagnie te vervoeren, is de rest van 1-I-1R.I. te Rijnsburg achtergebleven.

De gevechtstrein van het bataljon, beveiligd door de 1e Sectie (min een groep) van de 3e Comp., en gevolgd door 1 Bt.6 veld, bereikte omstreeks 3.00 het kruispunt Katwijkse weg - Wassenaarse Slag, waar halt werd gehouden. C.-1 Bt.6 veld wist majoor La Roi nabij de Belvedére te bereiken en meldde zich aldaar.
Zo was dus, vóór het aanbreken van de dag, geheel I-1 R.I. met 1 Bt.6 veld op en nabij het oostelijke deel van de Wassenaarse Slag verenigd. Vijand was niet aangetroffen, maar evenmin was contact verkregen met I-4 R.I., dat rechts van I-1 R.I. zou oprukken.

In de loop van de nacht meldde zich nog 1e Lt. Sibbes (C.-4 Bt.6 veld), met de 2e sectie Batt. 6 veld bij La Roi (C.-I-1R.I.):

  • Ongeveer te 23.00 kwam de opdracht met een sectie te 24.00 af te marcheren naar de Wassenaarse Slag om haar ter beschikking te stellen van la Roi.
    Aan de weg naar Wassenaarse slag heb ik op het aangegeven punt de C.I-1R.I. getroffen, wien ik instructies vroeg voor mijn sectie. de C., blijkbaar zeer verbaast, dat hem nog meer stukken 6 Veld werden toegewezen - hij had naar zijn zeggen al een hele Batterij van vier stukken - kon mij niet direct aanwijzingen geven en gaf mij in overweging enige tijd te wachten. 

*


Doordat II-9R.I. op de vooravond van 10 mei door oponthoud nog niet in Katwijk was gearriveerd besloot overste Buurman dit bataljon eerst bij het aanbreken van de 11e mei pas in te zetten. 
Dientengevolge kreeg kapitein Dekker van I-4R.I. de opdracht van hem gedurende de duisternis niet verder te gaan dan tot Klein Berkheide, van waaruit de opmars bij het aanbreken van de dag zou worden voortgezet. Deze veranderingen konden aan majoor La Roi door een gebrek aan verbindingsmiddelen niet meer worden meegedeeld zodat hij de oorspronkelijke opdracht uitvoerde.


Daar, aan de Wassenaarse Slag ,werd door de zeer vermoeide Nederlanders in de nacht bivak gemaakt, echter zonder dat alle noodzakelijke wachtposten werden uitgezet. Ook was er geen contact met de andere twee bataljons. ‘s Morgens om kwart over vier werd dat bivak door de Duitsers, samen ca. 350 man, op een guerrillamanier overvallen. Van verschillende kanten werden zij onder krachtig mitrailleurvuur genomen.

De verwarring, was onbeschrijflijk:

  • Majoor La Roi, die in de mening verkeerde dat zijn troepen abusievelijk het vuur op elkander hadden geopend, verliet de woning waar hij zijn cp. had gevestigd, roepende "niet schieten, eigen troepen" en liet door een hoornblazer het signaal "ophouden met vuren" blazen. Het vuur hield aan en de vijand, die temidden van het bataljon doorgedrongen bleek te zijn, wierp met handgranaten. 
     
    -In een ondeelbaar ogenblik waren de bataljonscommandant, de commandant van de tweede compagnie en een twintigtal manschappen gedood en een groot aantal gewond. In de ontstane chaos werd weerstand nauwelijks geboden en vrijwel ieder trachtte door vlucht of door overgave het vege lijf te redden. Negen officieren, waaronder C.-M.C., C.-1 Bt.6 veld en C.-4 Bt.6 veld, twee vaandrigs en ongeveer driehonderd onderofficieren en manschappen gaven zich aan de Duitsers over -

 Sergeant Boersma aan het woord:

  • ... Na een lange, moeizame en vaak onderbroken tocht kwamen we om ongeveer 3 uur in de nacht aan bij een duinpan nabij de Wassenaarse Slag. Een oververmoeid onderdeel zocht hier een tijdelijk bivak en hoe nu precies de opstelling was, weet ik niet meer. Alleen wat in mijn onmiddellijke omgeving gebeurde kan ik weergeven. Ik zag enkele officieren met de commandant veel heen en weer lopen en onder druk gepraat in een leegstaand huisje trekken. Het klonk allemaal heel lawaaierig in de stille nacht en het geblaf van een achtergelaten vastgebonden hond, vergrootte nog het rumoer. Ik ging met een groepje naast het huisje onder de bomen liggen en sliep weldra in met mijn geweer naast me. Na een half uur vermoed ik, lagen de meesten in diepe rust. Het is geen strelende herinnering wat zich hierna heeft afgespeeld. We werden onverwachts opgeschrikt door heftig gevuur en geratel van alle kanten. Het leek of de hel boven ons losbrak en een zee van vuur kwam over ons heen. De deuren van het huisje braken los, ruiten werden ingeslagen en kapot geschoten. Er klonken kreten en schoten door elkaar. Er ontstond paniek, waar door heen het geknal van geweren en mitrailleurs klonk. Ik zag de majoor achter een duinenrij stuiven en daar dekking zoeken. Ik vloog er ook heen. Paarden waren geraakt en lagen trappelend voor een goederenwagen. Plotseling stond de majoor op en riep: "Niet vuren, staakt het vuren! Het zijn eigen troepen!" Duidelijk zag ik nu 3 Duitsers op mij afkomen. Ik wilde nog vuren, maar bemerkte te laat dat mijn geweer weigerde. De patroonaanbrenger was gebroken. Granaten suisden over ons heen Stellingwerf kon nog een Duitser treffen, maar viel een moment later zelf. Toen de majoor zich oprichtte om te vuren werd ook hij getroffen en daarmee was onze commandant gesneuveld. Onder het achtervolgend vuur van de Duitsers kon ik mij voorlopig in veiligheid stellen in een achtergelegen bos. Nog een keer werd er op me gevuurd toen ik over de afrastering moest klimmen om het bos binnen te komen. Daarna werd alles stil..

 

1e Lt. Sibbes ( C.-4 Bt.6 veld)

  • Nadat ongeveer een half uur verstreken was, heb ik mij -ongerust over het uitblijven van bevelen- opnieuw naar de cp. van C.I-1R.I. begeven. Ik heb mij met moeite toegang kunnen verschaffen tot de cp. door de vele groepjes, slapende en onder dekens, tentzeilen en jassen slapende manschappen.
    Zelfs de boerenhofstede, waar de cp. gevestigd was, lag vol rustende en slapende mensen en toen ik naar de C.-I-1R.I. vroeg, werd van uit de deur een zaklantaarn op mij gericht en de vraag gesteld wat ik wenste. Ik heb toen weer bevelen gevraagd en weer niet gekregen.
    Het was inmiddels 3.30 geworden, toen ik plotseling schoten hoorde, komende van de zijde waar II-9R.I. meende te moeten vinden.
    De eerste schoten werden al spoedig gevolgd door een regen van kogels en ook handgranaten werden geworpen. Ik heb onmiddellijk mijn manschappen gecommandeerd zich te weer te stellen. Ik zag hoe om mij heen een verwarring ontstond van mensen die trachtten te ontkomen en hoorde ook het gekreun, gekerm en gegil van gewonden en stervenden. Van mijn paarden, die vlak naast mij stonden, werden direct een paar gewond.
    Het was een hel van vuur en voor mij en mijn troepje bestond geen andere mogelijkheid meer dan dekking te zoeken. Na enige tijd zag ik al witte zakdoeken op bajonetten wapperen en hoorde ik enige malen een signaal blazen, wat naar mij meedeelde het signaal "ophouden met vuren" was. Ik hoorde toen ook duidelijk al van zeer nabij roepen: "Nicht schiessen" en "Waffen nieder" en plotseling stond een Duits officier tegenover mij.
    Ziende dat velen zich overgaven, stond mij en mijn troepje niets anders over hetzelfde te doen. We werden ontwapend, en verder uitrustingstukken werden ons afgenomen.

Als op 10 mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvallen, vertrekt het bataljon (I-1R.I.) van Rindert Brandsma, die in de Bollenstreek was gelegerd, hals over kop naar Rijnsburg en vervolgens naar de Wassenaarse Slag. Ze overnachten in een paar leegstaande huisjes.
Rindert schreef daarover in zijn boek Herinneringen uit mijn leven:

  • Eindelijk begon het wat te schemeren. Een nieuwe dag diende zich aan. Wat zou die ons brengen? Het antwoord daarop werd me al gauw gegeven. Niet lang duurde mijn gemijmer. Pang, boem. Pang, boem. Retteketet, retteketetteketet. Wat was dat nou? De ene explosie volgde op de andere. De huisjes dreunden ervan. Het vuren van de mitrailleurs ging steeds sneller. De inslagen volgden elkaar in een steeds sneller tempo op. 'Eruit, we moeten eruit. Hier hebben we geen kans. "Allemaal naar buiten!' Zo klonken de bevelen van onze officieren. 
     
    Een twintigtal moedigen probeerden het. Eén voor één werden ze voor de voordeur neergemaaid. Het lichtend spoor van de lichtspoormunitie vloog razendsnel langs. Inwendige woede over het in hinderlaag lokken van ons nam bezit van me. Ik had de kelder weten te bereiken en speurde door het kleine vierkante raampje naar buiten in de schemering of ik ook een Duitser in het vizier kon krijgen. Niks te zien. Wel kwamen de inslagen van de handgranaten en mortieren steeds dichterbij. Ik kon niet meer denken. Mijn hoofd leek vol zand te zitten. Ik voelde me duf. Wat zou mijn lot zijn? Sneuvelen? Maar dat wilde ik niet. Eruit! Maar hoe? Zo hadden we geen enkele kans op overleven. Ik schreeuwde de jongens toe niet meer te trachten eruit te komen. 'Gooi af je uitrusting. We hebben geen kans!' Ze gehoorzaamden me gelukkig. Alle uitrusting werd op een hoop gegooid. Daarna wist ik met mijn bajonet een stuk witte vitrage van een der ramen te bemachtigen. Dat bond ik aan die bajonet en stak het naar buiten. Al heel vlug kwam een Duitse soldaat met een verbeten gezicht en pistoolmitrailleur in de aanslag voor de deuropening staan. Hij schreeuwde': 'Raus. Alle raus.' Angstig staken we onze handen omhoog ten teken dat we ons overgaven. Buiten gekomen zagen we een paar dozijn van de onzen liggen. Dood. Een zinloze dood. 

Rindert werd krijgsgevangen gemaakt en werd met zijn maats tot aan de capitulatie in dezelfde huisjes vastgehouden. 

De kleindochter van Dpl. Gerrit Dirk Harmsen van de 4e sectie van MC-I-1R.I. hierover :

  • Op 10 mei was zijn eenheid ingezet bij de schermutselingen en moesten ze vanuit Sassenheim optrekken. Verder heeft hij over die dag niets verteld. Hij had het met name over de avond en nacht. Er waren in een duinpan twee vakantiehuisjes die ze betrokken hadden voor de nacht. Het huisje was tjokvol en bij toerbeurt kon men even slapen. In de nacht kwamen de Duitsers en hebben het huisje naast dat waar opa zat opgeblazen (opgeblazen is letterlijk wat hij gezegd heeft) met iedereen er in. Er waren vele doden te betreuren. Vervolgens hebben ze zich overgegeven en voor zover ik begrepen heb, is hij in hetzelfde huisje waar hij al zat krijgsgevangen gehouden. Er werden nog veel meer mensen in het huisje gestopt dan er al in zaten. In ieder geval kwam het erop neer dat ze niet meer konden liggen en alleen nog maar konden staan. Eten kregen ze niet, alleen water.


Met ongeveer 300 man werden de krijgsgevangen genomen militairen geleid naar een boerenhofstede waar zij gedurende de strijd gehouden waren te blijven. Het aantal krijgsgevangenen vermeerderden nog dagelijks met kleine troepjes en steeg tot ongeveer 350 man. Zelfs een postbeambte van de gemeente Wassenaar behoorde tot de ongelukkige...

*

Soldaat G.P. Hovingh:

  • We werden nu allemaal binnen het hek van het tweede huisje over De Klip rechts (*1) gedreven. We waren daar met ongeveer driehonderd man in de tuin en bleven daar onder bewaking. In het huisje werden in een aparte kamer een tiental gewonden verzorgd. We moesten al onze ransels, messen en wapens afgeven, maar de helm mochten we behouden. Ook onze noodrantsoenen en persoonlijke artikelen waren we kwijt. De gesneuvelde militairen, 22 Nederlanders en twee Duitsers, werden door een aantal vrijwilligers van ons begraven bij het eerste huisje over de Klip. Hierna defileerden we langs de graven. We hadden al die dagen niets te eten. Alleen water was aanwezig en een enkele keer kregen we van de Duitsers wat sigaretten. Eén keer poften we in het schuurtje gevonden aardappelen. Verder bleven we bewaakt door de Duitsers, die rond de twintig jaar waren en goed getraind. Af en toe spraken we ook met ze, over overvliegende jagers of zo. De houding tegenover ons als krijgsgevangenen was goed. De Duitsers zaten in het huis no. 11 (*2) aan de overkant.

(*1) Tweede huis over de Klip rechts is Belvedère.
(*2) Huis no 11 is de woning van de fam. van As.

De onderstaande woning van de fam. van As was niet alleen als lazaret ingericht maar ook als commandopost van 5./47IR. ( Een dergelijke combinatie van lazaret en cp. was door de overvallers ook in gebruik in boerderij Torenvliet in Valkenburg.) 
De woning bestaat nog steeds en is Wassenaarseslag 11. Dit is over de hoogte, "de Klip", richting Wassenaarseslag het 1e huis links. In de oorlog was het het 2e huis links.

Het huis op latere datum.

*

Mei1940.nl

Het huis van de Fam. van As gezien vanuit een Duitse stelling van 5./IR47.

Mei1940.nl

Het lijkt dat huize van As na de capitulatie werd ontruimt.

Mei1940.nl

Positie van de Duitse stelling van 5./IR47 en Huize van As aan de Klip.

 

Vermeldenswaard is nog het onverschrokken gedrag van de geheel individueel optredende wachtmeester T.W Röding die hier ook gevangen zat en wilde ontvluchten. De Lt. Brands verbood dat daar de indringers voor ieder die zou ontvluchten tien krijgsgevangenen zouden neerschieten. De mutatie bij het hem later verleende Bronzen Kruis:

Hoewel behorend tot het 4e Regiment Huzaren, was hij gedetacheerd bij de staf van 1R.I., waar hij als commandant van de korpstrein - een onderdeel met een logistieke taak - optrad.

"Heeft zich door moedig optreden tegenover de vijand onderscheiden door op 11 mei bij de Wassenaarse Slag nabij Wassenaar, toen hij als commandant van de Korpstrein van Staf 1-1R.l. in de duinen aldaar persoonlijk verbinding trachtte op te nemen met zijn commandant en hij ver voor de eigen onderdelen zijnde, door de vijand werd omsingeld, te weigeren zich over te geven, zich in een gebouwtje te verschansen waarna hij, na al zijn munitie te hebben verschoten en zijn karabijn te hebben stukgeslagen, door de vijand werd overweldigd en gevangen genomen. Vervolgens door aan de vijand, niettegenstaande deze hem herhaaldelijk met de dood bedreigde, te weigeren inlichtingen te verstrekken omtrent de plaats waar de eigen troepen zich bevonden en waaruit de inhoud van zijn trein bestond, waarbij hij zich enkele malen, hoewel ongewapend zijnde, op zijn bedreigers wierp, waarna hij door de vijand met een touw werd gebonden en weggevoerd".

 

Al het materieel van de mitrailleurcompagnie, de PAG compagnie en de 2e sectie van 4 Bt.6 veld viel in 's vijands handen. 

De 1e Batterij 6 veld, zonder de batterijcommandant, en de bataljonsgevechtstrein wisten de eigen troepen in Wassenaar te bereiken. Honderden vluchtenden kwamen spoedig in en bij Wassenaar aan en veroorzaakten grote paniek bij de in de stelling liggende soldaten van 2-I-4R.I.onder waarnemend commandant Lt. Nijbakker, op de driesprong Katwijkseweg - Wassenaarse Slag. Nadat de sergeant Lambinon dodelijk werd gewond trok de waarnemend commandant van 2-I-4R.I. zijn mannen terug op Wassenaar. 

Dpl. Soldaat A. van Beelen uit Katwijk mocht voor zijn moedig optreden een Bronzen Kruis ontvangen.
De motivatie van K.B. no. 11 van 24 juni 1950 was:

  • Heeft zich door moedig optreden tegenover de vijand onderscheiden door op 10 Mei 1940 bij het, onder vijandelijk vuur, deelnemen aan het heroveren van het door de vijand bezette vliegveld VALKENBURG; de aanval door te zetten toen zijn compagniescommandant zwaar werd gewond en daarna als één van de eersten op het vliegveld aan te komen.
    Voorts door in de nacht van 10 op 11 Mei 1940, toen zijn sectie opgerukt zijnde naar WASSENAAR, in de vroege morgen van 11 Mei nabij de WASSENAARSCHE SLAG vijandelijk vuur ontving, geheel alleen zijn mitrailleur te blijven bedienen en de vijand verliezen toe te brengen, niettegenstaande nagenoeg alle manschappen van zijn sectie in de richting van WASSENAAR vluchtten.

Ook Vaandrig Everard (SC2.-MC-II-4R.I.) en de 2e sectie mortieren onder Lt. Broens die beiden dezelfde foutieve route had gevolgd en zich met hunner sectiën aan de Wassenaarse slag bevonden en een stelling bij de Wassenaarse Slag met de 1e sectie van 4 Bt.6 veld bezet hielden, was getuige van het wegvloeien van I-1R.I. en wist met moeite zijn sectie in de hand te houden. 
De vaandrig liet nog een mitrailleur in stelling komen voor de dekking van de aftocht van de mortieren van Broens en de batterij 6-veld. Hierna trok ook Everard terug achter het hockeyveld van de Kieviten, deelde zijn 3 stukken in en  begon met vaandrig Hilhorst van 3-I-4R.I. en vaandrig Meijer van I-1R.I. de terugtrekkende soldaten van 2-I-4R.I. en I-1R.I. op te vangen en te plaatsen in zijn nieuwe opstelling. 
Na het commando aan Hilhorst over te hebben gegeven belandde vaandrig Everard via C.-1RHM bij Lt. Kroneman (C.-MC-III-1R.I) en is tot de overgave onder de bevelen gesteld geweest van 1e Lt. Gorter (SC1-MC-III-1R.I.).

*

Soldaat Hovingh van 1R.I., die bij het Wassenaarse Slag krijgsgevangen was genomen:

  • Op een gegeven moment zag ik Duitse militairen voorbijkomen met een pantserafweergeschuttrekker die was buitgemaakt op het 2e bataljon. Ze hadden er al de letters WH (Wehrmacht Heer) opgeschilderd. De achtergebleven Nederlandse militairen werden gevangengenomen en naar een huis, vermoedelijk de oude commandopost van het 1e Regiment Infanterie, aan het Wassenaarse Slag gevoerd. Door deze Duitse aanval stopte de opmars van het 9e Regiment op ongeveer 400 meter ten noorden van het Wassenaarse Slag. Van daar uit bestookten zij de goed gecamoufleerde Duitsers in de omgeving van hotel Duinoord. Met een stuk pantserafweergeschut namen de Nederlanders het hotel enkele malen met succes onder vuur.

 

Krijgsgevangen Nederlandse militairen bij de Wassenaarseslag. 
De letters W.H. op een Trado die soldaat Hovingh had gezien.

 

2-I-4R.I.

Nadat Lt. Nijbakker (WndC.-2-I-4R.I.) was terug getrokken van de Wassenaarse Slag kreeg hij omstreeks 07.00 uur opdracht van Lt Venema (C.-1-III-1 R.I) om een stelling te bezetten bij het café De Oude Hoeve in de Zuijlen van Neyenveldstraat met het front naar het noorden. Hier  vernam hij van burgers dat er zich in het dorp  Duitsers bevonden. Op hun aanwijzing zette hij de achtervolging in langs de Oostdorper weg. Alle huizen werden onderzocht evenwel zonder resultaat. Hierna liet hij de compagnie een opstelling innemen in- en om een wasserij.
Van hieruit gaf hij Sgt.-toegevoegd Ham en soldaat Kaspers opdracht contact op te nemen met I-4R.I.. Sgt Ham huurde een wagen, bestuurd door de heer Stemerdink, en reed de Katwijkse weg af naar Katwijk. Ter hoogte van de Albertushoeve werden zij door een Duitse wacht aangehouden. De militairen sprongen uit de auto en openden het vuur. Soldaat Kaspers werd aan het hoofd gewond en de sgt gaf zich noodgedwongen aan de overmacht over. De heer Stemerdink werd de volgende dag vrijgelaten.

 

I-4R.I.

Het middelste bataljon, I-4R.I. onder kapitein Dekker, moest dwars door de duinen langs het aanvoerkanaal van de Duinwaterleiding oprukken naar de lijn 500 meter ten noorden van de Wassenaarse Slag. Om 4.30 uur werd zonder succes contact gezocht met het linker en rechter bataljon. 


Bovendien bleek hem, dat Lt Nijbakker (wndC.-2-I-4R.I.) met twee sectiën zijner compagnie, en de 3e sectie van 4 C.Pag. zich niet bij hem aangesloten hadden, benevens de 2e sectie mortieren onder Lt. Broens, zich niet bij Klein Berkheide bevonden, zodat hij slechts over de 3e compagnie, twee sectiën van de 2e compagnie en twee sectiën van de MC beschikte.

Ondanks deze problemen besloot Dekker om 05.00 uur op te trekken naar het afgesproken punt ten noorden van de Wassenaarse Slag. Zij liepen om  07.00 uur vlak bij de Wassenaarse slag tegen de Duitsers op. De twee sectiën van de mitrailleurcompagnie gingen sprongsgewijze mee en richtte daarop bij Groot Berkeheide een vuurbasis in. Lonende vijandelijke doelen werden niet waargenomen, maar het vijandelijk vuur van mitrailleurs, mortieren en ander licht geschut hield aan, en kwam zowel vanuit de richting van de Wassenaarse slag als uit de richting van Albertushof en Rijksdorp. 
Uit dat laatste bleek Dekker maar al te duidelijk dat La Roi zich niet links van hem bevond.
Omstreeks 11.00 uur werd contact gemaakt met Elshof (C.II-9R.I.) die hem liet weten dat hij om 14.00 de aanval op de Wassenaarse Slag zou inzetten.

Sergeant-majoor-instructeur Wijsbroek, J.J.M. van MC-I-4.R.I. kreeg voor zijn optreden een Bronzen Kruis. De motivatie van het K.B. no. 11 van 24 juni 1950 luidde als volgt: [92]

  • ...Voorts door op 11 Mei 1940 in het duinterrein nabij Groot Berkheide (tussen KATWIJK AAN ZEE en de WASSENAARSCHE SLAG) onder zwaar vijandelijk vuur een onklaar geraakte zware mitrailleur, onder voortdurend gevaar voor eigen leven, weer vuurklaar te maken.

 

II-9R.I.

Om ongeveer 4.00 uur was het gehele bataljon eindelijk te Katwijk aan Zee, ontving te 04.30 uur andermaal van Buurman bevel om voort te maken en op te rukken. Reserve majoor Elshof, C.-II-9R.I., kreeg van overste Buurman de navolgende opdracht:

  • Ruk met Uw bataljon op tot 500 meter ten Zuiden van de Wassenaarseslag en zuiver het terrein. Uw bataljon is links aangeleund door I-4R.I. en uit het zuiden komt langs de Sprank een bataljon uit Den Haag. Een compagnie van II-9R.I. wordt regimentsreserve bij Groot Berkheide.

Het bataljon vertrok in richting Wassenaar met:

  • De 3e Comp. werd rechtervóórcompagnie (frontbreedte 300 m) met het rijwielpad als as van beweging en de beschikking kreeg over een stuk pag. van de 2e Sectie van 9 C.Pag.

  • Links van haar werd de 1e Comp. opgesteld als linkervóórcompagnie, met een frontbreedte van 250 m. 

  • Aan beide compagnieën werd een sectie zware mitrailleurs toegevoegd.

  • Daarachter werd de 2e Comp., de M.C. (min twee sectiën) en de 2e Sectie van 9 C.Pag. (min een stuk) als reserve opgesteld op het rijwielpad.

In deze formatie hervatte het bataljon omstreeks 08.00 de voorwaartse beweging.

Een ordonnans van overste Buurman bracht de volgende opdracht: 

  •  Tracht mij telefonisch te bereiken van de Theeschenkerij aan de Wassenaarseslag (Hotel Duinoord) en zendt mij bericht van Uw opstelling.

Een bataljonspatrouille bestaande uit ongeveer 16 man verbindingspersoneel werd per rijwiel vooruitgezonden.

Res. 2e Lt. F.van Drimmelen, commandant van de 3e sectie 4C.pag., die snel vooruit wilde gaan om zich op de Wassenaarse Slag te kunnen aansluiten bij I-4 R.I., rukte, beveiligd door de voorste sectie van de 3e Comp. van II-9R.I. onder Lt. Kramer en een sectie MC, langs het rijwielpad op. Deze sectie 4C.pag. was dus ook niet op Klein Berkheide tbv kapitein Dekker.

De Verbindingsafdeling (Vbd.A.) van het bataljon ging per rijwiel vooruit als bataljonspatrouille, met de bedoeling om zo spoedig mogelijk de theeschenkerij Duinoord aan de Wassenaarse Slag te bereiken, teneinde van daar uit de opstelling van het bataljon telefonisch te melden aan overste Buurman, die zulks had gelast.

Hotel-restaurant Duinoord.

Afgezien van de troepen die het rijwielpad volgden, was het tempo van de opmars zeer langzaam. Het duinterrein was zwaar, de volledig bepakte troep was vermoeid en hongerig  - er was geen ontbijt verstrekt - en de van tijd tot tijd overkomende vijandelijke vliegtuigen brachten de manschappen er toe zich aanhoudend te dekken.

Uit zuidelijke richting klonk mitrailleur- en geweervuur, waaruit begrepen werd dat het neven bataljon (1-4 R.l.) in gevecht was geraakt. Zonder dat vijand werd aangetroffen, naderde de voorste sectie van de 3e Comp., waarbij de Vbd.A. van het bataljon en de 3e sectie van 4 C.Pag., omstreeks 10.00 de Wassenaarse Slag ter hoogte van hotel Duinoord.

Op dat ogenblik vond op deze onderdelen een krachtige vuuroverval van geringe afstand plaats. Hoewel niemand was getroffen, trad een paniek in. Het vijandelijke vuur werd niet beantwoord, een deel der manschappen wierp zich ter plaatse neer en trachtte zich zo goed mogelijk te dekken; de rest vluchtte terug langs het rijwielpad. De achtergeblevenen gaven zich over aan de hen omringende vijanden, die zich tevens meester maakten van het volledige materieel van de 3e sectie van 4 C.Pag., waarvan de commandant Lt. van Drimmelen, één onderofficier, één korporaal en drie manschappen zich door de vlucht aan gevangenneming onttrokken. De korporaal wist zijn motor nog te redden.

De Duitsers geleidden de gevangenen naar een gebouw aan de Wassenaarse Slag en brachten de veroverde pag. vuurmonden in stelling.

*

Door deze geslaagde Duitse overval kwam de voorwaartse beweging van de beide voorcompagnieën van II-9R.I. ongeveer 400 m noord van de Wassenaarse Slag tot staan. De bij de voorcompagnieën ingedeelde sectiën zware mitrailleurs, die door het moeilijke terrein achter waren geraakt, werden nu aangetrokken en namen stelling in de voorste lijn. Met geweren, lichte en zware mitrailleurs werd het vuur geopend op het hotel en de omgeving daarvan. Aangezien de vijand zich zeer goed gecamoufleerd had ingegraven en daardoor moeilijk kon worden ontdekt, had dit vuur weinig of geen uitwerking. Een sectie van 9 C.Pag. plaatste enige treffers op het hotel.

De eigenaar van hotel Duinoord, de heer D. Lievense, zag vanwege de gevechten in de omgeving van het hotel op de eerste oorlogsdag geen kans met zijn vrouw en dochter te vluchten, zij hadden vijf angstige dagen en nachten in de kelder doorgebracht. De Duitsers namen al het voedsel mee. Een bokje, dat door een Zandvoortse slager geschonken was aan de militairen van de 4e Res. G.C. was door de Duitsers geslacht en opgegeten.

Majoor Elshof gaf aan de kapt. Berger ( C. 2e Comp.) bevel, de door de voorcompagnieën  ingenomen opstelling rechts en links te verlengen, zodat deze compagnie in twee delen werd gesplitst en geen onderdeel beschikbaar bleef voor het uitvoeren van een manoeuvre.

  • Om 10.30 zond majoor Elshof de ordonnans van overste Buurman terug met een schets van de opstelling van zijn bataljon en van de vastgestelde vijand. Tevens verwachtte hij van Buurman een bericht of de aanval met het niet aanwezig zijn van de nevenbataljonsnog doorging.

  • Om 11.45 zond hij een bericht naar de overste Buurman, dat het bataljon gereed was voor de aanval. Hij verzocht daarbij steun van kapitein Dekker (wndC.I-4 R.I.)

  • Om 12.00 gaf hij aan kapt. Mesker (C.-M.C.) bevel, de nog in reserve zijnde sectiën zware mitrailleurs eveneens naar de voorste lijn te doen oprukken en aldaar een vuurbasis te vormen voor de aanval, die om 14.00 zou worden ingezet.

Daar majoor Elshof nog geen bericht van overste Buurman had ontvangen, hij vermoedde dat de ordonnans was doodgeschoten, zond hij omstreeks 11.00 zijn Lt. toegevoegd, de vaandrig Kampinga, met hetzelfde bericht van 10.30 naar overste Buurman. De ordonnans, bleek later, was inderdaad doodgeschoten door eigen posten in de omgeving van Katwijk Binnen. 

(De voorgenomen en aan Elshof medegedeelde verhuizing van de cp.-4R.I. naar Groot Berkeheide vond niet plaats. Dientengevolge zijn de ordonnansen naar Groot Berkheide gestuurd en hebben geen contact gehad met C.-4R.I. Dat de verhuizing van de cp. niet was doorgegaan had overste Buurman willen mededelen als contact was verkregen in hotel Duinoord.) 

I-4R.I. lag op dat moment links van II-9R.I., 6 à 700 meter noordoostelijk.

Mei1940.nl

Overzicht posities II-9R.I. om 11.00 uur.

Intussen was om 11.00 uur door een sergeant van II-9R.I contact verkregen met I-4 R.I., welk bataljon tegelijkertijd ten aanval voorwaarts zou gaan, doch had dat niet aan zijn bataljonscommandant gemeld.

Van het ogenblik af dat op vijandelijke weerstand was gestoten, (door I-4 R.I. reeds omstreeks 7.00; door II-9 R.l. om 10.00) werd voortdurend vuur gebracht op een vrijwel onzichtbare vijand, die dit vuur slechts af en toe beantwoordde.

Tussen 13.00 en 14.00 verscheen een aantal vijandelijke vliegtuigen boven het duinterrein, waarvan enkele daalden en vuurstoten afgaven. Zij bewogen zich daarna in de richting van Katwijk aan den Rijn en Valkenburg en spoedig werden, in de rug van de Nederlandse bataljons, dalende parachutes zichtbaar. Dat hieraan geen manschappen, maar munitie en levensmiddelen voor de Duitse troepen te Valkenburg werden neergelaten, werd door de Nederlandse troepen niet onderkend. Zij zagen daarin een bedreiging in de rug, en bij II-9 R.I. ontstond een paniekstemming.

Sgt. E.F. Evuerhard, 2e sectie-1-II-9R.I.:

  • Links van de villa stonden verder nog twee houten gebouwen, die groen waren geschilderd; tevens lag er ook nog een hoeveelheid paalhout, die wel iets weg had van een mortieropstelling. Hier bleven we geruimen tijd liggen, zonder dat er ook maar iets gedaan werd. Vanaf de duintoppen werd nu en dan gevuurd, terwijl hier en daar in het terrein zich eenige Duitsche scherpschutters hadden ingegraven. We konden echter met geen mogelijkheid ontdekken waar ze zaten. Vanaf dit oogenblik werd er geen enkele order meer gegeven., alle leiding ontbrak. Tenslotte ging de PAG voorwaarts, maar kwam toen ze ter plaatse door de bocht van de weg ging, onder vuur te liggen. De bediening moest dekken en de infanterie afwachten. Er werd nog verder "opgerukt", zoodat het bataljon voor het grootste gedeelte in het dal kwam te zitten, waar we naar schatting één á anderhalf uur gelegen hebben, zonder dat maar ook één bevel werd gegeven.

    De mitrailleurcompagnie was over de voorcompagnieën verde eld. Na ongeveer anderhalf uur tot twee uur ben ik naar mijn CC gegaan om nadere orders te vragen, maar de Kapitein had er nog geen ontvangen. Hierop heb ik de Kapitein gevraagd og HIJ dan nadere orders wilde geven, aangezien onze toestand (in het dal) niet zonde gevaar was, waarop de Kapitein antwoordde, dat de Majoor hiervoor zorg moest dragen.

    Op al de vragen, welke door de soldaten gesteld werden -- of we niet verder moesten, of we niets moesten doen, wat er aan de hand was, e.d. --- kon geen afdoende antwoord gegeven worden. Het is te begrijpen hoe het moreel van velen er hierdoor op achteruit ging.

    Van 1-II-9R.I. heb ik de twee linker sectieën links en de twee rechter sectieën rechts een hek met prikkeldraad op laten stellen met voorloig verkleinde tusschenruimten en afstanden. Voor de 1e Compagnie lag een stuk vlak, deels oplopend terrein, hetwelk doortrokken moest worden om op de duinrug te komen. Vervolgens heb ik mij tot C.3-II gewend met het verzoek ons bij het voorwaarts gaan over genoemd stuk vlak terrein, zoonodig met vuur te willen syeunen. Ik kreeg ten antwoord: "Geef de Compagnie maar opdracht namens mij". Deze opdracht heb ik vervolgens aan de betrokken Compagnie doorgegeven, waarna deze langs de rechterkant van de (opgehoogd) weg (in de tweede bocht.) werden opgesteld. Vervolgens heb ik op fluitsignaal aan 1-II-9 het teeken voorwaart gegeven, waarna zonder moeilijkheden de duinrug werd bereikt, terwijl de 3e Cie. volgde.

    Voor ons hadden we een terrein, dat geleidelijk afliep, en slechts enkele dekkingen bevatte. De frontbreedte van het Batajon was naar schatting 250-300 m. In en om het eerder genoemde hotel en gebouwen zaten vermoedelijk circa 25 á 40 parachutisten. Het juiste aantal was echter doordet ze goed dekking zochten en slecht weinig vuurden moeilijk in de schatten. Het vuur werd nu op  huis en bijgebouwen geopend, maar aangezien hierin geen leiding was en men schoot als men iets MEENDE te zien, werd het een schietpartij in het wilde weg. De zw. mitrailleurs werden op last van de Vaandrig Kampinga in de voorste lijn opgestelden openden eveneens het vuur (breedte spreiding.) hierdoor was het mogelijk, dat op een gegeven oogenblik de tirailleurs over deze zw. mitrailleurs heen vuurden. Een der sergeanten vertelde mij, dat hij naar den BC was toegegaan en gevraagd had of de tirailleurs niet verder konden oprukken, waarna hij ten antwoord kreeg: "Ja sergeant stuur de tirailleurs maar naar voren". Verdere orders kwamen er echter niet.
    Bij de zw. mitrailleurs ontstonden opeenhoopingen van tirailleurs, die waarschijnlijk dachten, dat zij zoodoende betere dekking hadden, hetgeen daar ongeveer 2/3 van het Bataljon achter deze duinrug zat, niet kon uitblijven.

    De frontbreedte was nu ca. 300-350 meter bij een diepte van +/- 50 meter.
    Intusschen werd er maar steeds doorgevuurd, zonder dat er bevelen werden gegeven. Vervolgens heeft de PAG met enkele granaten op het Hotel geschoten. De linker sectie van onze Cie. heb ik nog iets naar voren laten gaan, zoodat deze nog 50 meter verder naar voren kwam te zitten. In de loop van den middag cirkelden schuin links achter ons op naar schatting 1 á 2 km afstand een achttal Duitsche vliegtuigen, die parachutisten of althans parachuten met toebehoren zooals munitie, wapens, eten e.d. naar beneden wierpen. Dit gebeurde ongeveer in de omgeving van een groot wit huis, vermoedelijk in front van 4R.I.
     
    Op zeker oogenblik werd er geroepen dat er een aanval zou plaatsvinden. Degene die de order gaf is mij onbekend, vermoedelijk was het Vaandrig Kampinga. Op zeer onvoldoende wijze werd de aanval voorbereid, alles; groepen, sectieën en zelfs de compagnieën zaten door elkaar, terwijl de meesten niet goed wisten wat hun te doen stond. Er werd heen en weer geloopen (enkele kropen heimelijk achteruit.) maar werkelijk voorbereid werd er niet, hetgeen ook moeilijk kon aangezien een duidelijk bevel ontbrak. Vervolgens kwam even plotseling het commando TERUGTREKKEN. Hierop renden de meesten hals over kop, zonder ook maar naar iets (gewonden!) te kijken terug in de richting van Katwijk. De vooruitgeschoven sectie kwam hierdoor ongedekt te zitten, onder het nu vrij hevige vuur der parachutisten. Zoodoende kon deze sectie slechts met de grootste moeite terugtrekken, waarbij nog een sergeant gewond werd.

 

Deze uitte zich aanvankelijk in het in noordelijke richting verdwijnen van enkele afzonderlijke manschappen, maar zij nam al spoedig, vooral toen de vijand die de teruggaande beweging waarnam een krachtig vuur opende, een zodanige omvang aan, dat met uitzondering van enkelingen, het gehele bataljon terugvloeide in de richting van Katwijk aan Zee. 

Opmerkelijk was dat tussen het teruggevloeide bataljon manschappen bevonden van de op 10 mei verdwaalde 3e stuk van 1s-MC-I-4R.I.

Het personeel van de in voorste lijn opgestelde 2e Sectie van 9 C.Pag. liet haar beide stukken en enige motorrijwielen in de steek. C.-II-9 R.I., niet bij machte iets tegen de groeiende chaos te ondernemen, keerde eveneens terug naar Katwijk aan Zee, waar intussen, zoals hierna zal worden beschreven, enige verdedigingsmaatregelen waren getroffen. Op bevel van C.-4 R.I. werd II-9 R.l. in de loop van de middag in het dorp verzameld en ondergebracht in de barakken van de 1e Afdeling van IV Dep.B.A.

Op de rechtervleugel van I-4 R.I. was het terugvloeien van II-9 R.I. waargenomen en ontstond de neiging deze beweging te volgen. Van de mitrailleurcompagnie uit zag men het in paniek terugtrekken. Kapitein Matla (C.-MC) moest krachtig optreden, om de orde in de compagnie te handhaven.
Kapitein Dekker en zijn compagnies commandanten wisten echter een oplossing van het bataljon te voorkomen en de troepen weer in de hand te krijgen. 
Het was echter wel duidelijk, dat van de om 14.00 uit te voeren aanval niets kon komen. Aangezien enkele onderdelen reeds tot de omgeving van Klein Berkheide waren teruggetrokken en het vijandelijke vuur in de loop van de middag toenam, waardoor kapt. Dekker in de geïsoleerde opstelling van zijn bataljon een gevaar begon te zien, nam hij omstreeks 17.00 ook de rest van zijn bataljon terug op Klein Berkheide. 
Om 20.00 ontving hij daar mondeling bevel van overste Buurman, terug te trekken op de lijn der kogelvangers der schietbaan zuid van Katwijk aan Zee en daar stelling te nemen. Overste Buurman besloot I-4R.I. terug te nemen en met de depot-artillerie een stelling te bezetten ongeveer langs de rand van het schietterrein en daar het oprukken van de troepen uit Den Haag af te wachten en daarmede de vijand tussen twee vuren te brengen.

Maar aangezien kapt. Dekker daar in de morgen van 12 mei moest constateren dat er in die lijn reeds 1-I-4R.I. bleek te bevinden, ging het bataljon over tot legering in de aanwezige loodsen. Voor het eerst, sinds het vertrek uit Noordwijk, werd er in de vroege morgen van 12 mei brood en water aan een hongerig bataljon verstrekt! 

Zo eindigde de groots opgezette zuiveringsactie tussen Katwijk en de Wassenaarse Slag met een terugtocht van twee van de drie ingezette bataljons en het vrijwel totale verlies van I-1 R.I.  

Ten aanzien van het gebrek aan leiding, werd reeds gewezen op de van huis uit onvoldoende regeling, welke ten gevolge had, dat de drie bataljons op verschillende tijdstippen en zonder enig verband de opmars naar de Wassenaarse Slag aanvingen, en op het uitblijven van duidelijke bevelen van C.-4 R.I. en van de commandanten van I-4 R.I. en II-9 R.I., nadat contact met de vijand was verkregen.

Afgezien van het ongelukkige begin was deze mislukking, welke deels te wijten was aan het niet tijdig tot stand komen der verbindingen met de bataljons tengevolge van het op 10 mei verloren gaan der verbindingsmiddelenwagens van de regimentsstaf, deels aan de dubbele taak waarvoor overste Buurman zich gesteld zag; de herovering van Valkenburg en het uitschakelen van de indringers in de duinen met vijf bataljons en twee regimenten artillerie. De staf van 4R.I. was daar te klein voor en raakte dan ook overbelast door vermoeidheid en een tekort aan slaap.

Waarom de voedselvoorziening van II-9R.I. op 10 en 11 mei in gebreke is gebleven is niet duidelijk. Res. maj. Elshof, C.-II-9R.I. meldde dat de kapt. Koeze, commandant van de trein van II-9R.I.,, zijn orders om op 10 mei  naar Katwijk aan de Rijn af te marcheren niet had opgevolgd.
Kapt. Kroeze daartegen verwierp deze aantijging en verklaarde juist in opdracht van zijn bataljonscommandant gehandeld te hebben.
Feit is dat II-9R.I. op 10 mei laat in de avond in Noordwijk een maaltijd is verstrekt uit de keukenwagens. In de late namiddag van 11 mei bevond de trein zich nog steeds te Noordwijk en kreeg de opdracht zo spoedig mogelijk te zorgen voor eten. In de loop van 11 mei is deze maaltijd bereid en door middel van auto's naar het barakkenkamp ten zuiden van Katwijk aan Zee gebracht.


Na de nederlaag van de Nederlandse troepen in het duinterrein namen de Duitsers met de buitgemaakte zware mitrailleurs en PAG's stelling in de lijn vanaf de uitkijktoren op Duinrell tot aan het hotel restaurant Albertushof. Later richten zij het Albertushof in met de buitgemaakte lichte en zware mitrailleurs. Lakens werden in de weilanden gerangschikt als een hakenkruis. Deze dienden als herkenningsteken voor piloten van de He 111  bevoorradingsvliegtuigen. 

Mei1940.nl I-1R.I. krijgsgevangen aan de Wassenaarse Slag.

**

De ingezette actie van C.-IL.K. om twee uur ‘s middags om samen met drie bataljons; II-20R.I. min drie comp, III-12R.I. en III-16R.I., met artillerie ondersteuning van 1-III-15R.A. uit de richting van Den Haag een aanval in te zetten tegen de Duitsers in het duinterrein kwam niet tot uitvoering. De op dat moment noordelijk van Den Haag, tot aan de Leidse Weg, in stelling liggende troepen onder, lt. kol. J. Moorman ( C.I Dep.Inf.) constateerde middels officierspatrouilles dat daar zich tot 3 Km. vóór de stelling  -  het strand bij paal 96, het bos Meyendell en het wegencomplex bij de Kieviet -  geen indringers bevonden en adviseerde C.-IL.K. om de troepen elders in te zetten waar deze nodig waren. De aldaar aankomende, bovengenoemde bataljons, doorkruisten de stelling van Moorman waardoor deze tweede stelling werd. Hij meldde zulks aan C.-IL.K. en werd elders in Den Haag ingezet.

**

2-II-4R.I.

2-II-4R.I. onder kapt. Sjouke stond op 10 mei vanaf ongeveer 18.00 uur onder de bevelen van maj. Mallinckrodt (C.-III-4R.I.) en bezette mede met de restanten van het derde bataljon de duinenrij aan de Wassenaarse weg. 

In de loop van de dag kreeg Sjouke enige malen het bevel met zijn compagnie naar het vliegveld op te rukken en zo mogelijk, dit te bezetten. Bij elke poging daartoe, kwam zijn compagnie onder hevig vijandelijk vuur te liggen, hetwelk telkens terugtocht noodzakelijk maakte. 
Dit terugtrekken geschiedde op bevel van Mallinckrodt, nadat Sjouke bericht omtrent de situatie had gezonden. Om ongeveer  12.00 uur ontving hij via majoor Cramer van de R.C. bevel zich te begeven naar de cantine bij de schietbanen te Katwijk en contact op te nemen met de kapt. Splinter (C.1-I-4R.I.) Deze had bevel ontvangen, om in samenwerking met 2-II-4R.I. een stelling in te nemen, waarvan de frontlijn liep tussen paal 88 en het pompstation der duinwaterleiding van Katwijk. 2-II-4R.I. bevond zich front Zuid vanaf het pompstation naar rechts, waar deze aansloot bij de compagnie van kapt. Splinter. Voor beveiliging naar het Zuid-Oosten werd zorg gedragen door het uitzetten van een wacht, bestaande uit een sergeant met vier man, waarbij een lichte mitrailleur.

**

 

Het dorp Valkenburg.

In de volgende dagen werden diverse pogingen ondernomen de Duitsers die zich in het dorp Valkenburg bevonden, uit te schakelen, maar dit gelukte door verschillende omstandigheden niet. De Nederlandse troepen beschikten weliswaar over artillerie en hadden een numerieke meerderheid, zij waren minder geoefend dan hun tegenstanders maar naarmate de strijd langer duurde deden zij meer oorlogservaring op. De tegenstanders hadden bij het vuren het voordeel van het terrein dat volkomen vlak was en doorsneden met vaarten en soms diepe sloten.

Overste Buurman had voor de herovering van Valkenburg ter beschikking:

Het tweede bataljon van Cramer.
Een zeer verzwakt derde bataljon.*1)
Een sectie mortieren.
Een sectie 6 veld
Een sectie Pag.
Twee afdelingen artillerie; III-2R.A. en II-6R.A.
Drie secties van de mitrailleur compagnie. (MC-II-4R.I.)

Door opdrachten en misverstanden aan de Wassenaarse slag niet meer beschikbaar;

Twee sectiën en de commandogroep van 2-I-4R.I. 
2s-MC-II-4R.I.
2s 4 C.Mr.
4 Bt. 6 veld. minus een sectie.

*1) Kader en manschappen van de oorspronkelijke vliegveldbewaking, die de eigen zijde hadden weten te bereiken, waren praktisch allen ongewapend, en zodanig moreel geschokt dat zij achterwaarts waren gezonden.

Onder bevel van majoor Cramer was 3-II-4 R.I., de 1e Sectie van 2-I-1 R.I. en het detachement onder lt. van Galen welke omstreeks 02.50 uur terug was bevolen door Cramer uit de stelling bij de brug over de Kleine Watering, opgesteld in de zuidrand van Katwijk aan den Rijn, van 100 m bewesten het tankstation aan de Wassenaarse weg tot de brug over de Oude Rijn in de weg naar Rijnsburg. De aan deze compagnie toegevoegde 3e Sectie van M.C.-II-4 R.l. stond in stelling aan de weg naar Valkenburg. De aan II-4 R.l. toegevoegde 1e Sectie van 4 C.Mr. bevond zich, evenals de sectie van 4 C.Pag., nabij de korenmolen, waar Cramer zijn commandopost in de woning van dr. Heuting had gevestigd had.

1-II-4 R.I. en de 4e sectie MC  - welke stelling genomen hadden tegen luchtdoelen - was aan het bataljon onttrokken en als regimentsreserve nabij de c.p. van overste Buurman (Kleuterschool nabij de RK kerk) opgesteld. 2-II-4 R.I. was ter beschikking gesteld aan Mallinckrodt. De 2e sectie van M.C.-II-4 R.I. stond onder bevel van C.-MC-III-1R.I. in Wassenaar. Aan de belofte om versterking te sturen kon de regiment commandant niet meer voldoen. Wel kreeg majoor Cramer, nadat was gebleken dat er geen versterkingen konden worden aangetrokken voor de vermeestering van Valkenburg, de 1e en 2e sectie van 1-II-4R.I.onder co. van kapt. Holtkamp van de regimentsreserve terug.

 

Tweede aanval op het dorp.

De luchtvaartloods, gelegen tussen de korenmolen en de Kleine Watering, was door een detachement onder lt. van Galen en de 1e sectie van 2-I-1R.I. o.l.v. lt de Guyt bezet. Om 02.50 uur gaf majoor Cramer opdracht het detachement terug te trekken op de Korenmolen.
De aanval zou uitgevoerd worden door 1-II-4 R.I. (min twee sectiën) en de twee niet in de zuidrand van Katwijk geplaatste sectiën van 3-II-4 R.I., tezamen dus slechts één compagnie.
De manen van Cramer vielen  in de morgen aan na een inleidende artillerie beschieting door twee houwitser van III-2R.A. en geruggensteund door de 1e sectie van de MC die de flank van de aanvallende tirailleurcompagnie beveiligde. 
(Nergens heb ik kunnen vinden dat de 3s-MC-II-4R.I. de aanval volgde. Dpl. H. Hoppenbrouwer maakte er melding van. F.O.)

*

Cramer lichtte kapitein Holtkamp (C.-1-II-4 R.I.), die zich omstreeks 6.00 bij hem meldde dienovereenkomstig in, en droeg hem op, een uitgangsstelling te doen innemen met de eerst en de tweede sectie ter weerszijden van de weg naar Valkenburg.
De 2s-3-II-4R.I., onder lt. de Jong, nam op order van overste Buurman een stelling in vanaf de watertoren in één lijn tot aan Huize Patria aan de Molenweg. Een stelling die hij tot 14 mei zou blijven bezetten.

Majoor Dürst Britt (C.-III-2 R.A.) liet de 2e Lt. Bosch en Lt  Jonker van III-2R.A. als waarnemer en soldaat J.A. Heemskerk (Vbd-4R.I.) als telefonist een opstelling innemen op de toren van de R.K. kerk te Katwijk aan den Rijn, vanwaar zowel het vliegveld als het dorp Valkenburg kon worden ingezien; behalve een telefoon verbinding over het vaste net werd een reserveverbinding tot stand gebracht tussen het waarnemingspunt en de afdelingscommandopost per Ultra Korte Golf.

Kalkovens langs de Katwijkseweg.

*

Op verzoek van Overste Buurman werd een uitwerkingsvuur van 3 min. afgegeven ter hoogte van de kalkovens in de noordrand van Valkenburg. Daartoe werd te ± 7.30 in afdelingsvuur ingeschoten te beginnen met de 1e Batterij.
Door het zachte terrein verzakten de vuurmonden, zodat het vuur moest worden gestaakt en dit werd overgenomen door de 2e Batterij en daarna door de 3e Batterij. Met behulp van planken en balken werd getracht het verzakken der vuurmonden te voorkomen. Die gehele dag heeft echter de 1e Batterij niet aan de vuren kunnen deelnemen.

  • Met een PAG werden eerst de diverse schuurtjes en ander gebouwtjes in het veld, waar men Duitsers in vermoedde, met de grond gelijk gemaakt.

Overste Buurman:

  • Geheel volgens het opgemaakte programma verliep de aanval maar de vele wrijvingen, veroorzaakt door de slechte verbindingen (zoo werd ook van burgerzijde de verbinding verbroken voor een intercommunaal gesprek, bij het inschieten zakten de vuurmonden weg en werden op geïmproviseerde beddingen geplaatst) begon de aanval eerst om 9.30. Hier moet nog opgemerkt worden, dat groote vertraging ontstond door de volgende omstandigheid. Den vorigen dag had de B.C. waargenomen, dat op de kerk te Valkenburg een witte vlag met een rood kruis was geplaatst, een school daarbij was met kruisen van roode menie voorzien. Toen de R.C. van den D.C. de bevelen telefonisch ontving tot het bezetten van de stelling bij den Wassenaarschen slag, had hij dit meegedeeld, waarop van den D.C. bevel kwam niet op deze gebouwen te vuren. Derhalve werd aanvankelijk getracht de vijandelijke mitrailleurs in de nabijheid van genoemde gebouwen buiten gevecht te stellen en toch aan het ontvangen bevel te voldoen.
    Dit bleek onmogelijk door den korten afstand tusschen kerk, school en mitrailleurs en dus nam de R.C. de verantwoording op zich en liet vuren zonder acht te slaan op de vlag en de kruisen. Na de capitulatie heeft dit aanleiding gegeven tot een scherpe woordenwisseling tusschen den R.C. en den Duitschen kolonel, die het bevel in Valkenburg voerde. Bij dit vuur was door een gelukkig schot een auto met munitie geladen en nabij de kerk opgesteld de lucht in gegaan.

De kerk werd door granaten getroffen - vijf doden, tien zwaar gewonden -, het dak vloog in brand : ook het dak van de cafézaal stortte grotendeels in, de meeste gijzelaars drongen de kelder binnen. Op aanraden van de Duitse commandant legde burgemeester De Wilde telefonisch aan overste Buurman, de vraag voor of hij zijn geschut niet beter kon laten vuren op doelen buiten het dorp. De overste beloofde, de vraag aan hogere instanties te zullen voorleggen - de beschieting werd voortgezet. 
 

Cramer vertelde op de cp. aan zijn Luit. Adjudant, dat hij "even ging kijken hoe het met de aanval stond.", en hij sloot zich bij de voorste aanvallende groep aan.

Res. 1e luit. P. Leeuwenburg op 11 december 1950;

  • Voor zover ik mij kan herinneren, is de Lt. de Beer mee geweest met de aanval op het dorp Valkenburg. Ik heb hier niet veel van gezien, want ik ben achtergebleven in de cp., die gevestigd was in het huis van dr. Hueting. Majoor Cramer zei mij, dat hij even ging kijken hoe het met de aanval stond. hij is uren weggeweest en zoals later bleek meegegaan. Overste Buurman heeft eenmaal opgebeld om te vragen waar de majoor was. Hij wilde berichten hebben over de aanval. Ik had enige ordonnansen uitgezonden om de majoor te zoeken. De majoor was zo enthousiast, dat hij met de voorste mannen is opgerukt.

Omstreeks 08.30 uur rukte 3-II-4R.I. via de weg op naar het dorp met de 1e sectie van de MC. De twee secties van 1-II-4R.I. vorderden via de weilanden naast de weg. Cramer bevond zich met een gedeelte van zijn staf, waarbij Lt. de Beer en sgt Klaver, kort achter de voorste sectie van 3-II-4R.I. onder leiding van vaandrig van der Wal.

Aanvankelijk ging alles naar wens. 
De telefoonverbinding met de cp.4R.I. werd door Cramer persoonlijk onderhouden en was zeer goed.
Het artillerievuur werd hierop 400 m voorwaarts verlegd en opnieuw werd een uitwerkingsvuur van 3 min. afgegeven. Tenslotte werd het vuur nogmaals voorwaarts verlegd op het gedeelte van Valkenburg, gelegen achter de Kerk, waarop de infanterie de Broekweg overschreed en de eerste huizen van Valkenburg bereikte en de voorste groepen zonder verliezen tot het gemeentehuis door drongen.

Kapt. Booster, C.-MC-II-4R.I.

  • Te 15.00 op 11 Mei werd opnieuw aangevallen ri. Valkenburg, waarbij de 1e S. de flank van de aanvallende Tir.Comp. beveiligde. In den namiddag van 11 Mei werd nogmaals opgerukt naar den brug, doch daar de Tir.Comp. terugtrokken moest de M.C. eveneens terug en nam een opname stelling in bij de korenmolen aan de Molenweg.

Dpl. H. Hoppebrouwer van 3s-MC-II-4R.I.

  • 's Morgens moest een stuk stelling gaan nemen op de zolder van het huis van den molenaar. De bedoeling hiervan was, vuur uit te kunnen brengen op den weg (brug) welke naar Valkenburg leidt, bij eventueele aanval der Duitschers. Stuk acht nam stelling op den Molentuinweg en stuk negen in een ouden schuur,van waaruit men een goed gezicht op den Rijn had. De tirailleur compagnieën begonnen langzaam aan een aanval te doen op het dorp Valkenburg. Ze ondervinden weinig tegenstand en komen een heel eind over de brug. Bij deze aanval moeten wij ook vooruit. Nadat de stukken verzameld zijn, gaan we voorwaarts, onder leiding van onzen kapitein.
    Deze aanval geschiedde niet zooals wij van het onzen Sectiecomm. Sergt. Cornelisse geleerd hadden en zooals het ook uitgevoerd had moeten worden. Het ging n.l. met afgelegde stukken in een gesloten groep. Hier werd een kardinale fout gemaakt, die gelukkig voor ons zonder kleerscheuren is verloopen. Zenuwen enz. hebben toen blijkbaar zoo een groote invloed gehad bij het bevel voerend gedeelte, dat zij ons zoodoende onnoodig aan doodsgevaar hebben blootgesteld. We kwamen dan ook niet ver want even voor de brug worden we ineens onder vuur genomen, wat ook niet te verwonderen was. Bij het vuren op ons dekten we ons onmiddellijk en bij de geringste beweging die we maakten werd er op ons gevuurd en een poging om verder voorwaarts te gaan stond gelijk met zelfmoord. Waar het vuur vandaan kwam is mij tot op heden niet duidelijk, maar ons stond niets andere te doen dan terug te trekken naar de Molen van den Heer Bos. De tirailleurs kregen ook bevel om terug te trekken. Naar aller waarschijnlijkheid waren we bevuurd door enkele Duitschers van uit de huizen die langs de weg stonden zooals de terugtrekkende tirailleurs ons vertelden. Bij de aanval van de tirailleurs hadden ze deze rustig voorbij laten trekken, toen wij echter voorbij kwamen werd er op ons gevuurd.

Cramer meldde opgewekt vanuit de voorste linies overste Buurman telefonisch het volgende: "We gaan vooruit overste." Kort daarop :

  • God, overste, de artillerie schiet door! Het artillerievuur komt terug! Het ligt 200 meter vóór mij! Het valt in mijn troep en achter mij! De kerels gaan terug, dit is geen doen, die verdomde artillerie! 

Op dat ogenblik ontbrandde een krachtig vijandelijk mitrailleurvuur uit verschillende richtingen, waartegen de aanvallers dekking zochten, zodat de voorwaartse beweging tot staan kwam. Ook mitrailleurs van 1R.I., die aan de andere kant van de Rijn lagen, vuurde op de aanvallende troepen omdat deze onbekend waren met de aanval.

Hoogst waarschijnlijk werden de aanvallers ook bestookt door de Duitsers met mortieren .

Mei1940.nl 8 cm mortieren van de Duitsers naast de Kerksteeg.

Ze waren onder dit zware tegenvuur tot 100 meter van het noodhospitaal gevorderd toen een batterij van I-6R.A. omstreeks het einde van de voormiddag en door 1-III-15R.A. omstreeks 14.30 en om 15.00 uur, uit oostelijke richting vanuit Poelgeest bij Oegstgeest, welke onder bevel stond van C.-1R.I., vuur op het dorp begon af te geven. C.-1R.I. was niet gekend in de infanterieaanval. De granaten sloegen in bij de troepen die in dekking lagen. Een vrachtwagen met Duitse munitie werd in de buurt van de Kerk geraakt en ontplofte. 

Restanten van de vrachtwagen.

P. van Duin, inwoner van Valkenburg:

  • Wanneer de Hollanders het gewild hadden, dan hadden er ongeveer 6000 soldaten rondom Valkenburg gelegerd gelegen en hadden ze zaterdagmorgen Valkenburg zonder slag of stoot ingenomen. De munitie was op. Alles wat de vijand niet in handen mocht vallen, werd verbrand. De Duitsers verwachten een aanval, maar waar bleven ze?

Verslag van Res. Kapt. N.G.J. Huigen, C.-1-III-15RA.:

  • Bij navraag na enige tijd hoorden we dat er niet direct nieuwe bevelen waren te verwachten. We kregen van de inmiddels van zijn wp. Teruggekeerde luitenant Cremers te horen, dat al direct een granaat van de éérste laag van het eerste vuur dwars door het dak in de kerk was geslagen, dus temidden van de honderden daarin verblijvende Duitsers. Het dak ging meteen in brand en het vuur had zich snel verspreid. Daarna had de kerk nog verscheidene treffers gekregen, zodat er slechts een ruïne overbleef. Echter ook de omliggende huizen hadden treffers en scherven gekregen; we vreesden toen reeds, dat dit óók Nederlandse burgers, die door de Duitsers mee ingesloten waren, het leven zou hebben gekost.

Soldaat Slijkhuis, krijgsgevangen in de kerk, plaatste omstreeks 11.10 uur tijdens de hevige beschieting een rodekruis vlag op de kerk.

Cramer die juist aan kapitein Holtkamp bevelen gaf voor een omtrekkende beweging, om het zware tegenvuur te omzeilen, besloot terug te trekken naar de uitgangsstelling bij de Korenmolen.

  Zie het verslag van sergeant Klaver.
  Het verslag van kapitein Holtkamp.

Een groep van zeven man, waaronder de soldaten Seulijn, Tuithof en Meskers,  wist door te dringen tot aan de zuidzijde van de Broekweg. Doordat de Nederlandse infanterie mede door het eigen artillerievuur terugtrokken, kwamen zij in een geïsoleerde positie. Door Duits mitrailleurvuur (met name vanaf het veerpad en omgeving, de tuinen daar en vanuit het grote hoekhuis aan de noordzijde van het kruispunt met de Straatweg) werden zij in een steegje naast het hoekhuis aan de zuidzijde van het kruispunt teruggedrongen. 
Soldaat Bertus Meskers, die deel uitmaakte van 2-III-4 R.I. was ontsnapt uit krijgsgevangenschap en zich had zich aangesloten bij de aanval van 1-II-4 R.I., lag pal naast Seulijn en sneuvelt in dit steegje. 

De heer Seulijn Jr.

  • De Duitse kogels troffen de 21-jarige Bertus, terwijl mijn vader enkele decimeters daarnaast ongedeerd bleef. Zijn kameraden trokken eerst Bertus en daarna mijn vader aan de voeten naar achteren het steegje in. Toen ze zagen dat mijn vader nog leefde, volgde een verbaasde vloek, gevolgd door de uitroep: "hij leeft!"

Vervolgens trachtten Seulijn en zijn kameraad Tuithof met hun verouderde geweren vanuit het volgende huis naast het steegje een verdekt opgestelde Duitse mitrailleurschutter in de buurt van het veerpad uit te schakelen, maar moesten dit na enige tijd opgeven. Via de tuinen achter de huizen en de Korte Commandeursteeg belandde het overgebleven groepje van zes man in de verderop gelegen Lange Commandeursteeg. Vanaf de hoek bij de Straatweg leverden zij nog geruime tijd strijd met de Duitsers.

De zes Nederlanders realiseerden zich niet dat zij al ver in het dorp waren doorgedrongen en zich vlak bij de (zwaar beschadigde) kerk bevonden. Seulijn tekende in een schetsje bij zijn verslag de kerk foutief verderop in het dorp. Blijkbaar werden de troepen vanaf de rand van het dorp misleid door de vlakbij gelegen spits van het oude raadhuis die de illusie gaf van een verder weg gelegen kerktoren. Zij hadden, in tegenstelling tot de Duitsers, geen plattegronden of stafkaarten.
Het groepje van zes wist onder hevig vijandelijk vuur uit de geïsoleerde positie te ontsnappen en zich weer te voegen bij de overige manschappen aan de rand van het dorp.
‘s Avonds keerde Seulijn op eigen initiatief met twee andere dienstplichtigen uit zijn sectie - Holst en C.J. Scholte - terug naar het steegje aan de Broekweg om de gesneuvelde soldaat Meskers op een ladder op te halen. Over de grond schuifelende wisten zij hem te bereiken en weg te trekken. Onder hevig Duits mitrailleurvuur op de Broekweg keerden zij terug naar de troepen, waarschijnlijk via de toenmalige Kerksteeg. Seulijn ging halverwege nogmaals naar het steegje om achtergebleven wapens op te halen.

Schuin tegenover het steegje op de Broekweg was het café van de heer D. Ramp ("Het Wapen van Valkenburg") waar in de kelder ongeveer 200 burgers als gijzelaars werden vastgehouden. Burgemeester De Wilde zat in die nacht op een stoel in de gelagkamer en keek uit op de Broekweg en had zicht op het raadhuis:

  • ....Aan de zijde van de Broekweg werd die nacht ook gevochten. Geregeld klonken er schoten door de straat. Op een gegeven ogenblik zag ik twee soldaten voorbijkomen, die een draagbaar een derde soldaat vervoerden. Het was te donker om te zien of het Duitse dan wel Hollandse militairen waren.

 

De zo succesvol begonnen aanval slaagde niet. De troepen aan de oostzijde van de Oude Rijn, in Oegstgeest en Rijnsburg, werden niet door C.-III-Divisie op de hoogte gebracht van de aanval van 4R.I.op het dorp en handelden bij gebrek aan informatie op eigen initiatief.  

Er waren drie gesneuvelden en enige gewonden. 

*


Na afloop nam de MC-II-4R.I., onder kapitein Booster de volgende opstellingen in.

  • De 1e sectie MC had een stuk in stelling in huize Patria en twee stukken in de boomgaarden west van Patria ter afsluiting van het dorp Valkenburg. 

  • De 2e sectie stond onder bevel van C.MC-III-1R.I. te Wassenaar.

  • De 3e Sectie van de mitrailleur compagnie had een stuk tegen luchtafweer opgesteld, een stuk op de zolder van het molenaarshuis en een stuk op de bollenschuur oost van het molenaarshuis waardoor het terrein tussen het kanaal en de weg naar Valkenburg werd bestreken. 

  • De 4e sectie stond ter beschikking van overste Buurman bij de cp.

Deze stellingen van mitrailleurs zijn bezet gebleven tot 14 Mei, 19.00. Uit deze stellingen is steeds het oprukken van de eigen troepen gesteund en is vuur uitgebracht op het vliegveld Valkenburg en de boerderijen tussen Valkenburg en het vliegveld.
Op 12 Mei werden twee stukken van de 4e sectie opgesteld bij het Shell-station om de Wassenaarse weg en het voorgelegen terrein af te sluiten.
Op 14 Mei pl.m. 16.00 werd één stuk van de 3e sectie opgesteld in de steenfabriek tot steun van sectie infanterie onder Lt. Guyt. Door de 1e sectie zijn voortdurend vijanden onder vuur genomen die munitie van het vliegveld naar de Duitse stellingen trachten te brengen.

**

 

Derde aanval op het dorp.

Omstreeks 8.00 achtte C.-III Div. de algemene toestand van dien aard, dat hij de inzet van I-9 R.I. in zuidelijke richting mogelijk en wenselijk achtte. Hij rekende er namelijk op, dat de te Leiden aangekomen bataljons - een van 20 R.I. en een van 16 R.l. - te zijner beschikking zouden komen als divisiereserve. Blijkbaar was hij toen nog niet ingelicht omtrent de door C.-Vg.H. gelastte verplaatsing van deze bataljons naar Den Haag.

Ter inleiding van de verplaatsing van I-9 R.I., gaf hij om 8.25 bevel aan C.-12 R.I., de draaibrug noord van Katwijk aan de Rijn te doen bezetten door een compagnie van dit bataljon. Majoor van der Schee (C.-I-9 R.l.) wees daarvoor zijn 2e Compagnie aan.

Intussen was overste Buurman (C.-4 R.I.) steeds blijven aandringen op het beschikbaar stellen van troepen voor de aanval op Valkenburg.

Enige uren later, vermoedelijk omstreeks 13.30, gaf C.-III Div. door tussenkomst van C.-12 R.l. aan van der Schee het bevel, zijn bataljon te doen afmarcheren in de richting van Katwijk aan de Rijn tot aan de draaibrug noord van dit oord en zich zelf te begeven naar de cp. van overste Buurman, onder wiens bevelen hij werd gesteld.

Majoor van der Schee ontving van Buurman op diens cp. de opdracht, onder vasthouding van de kanaalovergangen bij Katwijk aan de Rijn en Katwijk aan Zee, het dorp Valkenburg aan te vallen, waarbij III-2 R.A. rechtstreekse steun zou verlenen. Hem werd verder in overweging gegeven, zich in verbinding te stellen met majoor Cramer die hem inlichtingen zou verschaffen omtrent de opstelling van eigen troepen en vijand en de terreinsomstandigheden.
Na gehouden overleg en verkenning, besloot van der Schee de aanval als volgt uit te voeren.

  • 3-I-9 R.l. (min een sectie, maar versterkt met de 1e sectie van de 2e Comp.) zou een uitgangsstelling innemen in de zuidrand van Katwijk ter weerszijden van de kunstweg naar Valkenburg en om 18.55 voorwaarts gaan. Zij moest de huizen aan deze weg doorzoeken en trachten door te dringen tot binnen het dorp.

  • 1-I-9 R.I. en M.C.-I-9 R.I. (min de 1e en 4e sectie) zou als omvattende groep optreden en daartoe een uitgangstelling innemen tussen de korenmolen en de Wassenaarse weg. Eveneens om 18.55 voorwaarts gaande, moest zij terrein winnen in zuidoostelijke richting en vervolgens Valkenburg uit westrichting aanvallen. De M.C. moest mee oprukken.

  • De 1e en de 4e sectie MC (vijf stukken) onder 1e Lt. Ringnalda (SC1,4-MC-I-9R.I.) kregen bevel in stelling komen noord van de Oude Rijn aan de weg Rijnsburg-Valkenburg, ter hoogte van de wegknik nabij het voetveer over de Rijn. Zij moesten de aanval der compagnieën steunen door vuur te brengen op zichtbare doelen aan de weg en in het dorp.  

S.C1.-2-I-9 R.I., res. 1e Lt Bertstra, kreeg opdracht zich te melden bij C.-3-I-9 R.I.
Omstreeks 15.30 was geheel I-9 R.l. (met uitzondering van een sectie van de 3e Comp., welke ter beschikking was gesteld van C.-12 R.I. te Noordwijkerhout), opgesteld op de kunstweg Noordwijk Binnen - Katwijk aan de Rijn, met het hoofd bij de draaibrug.

Sgt. J.W. Nijholt, 2s-MC-I-9RI;

  • Eensklaps davert rechts van ons de artillerie. Instinctief werpt ieder zich tegen de grond. Onnodig.... het is onze eigen artillerie, welke hoog over ons heen, we horen de projectielen wapperend suizen, en voor Katwijk aan de Rijn, Valkenburg beschiet. We kunnen de granaten zien ontploffen, wanneer ze zijn neergekomen. We trekken verder door Katwijk, begeleid door het monotoom gedreun van de kanonnen, die onafgebroken doorvuren. In Katwijk is bijna geen ruimte om te passeren, zo vol staat het met bereden artillerie. De artilleristen kijken ons bedenkelijk aan en wensen ons sterkte bij onze tocht naar voren. Wij begrijpen hen niet.... sterkte.... naar voren? Wat is hier dan? Wat moeten we nu dan doen? Bezorgd over wat ons te wachten staat en hevig verontrust door het niet weten marcheren we verder door Katwijk.

De voorgeschreven opstellingen, ter hoogte van de eerste brug in de weg naar het dorp Valkenburg, waren tussen 17.00 en 18.00 ingenomen, waarbij alleen de 1e en 4e sectie zware mitrailleurs noord van de Oude Rijn van hun opdracht waren afgeweken. Deze waren namelijk, op advies van kapitein Tonnet (C.-instructie batterij 7 veld.), die de aangewezen opstellingsplaats onbereikbaar achtte wegens vijandelijk vuur,. ongeveer 400 m noord van de wegknik in stelling gekomen. 
2-I-9 R.I. (min een sectie) werd belast met het bezetten van de kanaalovergangen van de zee tot en met de draaibrug noord van Katwijk aan den Rijn. Zij stond onder het rechtstreekse bevel van C.-4 R.I.

Situatieschets 3e aanval.

Omstreeks 18.00 opende de afdelingsofficier van III-2 R.A., kapitein Schröder, het vuur met de 2e Batterij, waarna voorwaartse verlegging volgde, tot tenslotte het vuur van de gehele afdeling op de kom van het dorp kwam te liggen, waar verschillende branden ontstonden.
Tijdens dit vuur rukte de infanterie voorwaarts.

Sgt. J.W. Nijholt, 2s-MC-I-9RI;

  • Voor ons staan twee grote groen geverfde houten loodsen. Tot op ongeveer honderd meter zijn we deze loodsen genaderd, als we eensklaps onder vuur komen te liggen. Vlakbij ons knallen schoten! Allen liggen plat en buiten iedere oneffenheid in het terrein uit om er achter te dekken. Allen, behalve één, dat is onze majoor. Hij zoekt geen dekking, hij loopt van de ene vleugel naar de andere en probeert met alle macht ons voorwaarts te krijgen. Daar klinkt plotseling geknal vlak achter ons... daar is weer die verschrikkelijke onzekerheid: waar zit de vijand? Allen denken we, dat er wordt geschoten uit de loodsen vlak voor ons. Ieder legt zijn wapen aan en vuurt, zonder bepaald te richten, op de beide houten gebouwen. De mitrailleurs gaan ratelen en zagen de planken bijna door. Geen mug kan zich meer levend bevinden in die houten hokken en toch klinken nog schoten vlakbij. In Godsnaam... waar zit die ver.... vijand! We moeten voorwaarts! Een kogel fluit vlak voor me langs en slaat op geen armlengte afstand in de schuine helling van de greppel, waarin ik lig. Voorwaarts moeten we, tegen het vuur in! De moed ontzinkt me, dieper kruip ik in de greppel.

De 3e compagnie bereikte de steenfabriek nabij de overgang van de Korte Watering, ongeveer 400 m van het dorp, nadat veel tijd verloren was gegaan met het onderzoeken van woningen en het dekken tegen vuur, dat uit alle richtingen scheen te komen. 

Luitenant Nout;

  • Een hevig vuur dwong ons te dekken. Nadat ik ongeveer tien minuten plat op de grond gelegen had, zag ik even opkijkend, tot mijn verbazing de majoor van der Schee, rechtopstaande bevel geven. Deze rustige houding schonk mij mijn zelfvertrouwen terug en gaf me de moed om eveneens te gaan staan. Later toen de duisternis was ingevallen en het gros was teruggegaan, voegde de majoor zich bij mij op de harde weg. Hij gaf order voor het samenstellen van een patrouille om de Nederlandse krijgsgevangenen, die in de kerk van Valkenburg gevangen zouden zitten, te bevrijden. De omgeving van de kerk werd bereikt doch daar werd op een zo hevige tegenstand gestuit, dat het dwaasheid zou zijn geweest om verder te gaan...

De 1e Compagnie en de zware mitrailleurs op de rechter vleugel moesten volkomen open terrein doorschrijden dat geen enkele dekking bood en enige brede sloten overbruggen, zodat het tempo zeer laag bleef. Het tempo van de huiszoekingen van 3e Compagnie langs de Valkenburgseweg schoot ook niet op. Onderofficieren gaven slecht of geen leiding waardoor veel manschappen achterbleven. Achtergebleven manschappen van de 1e en 3e  compagnie zagen op een gegeven ogenblik de manschappen die wél vooruit waren gegaan, aan voor Duitsers en openden abusievelijk het vuur op hen. 

Sgt. J.W. Nijholt, 2s-MC-I-9RI;

  • Ondertussen neigt de zon te kimmen. Nog steeds dringen we verder voorwaarts. Een brede sloot, waarover slechts een smal doorbuigend plankje ligt, verspert ons de weg. In de looppas wordt de hindernis genomen. De troep moet zich hier concentreren; allen moeten over het ene smalle plankje. De vijand heeft gezien, waar hij de meeste trefkans heeft. Onafgebroken ligt onze "brug" onder vuur. We moéten er over! Ik snel vooruit, in de looppas over de plank, drie hevige korte knallen klinken vlak bij mijn hoofd. Instinctief laat ik me voorover tuimelen, pardoes in de sloot. Ik druk me vast in de modder, mijn gezicht geperst in het gras van de wallekant. Het koude water dringt door mijn kleren, ik voel het stromen in mijn schoenen, het deert me niet.... Ik heb hier een pracht van een dekking.

Daarbij kwam nog dat er geruchten ontstonden volgens welke parachutisten zouden zijn geland bij het Pompstation zuidwest van Katwijk aan de Rijn, dus in de rug van het aanvallende bataljon. 

Sgt. J.W. Nijholt (2s-MC-I-9RI);

  • Een snel klein vliegtuig nadert, het afweergeschut achter ons in Katwijk aan Zee komt in werking, het is dus een vijand. Bliksemsnel worden enige zakken en kratten over het blinkende wapen gegooid en zonder ons te verroeren laten we het vliegtuig, dat zich om geen afweergeschut bekommert, over ons heen suizen. Een lichtkogel stijgt op uit Valkenburg. Contact! De jager zwenkt, cirkelt boven het dorp en verdwijnt in Zuid-Oostelijke richting. Nauwelijks is hij weg, of, precies langs hetzelfde paadje maar veel lager, komen vier grote zwarte gevaarten aanbrommen. Op misschien 1500 meter van ons vandaan laat één van de machines een twintigtal voorwerpen vallen... Bommen?!.... We verbleken. Valschermen openen zich.... het zijn geen bommen, het zijn parachutisten! Van alle kanten ratelen mitrailleurs, ook Riekele heeft bliksemsnel zijn wapen omgeworpen. Er zullen niet veel levend beneden zijn aangekomen!
      
    Ondertussen komen de grote transportkisten nader, ze vliegen precies over de halve cirkel , die wij om Valkenburg hebben getrokken en zo laag, dat het afweergeschut, dat achter de duinen staat, hen net niet bereiken kan. Zij kennen hun werk, onze tegenstanders! Wij mogen niet vuren op vliegtuigen om onze opstellingen niet te verraden.  Onbeweeglijk zitten en liggen we weggedrukt. Vlak over ons heen suizen ze, angst snoert onze de keel dicht.... als ze ook hier parachutisten loslaten zijn we verloren, loodrecht naar boven schieten kunnen we niet.... We durven ons pas weer te bewegen, als de machines in Noordelijke richting verdwijnen, nadat opnieuw enige lichtkogels uit het dorp zijn opgestegen. De betekenis van deze lichtkogels kennen we niet en we gissen nog, als we in het Noorden afweergeschut in actie horen komen. Dat is vliegveld "Langeveld", bij Noordwijk, dat we ook gisteren bezig gezien hebben.

Er werden voor de Duitsers bij Valkenburg voorraden afgeworpen en aangezien er in de rug van het aanvallende bataljon, uit de richting van het pompstation werd gevuurd door delen van III-4 R.I. op Duitsers in de omgeving van het vliegveld - het vormde echter geen gevaar voor de eigen oprukkende troepen van I-9RI - voelde men zich daadwerkelijk bedreigd en stokte de opmars reeds na enige honderden meters ter hoogte van de brug over de Grote Watering.

Dienstplichtig fourier W van der Werf, W. van I-9R.I. had zich onderscheiden in de strijd en verkreeg een Bronzen Kruis. De motivatie van het K.B. no. 11 van 24 juni 1950 was: [92]

  • Heeft zich door moedig optreden tegenover de vijand onderscheiden door, hoewel ingedeeld als fourier en dienstdoend administrateur van een Compagnie Infanterie, zich op 11 Mei 1940, toen hij bemerkte dat de secties van de compagnie uiteen waren gevallen en het merendeel van het ingedeelde kader geen overwicht meer op de troep bezat, onmiddellijk enige korporaals en soldaten van verschillende secties te verzamelen met het doel daarmede deel te nemen aan de bevolen aanval van Katwijk naar Valkenburg  (Z.H.) en daarmede onder vijandelijk vuur voorwaarts te gaan totdat hij het bevel kreeg terug te trekken.
    Voorts door op 12 Mei 1940 opnieuw aan de aanval op het dorp Valkenburg deel te nemen en na zich van een geweer met munitie daarvoor uit een trommel van een lichte mitrailleur te hebben voorzien, op onverschrokken en voorbeeldige wijze als commandant van enige soldaten op te treden, aan het vuurgevecht deel te nemen en op moedige wijze huizen te doorzoeken.

Bij het invallen van de duisternis gelastte van der Schee, die zich moedig in voorste lijn had begeven maar geen kans zag zijn manschappen verder vooruit te krijgen, de terugtocht naar de uitgangsstelling.
Het bataljon had twee doden, waaronder Soldaat D. Visser van de mitrailleur compagnie, en enige gewonden te betreuren. De compagniescommandant van de 3e compagnie was overspannen geraakt en moest in het sanatorium Rhijngeest worden opgenomen. Vaandrig P.v. Elsen nam het commando over. De compagniescommandant van de 1e compagnie was gewond geraakt, res 1e Lt. van Coeverden nam het commando over. 
Verschillende groepen van 3-I-9R.I. en de 2e en 3e sectie MC groeven zich in langs de Valkenburgse weg. 

Sgt. J.W. Nijholt, 2s-MC-I-9RI;

  • De duisternis is gevallen. Onze sectiecommandant ziet reeds geen onderscheid meer tussen land en water, hij loopt recht in een sloot. Hij had een affuit op zijn rug, muurvast drukt het ijzeren gevaarte hem in de modder.... Twee jongens hebben de plons gehoord, aan zijn benen trekken ze hem uit het slijk vandaan en redden hem van een wisse verdrinkingsdood. We kunnen niet verder, we graven ons in. Verstijfd van de kou en rillend in mijn natte plunje ben ik bijna niet in staat de pioniersschop vast te houden. Ik vraag mijn  compagniescommandant, die naast me ligt te graven, of ik terug mag gaan naar Katwijk, om droge kleren te halen. Ik kan toch onmogelijk de nacht in mijn doorweekte kleding op het open veld doorbrengen! Het wordt geweigerd, het kan niet. De kapitein heeft opdracht gekregen zich hier met zijn compagnie in te graven, dan kan hij toch geen sergeant laten terug keren. Ik begrijp het en graaf verder, vast overtuigd, dat dit mijn dood zal worden. Dit kan zelfs de sterkste en meest geharde body niet uithouden.

 

In de nacht werd onder leiding van majoor van der Schee, luitenant Nout en vaandrig van Elsen een patrouille van 25 man uitgezonden om de krijgsgevangenen uit de kerk te bevrijden. Ook deze actie liep vast in de omgeving van de kerk in zwaar vijandelijk vuur. Met één gewonde wist de patrouille zich veilig terug te trekken. Majoor van der Schee overtuigde zich er persoonlijk van dat er niemand was achtergebleven.

Een voorstel van majoor van der Schee om gedurende de nacht van 12 op 13 Mei een overval te doen met stootgroepen op vrachtwagens werd door overste Buurman afgewezen,  aangezien deze bevel had ontvangen aanvallende ondernemingen te staken.

Er werden lichtsignalen van de vijand gemeld. Uit proeven bleek, dat wit betekende; "hier zijn wij", rood; "wij worden aangevallen", en blauw; "wij vallen aan". Het waren in hoofdzaak witte signalen. Op die lichtsignalen werd gevuurd waarbij vaak ook eigen troepen werden getroffen.

*****

 

De Haagsche Schouw en omgeving.

II Dep.Inf.

Ondanks de in de avond van 10 Mei door C.-I L.K. getroffen regeling, waarbij alle troepen binnen het actierayon van C.-III Div. onder die commandant werden gesteld, bleven de onderlinge bevelsverhoudingen dezer troepen op 11 Mei aanvankelijk nog zeer vaag.
De reden hiervan was, dat C.-III Div., die niet beschikte over volledige gegevens ten aanzien van de binnen zijn rayon optredende depottroepen en veiligheidstroepen van de Vesting Holland en er niet in slaagde in korte tijd voldoende inzicht daarin te verkrijgen, naliet een bevelsregeling te treffen of bevelen te geven.

Wat de drie bataljonscommandanten betreft, was;

  • Majoor van Weenen ( C.-15 Dep.Bat.) door overste Sieperda (C.-Il Dep.Inf.) op 10 mei belast met het bevel over alle depottroepen bij de Haagse Schouw en omgeving.

  •  was majoor Mulder tijdelijk belast met het bevel over II-1 R.I. en de 1e Sectie van 2-II-1 R.I., ter sterkte van slechts 15 man onder de voormalige wC.II-1R.I., dat naar Den Deijl en Wassenaar was opgerukt.

  • En was majoor Alofs (C.-10 Dep.Bat.) in de late avond van 10 Mei naar Leiden teruggekeerd, waar een deel van zijn bataljon de noord-,oost- en zuidelijke toegangen tot de stad afsloot.

Op 11 Mei nam Overste Sieperda. de troepen bij de Haagse Schouw weer onder zijn bevel en belastte hij majoor Alofs en majoor Weenen met de commandovoering over de troepen die respectievelijk op de rechter en de linkeroever van de Oude Rijn waren ingezet.

In de ochtend van die dag kwam de 2e Sectie van 2-I-1 R.I. onder vaandrig Joosten, welke de cp. van C.-1 R.I. (Oud Poelgeest) beveiligde, maar door laatstgenoemde ter versterking van de depottroepen naar de Haagse Schouw was gezonden. aldaar aan. Zij werd ter beschikking gesteld van majoor van Weenen, die de sectie doorzond naar van Boecop (C.-6-22 Dep.Bat.).

Ook de omstreeks 9.30 aankomende 1e Sectie van 2-II-1 R.I., ter sterkte van slechts 15 man onder luitenant Rodenhuis, die door majoor Mulder (C.-22 Dep.Bat.,als wd.C.-II-1 R.I.) naar de Haagse Schouw was gedirigeerd, werd ter beschikking gesteld majoor van Weenen, die daardoor een detachement ter sterkte van ongeveer een compagnie onder zijn bevel had.

Omstreeks 11.00 gaf majoor van Weenen, op last van Overste Sieperda, aan kapitein van Boecop (C.-6-22 Dep.Bat.)  bevel, om met zijn detachement dat zich bevond in boerderij Veldzicht aan de linkerzijde van de Rijn, op te rukken tot de Wassenaarse Wetering, vervolgens de brug te overschrijden en 's vijands opstellingen te verkennen.

Ongeveer een uur later ging het detachement, onder een vrij hevig vuur uit de richting Rhijnvliet, voorwaarts. Sieperda, die zich bij het detachement aansloot, moedigde de manschappen aan. Zonder verliezen te hebben geleden, bereikte het detachement de wetering, maar het overschrijden van de brug mislukte door het daarop gebrachte vijandelijke mortiervuur, waarna begonnen werd met het inrichten van een stelling van de oever van de Oude Rijn tot 100 m west van de weg naar Valkenburg. De boerderij Linquanda met kwekerij werd bezet. 
Met de eigen troepen aan de overzijde van de Oude Rijn bij de steenfabriek de Ridder werd een optischeverbinding tot stand gebracht. Tot 15.00 lag enige malen eigen artillerievuur 4 á 500 m vóór de eigen opstellingen. 

In de namiddag bereikte majoor van Weenen het bericht, dat omstreeks 18.00 een aanval tegen Valkenburg zou worden ontketend door troepen van 4 R.I. te Katwijk.

Aangezien hij er op rekende, dat C.-III Div. thans óók bevelen zou geven aan overste Sieperda voor het medewerken aan deze aanval door een actie in de richting van Valkenburg, droeg hij van Boecop op, in afwachting van de ontvangst dier bevelen, reeds voorbereidingen te treffen voor het inzetten van een hernieuwde poging om de Wassenaarse Wetering te overschrijden en in de richting van Valkenburg terrein te winnen. Daarbij zou steun worden verleend door een intussen aangekomen detachement huzaren-motorrijder van 1-1R.H.M., onder leiding van de res. 2e luitenant C. Laan. De huzaren-motorrijders waren reeds door overste Sieperda (C.-II Dep.Inf.) vooruit gezonden, doch, na overschrijding van de Wassenaarse Wetering, door vijandelijk vuur tot teruggaan gedwongen achter de Wetering.

Het 2e Eskadron Pantserwagen (min het 1e Peloton) was op bevel van de O.L.Z. aangetrokken van het Veldleger naar 's-Gravenhage. Het 3e Peloton, dat afzonderlijk marcheerde, stelde op verzoek van majoor Alofs bij het passeren van de Haagse Schouw wagen 24 ter beschikking. Enige tijd later vervoegde zich bovendien aldaar ritmeester Bruinier  ( C.-2e Peloton) met de pantserwagens 16 en 18, toen deze vernam dat een actie tegen Valkenburg zou worden ingezet. nam Bruinier  de drie wagens toen onder zijn bevel.

Toen noch bevelen, noch nadere inlichtingen omtrent de aanval uit de richting Katwijk werden ontvangen, besloot majoor van Weenen omstreeks 19.00 verkennend voorwaarts te gaan.

Hij droeg de ritmeester Bruinier op, langs de weg naar Valkenburg op te rukken en vast te stellen of, en zo ja, waar zich vijand bevond aan de westzuidwest zijde van de Oude Rijn. Daarbij moest de zijweg bij Rhijnvliet worden bereikt. Dit laatste is niet gelukt. Het peloton is opgerukt tot in de voorste lijn der infanterie, waar op aanwijzing van C.-2-I-1R.I. vuur werd gebracht op enige boerderijen waar vijand werd vermoed. 
Aangezien, zoals hierboven reeds werd vermeld, op deze boerderijen en de omgeving daarvan van tijd tot tijd artillerievuur was gelegd, zulks, zoals achteraf bleek, door 1-6 R.A. op verzoek van maj. Alofs aan C.-1 R.I., werd van verder oprukken afgezien.

Bij het invallen der duisternis werden de pantserwagens 16 en 24 teruggenomen naar de Haagse Schouw. De twee wagens brachten de nacht door bij het klooster nabij de brug. Pantserwagen no 18 bracht de nacht door nabij de steenfabriek de Ridder op de rechter Rijnoever.

Op de rechter Rijnoever had maj. Alofs (C.-10 Dep.Bat.) in de voormiddag opdracht gegeven aan kapitein Quack (C.-5-22 Dep.Bat.), persoonlijk het bevel op zich te nemen over de troepen bij de steenfabriek, en daarheen eveneens 1 sectie van 5-15 Dep.Bat., Kaderopleiding van 5-10 Dep.Bat. en 1 sectie van 5-22 Dep.Bat. te doen verplaatsen, onder achterlating van een kleine bezetting bij de begraafplaats Rhijnhof. In de loop van de ochtend kwamen bovendien nog bij de steenfabriek ter beschikking van C.-5-22 Dep.Bat.: twee mortieren van 6-10 Dep.Bat. (daarheen gezonden door maj. Alofs) en de 1e sectie van 1 C.Mr.onder sergeantmajoor Bruining, terwijl in de middag nog twee secties M.C. van I-9R.I.arriveerde.

Sergeantmajoor Bruining van 1s-1 C.Mr, die een stelling had ingenomen tussen de gebouwen van de steenfabriek de Ridder, ondersteunde het vuur met zijn mortieren. 
De majoor :

  • Mijn mortieren stonden in stelling tussen de gebouwen van de steenfabriek. De uitkijkpost had ik op de zolder van een huis geïnstalleerd. Ik heb vuur afgegeven op doelen nabij een boerderij aan de overzijde van de Rijn. Na enige tijd staken de Duitsers daar een witte vlag uit. Een van de Duitsers die Nederlands sprak, kwam naar voren en heeft contact gehad met een van onze commandanten. De Duitser vertelde dat zij zich wilden overgeven en verschillende gewonden hadden, die zij op het grasveld tussen de boerderij en de Rijn zouden neerleggen om te worden afgevoerd. De man ging terug naar de boerderij en het duurde geruime tijd voordat we iets zagen gebeuren. Ondertussen hadden zij echter aanvulling vanuit de lucht gekregen, waarop ze de strijd hervatte.

Dank zij de vuurkracht van deze zware wapens werd het vijandelijke mortier- en mitrailleurvuur, dat uit Rhijnvliet e.o. op de steenfabriek werd gebracht, zodanig minder, dat de bereikte opstelling gehandhaafd kon blijven en zelfs een boerderij tegenover Rhijnvliet door een groep infanterie onder een luitenant kon worden bereikt en vastgehouden. In de loop van de dag werd meermalen vuur gebracht vóór de eigen troepen op de linker Rijnoever. Behalve door de eigen zware wapens geschiedde dit ook door I-6 R.A. en l-III-15 R.A. op verzoek van C.-10 Dep.Bat. aan C.-I R.I. Een kornet van I-6 R.A. werd daartoe als waarnemer naar de steenfabriek gezonden.

**

Kapitein Epkema( C.-6-15 Dep. Bat.), nam met kaderopleiding--5-15 Dep.Bat. van Lt. Zwerver de zorg op zich van de bewaking  van het terrein west van de weg naar Den Haag, tussen de Haagsche Schouw en kilometerpaal 13 van genoemde weg. West van deze opstelling lag II-1R.I.
Tijdens deze bewaking, in het bijzonder in de middaguren,  werden zij bij talrijke aanvallen van vliegtuigen beschoten met vijandelijke vliegtuigmitrailleurs. 
Lt. Zwerver kreeg onderstaand schriftelijk bevel om vijanden verkleed als politieagenten aan te houden.

Het huizencomplex west van verkeersweg, bij de stelling, werd nu geheel door de bewoners ontruimd en volledig nu door Lt Zwerver bezet. De telefoonverbinding in deze huizen werkte niet. Met behulp van de autowrakken werd de in de nacht neergezette versperring verbeterd om het verkeer tot langzaam rijden, c.q tot stilstand te kunnen brengen.
Bij verkenning van het voorterrein trof de Lt. Zwerver een villa, oost van de  verkeersweg, t.o. Mariahoeve  geheel verlaten aan. Achter in de tuin lagen enige parachutes. Met behulp van een door een Duitse parachutist verloren veldkijker, werden op het vliegveld Valkenburg 44 JU transporttoestellen geteld.
Op de loodsen bij het vliegveld stond echter tot  verbazing van de luitenant de Nederlandse driekleur. Naast de H.T.M. baan, bij de stelling van de kaderklas lag een neergestorte D.21. Met uit de huizen gerequireerde schoppen werd met ingraven begonnen. Controle werd uitgeoefend op passerend verkeer.

**

Hoewel overste Sieperda zeer goed het belang inzag van een actief optreden op de linker Rijnoever in de richting van Valkenburg en hij daartoe ook aanwijzingen verstrekte, zag hij in de loop van de dag van verdere offensieve acties af en wel om de volgende redenen.

In de eerste plaats achtte hij de slecht bewapende, nog slechts korte tijd opgeleide en heterogeen samengestelde depotonderdelen weinig geschikt voor een dergelijk optreden, maar bovendien bleef hij onvoldoende ingelicht, omtrent de plannen van de eigen troepen te Katwijk, en wel in het bijzonder voor wat betreft de vuuropdrachten aan de artillerie aldaar. Dat deze onbekendheid van groot gevaar kon zijn bij een ongecoördineerd optreden tegen Valkenburg, zowel uit de richting - Katwijk als uit de richting Haagse Schouw, bleek maar al te duidelijk, toen in de loop van de dag de eigen artillerie uit Katwijk vuur bracht op 300 á 400 m N.W. van de Wassenaarse Wetering, tot welk water de depottroepen juist waren opgerukt

**

Instructie Batterij 7 veld te Rijnsburg.

De afsluiting van de toegangen tot Rijnsburg bleef gehandhaafd, waarbij de achtergelaten 1e sectie van 1-I-1 R.I. onder vaandrig Meijer werd ingeschakeld. Om 11.30 vertrok, op verzoek van overste Buurman (C.-4 R.I.), de batterijcommandant kapt. Tonnet met 15 man naar het Seminarium te Katwijk aan den Rijn, waar volgens geruchten vijand zou zijn gesignaleerd. Bij aankomst aldaar, bleek het gebouw door eigen troepen te zijn bezet, waarna Tonnet terugkeerde.

Afgezien van het optreden van de sectiën zware mitrailleurs van I-9 R.I., die in de namiddag in de zuidwestrand van Rijnsburg in stelling kwamen en vuursteun verleenden bij de derde aanval op Valkenburg, kwamen te Rijnsburg geen gevechtshandelingen voor. Bevelen werden niet ontvangen.

 

**

Depotafdeling Regiment Artillerie te Oegstgeest.

De reeds op 10 Mei uitgevoerde afsluiting van de toegangen tot het kantonnement bleven op 11 Mei gehandhaafd. Daarbij werd tevens gebruik gemaakt van 15 M.C., de kaderklas-10 Dep.Bat. onder de  res. 1e lt. C. van Oyen  en de bij het viaduct in de autoweg geplaatste sectie van 10 Dep.C.B.T.

Voor zover bekend, was het viaduct in de autoweg en het terrein ter weerszijden daarvan bezet door twee pelotons van de 1e Batterij, met daarachter nog een peloton als reserve. Onder het viaduct stond een stuk 7 veld in stelling, zodat het vuur kon brengen in de richting van de Leidse weg. Vóór dit stuk was de weg versperd met voertuigen.

De 2e Batterij bezette verschillende wegenknooppunten in de west- en de zuidwestrand van Oegstgeest.

Van 15 M.C. werden twee sectiën ingedeeld bij de 1e Batterij en opgesteld tussen de autoweg en de Leidse weg. De andere twee sectiën kwamen ter beschikking van C.-2e Bt., die ze in de westrand van het bedekte terrein van Endegeest in stelling deed komen.

Gedurende de gehele dag werd in de omgeving druk gepatrouilleerd in verband met steeds weer ontvangen berichten omtrent daling van parachutisten. Omstreeks 11.30 werd een melding ontvangen, dat langs de kunstweg Rijnsburg - Oegstgeest een vijftigtal parachutisten in opmars waren en dat bij Warmond parachutisten waren geland. Zelfs opende het stuk van 7 veld onder het viaduct op zeker ogenblik het vuur op een vermeend vijandelijk mitrailleursnest, dat tenslotte een eigen opstelling bleek te zijn.

Geen dezer meldingen bleek juist. Vijanden werd nergens aangetroffen.

Om 12.45 werd van C.-I L.K. de mededeling ontvangen, dat de afdeling onder bevel was gesteld van C.-III Div. Deze verstrekte op die dag echter geen enkele opdracht.

C.-1e Batterij zag daarin aanleiding, zich onder bevel te stellen van C.-II Dep. Inf., feitelijk majoor Mulder, die zich in de nabijheid bleek te bevinden en althans bevelen gaf. In de avond kwam de 2e Sectie van 3-I-12 R.l. te Oegstgeest aan, waarheen zij op bevel van C.-III Div. uit Haarlem was aangetrokken.

***


II Depot Bereden Artillerie te Voorschoten.

Het te Voorschoten gelegerde II Dep.B.A. droeg zorg voor de beveiliging van dit kantonnement door het vormen van een zevental detachementen waarbij voor maar drie detachementen een M20 mitrailleur beschikbaar was, welke op de toegangswegen van het dorp werden opgesteld en tevens patrouilles werden uitzonden. De sterkte der detachementen varieerde van twee officieren en 20 tot 70 man. De staf van het 2e Depot Bereden-Artillerie had zijn kwartier aan de Wijngaardenlaan No.15.
Duitse inwoners werden onder politie toezicht vastgezet in de gymzaal van het gemeentehuis. Voorzieningen kwamen voor deze arrestanten pas laat op gang.

Gemeentehuis Voorschoten met rechts ernaast het politiebureau.

Voor de aanwezige stukken 8 staal en 12 lang st. was op 10 mei geen munitie. In de late avond van 11 mei was munitie opgehaald in Halfweg. Op 12 mei werden twee stukken van 8 staal in stelling gebracht bij de boerderij ten N.W. van terrein Adegeest. Op de Papelaan nabij de watertoren werden twee stukken 12 lang st. in stelling gebracht.

De detachementen zorgen behalve voor beveiliging tegen directe aanvallen voor controle van alle door Voorschoten passerende voertuigen en personen. Van de burgemeester van Voorschoten werden 200 geweren met munitie in ontvangst genomen, die ten behoeve van de gemeenten in gemeentehuis waren opgeslagen. De geweren werden onder de nog niet gewapenden verdeeld.

Op veelvuldige meldingen dat er parachutisten zouden zijn geland zijn evenzovele patrouilles op pad gestuurd zonder resultaat.
Buiten het opsluiten in het politiebureau van een vlieger die met zijn machine ten Z.O. van het dorp was neergekomen was er geen gevechtsaanraking met de vijand.

***

De beveiliging van de stad Leiden.

De in de loop van 10 Mei steeds weer binnenkomende meldingen van militaire en burgerzijde omtrent Duitse militairen in auto’s die de stad naderden, het optreden van parachutisten in de onmiddellijke omgeving, en de omstandigheid dat eenhoofdige leiding van de in Leiden verblijvende troepen gewenst werd geacht uit een oogpunt van commandovoering, waren oorzaak, dat C.-Groep Leiden door C.-.Wf.-Vg.-H. werd aangewezen als stadscommandant. Hij kreeg als zodanig opdracht, de verdediging van Leiden te organiseren en zo nodig te leiden.

Hij liet de daarvoor in aanmerking komende bruggen, voor zover deze toegang gaven tot de binnenstad, ophalen of opendraaien en bepaalde, dat op de halve en hele uren verkeer daarover mocht worden toegelaten, waarbij controle werd uitgeoefend.

Alle overige bruggen werden volkomen afgesloten door middel van betonnen rioolbuizen, gevuld met zand, en prikkeldraadversperringen, met dien verstande, dat op drie plaatsen, nl. in de dubbele versperring nabij het Noordeinde, bij de Hoge Rijndijk en in de Steenstraat een doorrit werd gelaten ten behoeve van het gecontroleerde verkeer.

Verder deed hij alle vaartuigen, gelegen in de singels, verzamelen in het Galgewater bij het stafkwartier. Een motorboot werd gebruikt voor patrouilletochten door de stadsgrachten.
Tevens werd een verkeersregeling ontworpen voor doorgaand verkeer van 's-Gravenhage naar Utrecht, van Utrecht naar Haarlem en van Haarlem naar ‘s-Gravenhage en omgekeerd.
De stad werd verdeeld in een noordhelft en een zuidhelft met als scheidingslijn Hoge Woerd, Breestraat en Noordeinde, dus even zuid van de Oude Rijn.
In de noordhelft werden de beschikbare depottroepen der artillerie ingezet, in de zuidhelft die der infanterie.

Er werden wachten geplaatst bij de bruggen en bij enige belangrijke gebouwen, zoals het telegraaf- en telefoonkantoor, het elektriciteitsbedrijf enz. - tussen de bruggen werd gepatrouilleerd. Bij de wacht aan het Noordeinde was een vuurmond van 7 veld ingedeeld, met als taak het onder vuur nemen van eventueel doorgedrongen vijandelijke pantserwagens en autobussen.

*

Duitse krijgsgevangenen in Leiden.

Katwijk cp.-4R.I. Sgt. J. van Mameren van de Staf Vbd.A.-4R.I. in zijn verslag van 11 mei:

  • Onderwijl kwamen de eerste krijgsgevangenen bij ons binnen, een oberleutnant en enkele minderen. Zij werden na ondervraagd te zijn op de meest fantastische wijze aan elkaar gebonden en in een autobus naar Leiden gevoerd, waar ze naar verluidde, in een H.B.S. opgesloten werden.

Omstreeks 17.30 werd nabij de Doelenkazerne, op de Witte Singel, een autobus met Duitse krijgsgevangenen abusievelijk door Depottroepen onder vuur genomen, waarbij een Duitser werd gedood en een aantal anderen verwondingen opliepen. Het Nederlandse bewakingspersoneel leed daarbij wonder boven wonder geen verliezen. 

  • Iemand schreeuwt: "Daar zijn ze!" Van alle kanten knettert het los. Van de daken en vanuit de ramen. De bus wordt doorzeefd. Er komen twee Hollandse marechaussees uit; "Houdt op! Krijgsgevangenen!" Met de schrik zijn ze er afgekomen. Onder de krijgsgevangenen vele gewonden en één dode. een Duitse vliegenier heeft een kogel door beide ogen. [9]

Res.Majoor M. Welle, C.-5-IV Dep. B.A., vermeldde hierover in zijn dagboek:

  • Tusschen 17.15 en 17.30 naderde op de Witte Singel uit de richting Haagweg een langzaam rijdende autobus.
    Deze hield stil ter hoogte van het nieuwe gebouw van de Doelenkazerne.In de bus zaten ongeveer 15 Duitsche Officieren en Onderofficieren van het Luchtwapen der Duitsche Weermacht welke onder bewaking der gemeente-Politie uit Eindhoven als krijgsgevangenen onderweg waren van Eindhoven naar Haarlem.
     
    Misleid door deze uniformen hebben de bij het Depot bureau opgestelde manschappen het vuur op de bus geopend, toen deze zich opnieuw in beweging zette. De bus reed eenige meters vooruit en vervolgens achteruit het voorplein eener aldaar gevestigde wasscherij op, teneinde te draaien. Dit geschiedde juist tegenover de buitenmanege der kazerne. Op dat oogenblik werd van alle zijden het vuur geopend, met het gevolg, dat één der Duitsche Officieren werd gedood, een ander zwaar gewond, terwijl alle overige Duitsche militairen verwondingen opliepen. Geen der Nederlandse begeleiders werden getroffen. Het vuur heeft ongeveer 15 minuten, met onderbreking van totaal 5 minuten, geduurd.
     
    Toen ontstond onzekerheid omtrent de juistheid van het doel en op bevel van de inmiddels aangekomen c. 4e bat. en van den O.W van Vueren werd het vuur gestaakt. De gewonde militairen werden terstond overgebracht naar de wacht van de Doelenkazerne en het lijk van den gedooden Duitschen Officier naar het Diaconessenhuis.

 

In de Doelenkazerne zitten 15 krijgsgevangen parachutisten. De heer J. H.Karsten van de Leidse sterrenwacht hierover op 11 mei in zijn dagboek: [68]

  • ...Na 20 u mag men zich niet meer op straat begeven. Met een schildwacht de sleutels van Hortushek en deur Paterstraatje gebracht naar de wacht in de Doelenkazerne. 15 Duitsche krijgsgevangenen zitten op de brits. Parachutistenspringers nog jonge jongens....

*

 

Aan personeel beschikte C.-Gr.Leiden over:

Troependetachement W.Fr. ter sterkte van bijna 200 man. 
Troependetachement Gr.L. ter sterkte van ruim 70 man. 
1,2,3,7-10 Dep.Bat. ter sterkte van ruim 700 rekruten. 
1,2,3,7-15 Dep.Bat. ter sterkte van ruim 600 rekruten. 
1,2,3,7-22 Dep.Bat. ter sterkte van ruim 750 rekruten. 
1,2,3,4-5 Dep.Afd. B.A. ter sterkte van ruim 750 rekruten.
6e Depotcompagnie geneeskundige troepen (282 man) .
1e Compagnie A.A.T. (min twee sectiën) (60 man).

Gevechtsacties deden zich op 11 Mei niet voor. Wel werden, naar aanleiding van later onjuist gebleken meldingen betreffende gelande parachutisten in de omgeving van de stad, patrouilles uitgezonden, o.a. naar De Vink, in de richting van Zoetermeer, naar Oegstgeest en andere dorpen.

 

Angst en achterdocht.

De angst voor een Vijfde Colonne die van binnenuit ons land aanviel, greep ook in Leiden om zich heen. Die angst veroorzaakte nogal wat achterdocht en verwarring. Overal werd van verraad gesproken. Op straat liet men iedereen woorden zeggen die buitenlanders niet goed konden uitspreken, zoals 'Scheveningen, Scheve Schaats en Schobbejak'. Onder de Depottroepen was die angst zo mogelijk nog sterker, omdat zij verwachten dat zulke colonnisten juist op hen schoten.
Zulks wantrouwen werd mede veroorzaakt door het communiqué van het Algemeen Hoofdkwartier dat opriep: 

  • Wantrouwt alle radioberichten en strooibiljetten die spreken van het staken van het verzet, van onderhandelingen met de aanvaller, enz. Nooit of te nimmer zullen opperbevel en Regering zich inlaten met onderhandelingen met den vijand.

Militaire waarnemingen werden via de gewone radio omgeroepen en wekten overal ontsteltenis. Het waren waarschuwingen die, terwijl ze zekerheid wilde scheppen, onzekerheid bevorderde.

*****

 

Gevechtsgroep 1R.I.

Op het einde van de eerste oorlogsdag waren de troepen te Wassenaar, Den Deijl en Maaldrift, op aanwijzing van Lt.kol. J.J. Teding van Berkhout (C.-I R.H.M.), die op 10 Mei 17.00 uur II en III-1 R.l. op last van de commandant Vesting Holland (C.-Vg.H.) onder zijn bevel nam, tot legering overgegaan ter plaatse waar zij zich op dat ogenblik bevonden. Elk onderdeel droeg zorg voor eigen beveiliging, terwijl bij de meest blootgestelde compagnieën en eskadrons de automatische wapenen in stelling bleven en door piketten werden bemand.

  • In de richting van de Haagse Schouw namen de M.C. (min twee sectiën) van II-1 R.I. te Maaldrift, 4-Dep.Bat.Gr. in het bedekte terrein bij Zuidwijk en 6-3 R.H. te Den Deijl á cheval van de autoweg, vooruitgeschoven opstellingen in.

  • Daarachter te Den Deijl legerden St.-II-1 R.I., 2-II-1 R.I. (min de 2e Sectie), 3-II-1 R.I. (min 1e en 2e Sectie), terwijl III-1 R.l. aan de west- en noordzijde van Wassenaar was ondergebracht. De 1e én 2e Sectie van 3-II-1 R.I. bevonden zich respectievelijk bij de Watertoren van Wassenaar en bij de Uitzichttoren nabij de wegenvork Katwijkse weg - Wassenaarse Slag.

 

In de loop van de nacht, kort na 3.00, kwamen de twee bij de Haagse Schouw achtergebleven sectiën van M.C.-II-1 R.l. te Maaldrift aan, tezamen met de keukentrein van II-1 R.I. en de sectie van 1 C.Pag. welke voor dit bataljon was bestemd. Kol. van Loon (C.-I R.l.) bleef met zijn staf en 1 C.Mr., lt. Hillebrands (C.-1C.Pag. zonder de sectiën) en I-6 R.A. te Oud Poelgeest in Oegstgeest.

Majoor Mulder (C.-22 Dep.Bat.), die optrad als wndC.-II-1 R.I., had in verband met het niet ter plaatse zijn van de keukentrein, reeds voordien brood en koffie uit Leiden doen aanvoeren naar de Maaldrift.

Van 1R.H.M. 

  • Bleef gedurende de nacht van 10 op 11 Mei tot 3.30 het 2e Eskadron (min een peloton) opgesteld aan de N.O.rand van Wassenaar tussen de autoweg en de Zijlwetering, rechts aangeleund aan 6-3 R.H. Eén peloton sloot ter hoogte van Rodebuurt de kunstweg naar Katwijk en naar de Wassenaarse Slag af.

  • Het M.E., waarbij zich in de loop van de nacht nog een sectie aansloot, het eskadron pag. en de sectie mortieren legerden te Wassenaar in de omgeving van de cp. van C.-I R.H.M. (Gemeentehuis De Pauw).

  • C.-l-1 R.H.M. en twee pelotons van dit eskadron bereikten Wassenaar in de loop van de nacht en gingen tot legering over. Een deel van dit eskadron bevond zich nog te Bleiswijk.

  • Van de overige te Wassenaar aangekomen onderdelen bezette 5-Dep.Bat.Gr. (min twee sectiën) de N.O.rand van het dorp tussen de Zijlwetering en de kunstweg naar Katwijk ter hoogte van Oostdorp, zodat rechts en links aansluiting bestond aan delen van 2-1 R.H.M. Bovendien bevonden zich van deze compagnie enige groepen in het terrein Duinrel en een sectie bij de Kievit, ter bewaking van het daarheen verplaatste materieel van het luchtvaartbedrijf.

  • 6-Dep.Bat.Gr. (min een sectie) nam stelling aan de Storm van 's-Gravenzandeweg, ter hoogte van de oprijlaan naar huize Duinrel en patrouilleerde in het bedekte terrein.

  • Een sectie van 5-Dep.Bat.j. bezette de wegenvork 350 m meer noordelijk, doch werd op 11 Mei 3.30 op bevel van C. -Vg.H. per auto naar 's-Gravenhage (Haagse Bos) aangetrokken.

  • Tenslotte beveiligde een sectie van 22 Dep.C.B.T. de telefooncentrale te Wassenaar, terwijl de rest van het teruggetrokken "Detachement Wassenaarse Slag" van 4 Res.G.C. zich had aangesloten bij de 1e Sectie van 3-II-1 R.I. bij de Watertoren.

Om 3.30 ontving C.-1R.H.M. van C.-Vg.H. bevel, 6-3 R.H., 2-1R.H.M. en M.E.-1R.H.M. naar 's-Gravenhage te zenden als beweeglijke reserve. Nadat, voorzover zulks door C.-1 R.H.M. nodig werd geacht, aflossing had plaats gehad, vertrokken deze onderdelen.

Op bevel van C.-1 R.I., gericht aan C.-II-1 R.I. en C.-III-1R.I., verzonden om 4.45 en te Wassenaar ontvangen omstreeks 7.00, werd het volgende gelast;

  • Beide bataljons mochten niet verder in de richting 's-Gravenhage oprukken dan tot de lijn 500 m zuid van de weg Wassenaarse Slag-Den Deijl-Voorschoten.

  • II-1 R.I. moest met de M.C. en een tirailleurcompagnie Maaldrift bezet houden en met de rest van het bataljon het terrein tussen de autoweg naar Haagse Schouw en de Zijlwetering van vijand zuiveren.

  • III-1 R.I. kreeg de opdracht, het terrein tussen Zijlwetering en Oostdorperweg te zuiveren.

Deze opdrachten werden als volgt uitgevoerd.

 

II-1R.I

Tegelijk met het bovengenoemde bevel ontving C.-II-1 R.I. een om 5.35 verzonden bevel van C.-I R.I., luidende: 

  • Door 4 R.I. wordt aanval gedaan op Valkenburg met steun van artillerie. Indien de Duitsers ontwijken in oost- of zuidoostelijke richting, deze opvangen.

Majoor Mulder, die nog steeds als wndC.-II-1 R.I. optrad en zijn cp. nabij kp. 12 aan de autoweg had waar tevens de Vbd.A. een opstelling kreeg, gaf de volgende bevelen:

  • aan 1e Lt. Broersma  (C.-2-II-1R.I.), de 3e sectie te plaatsen bij de boerderij noordwest van de brug over de Wassenaarse Wetering in de Hogeboomse weg, en één sectie aan de autoweg van kilometerpaal 11 tot 200 m noordoost daarvan, front naar het noordwesten.

  • aan 1e Lt Strabbing (C.-3-II-1R.I.), 4e sectie stelling te doen nemen bij de boerderij Landlust, front noord en noordoost, en de 3e sectie 700 m noordwest van Landlust, aan de zuidwest-noordoost lopende weg, front noord en noordwest.

  • aan kapt. Bloemhof (C.-M.C.), de 4e sectie zware mitrailleurs in stelling te brengen bij de driesprong Maaldrift, 500 m zuidoost van de brug over de Wassenaarse Wetering, en één sectie bij Deileroord. De beide andere sectiën der compagnie moesten de reeds ingenomen stellingen noord van kp.12 blijven innemen en zo nodig verbeteren.

De sectie van 1 C.Pag. werd in stelling gebracht aan de autoweg ter hoogte van kp. 12. De weg werd ter plaatse versperd.

Bovengenoemde opstellingen werden in de loop van de voormiddag van 11 Mei ingenomen. Alleen de sectie van de 2e Compagnie slaagde er niet in, de aangewezen boerderij te bezetten. Tijdens de verplaatsing van deze sectie ging Lt. Spruyt met een sergeant, drie man en een lichte mitrailleur beveiligend vooruit naar de hooggelegen brug. Toen zij de brug bereikten en de lichte mitrailleur in stelling wilden brengen, werden zij verrassend onder vuur genomen door een zeer nabij zijnde Duitse patrouille, waarna zij zich gevangen gaven. De rest van de sectie, onder een sergeant, rukte niet naar de brug op, maar nam 300 m zuidoost daarvan stelling. In de loop van de dag zond majoor Tielrooy (C.-II-1 R.I.), - die omstreeks 11.00 uur het commando van majoor Mulder overnam die daarop naar de Haagse Schouw vertrok. -, die ter controle ter plaatse kwam, de sectie over de brug, waarna zij zonder enige vijandelijke inwerking de boerderij bezette.

In de namiddag, toen in de richting van Valkenburg parachutes werden waargenomen, namen de sectiën zware mitrailleurs deze meermalen onder vuur.

Overigens deden zich die dag geen bijzonderheden in de omgeving van de Maaldrift voor. Alleen trof de 3e Sectie van 3-II-1 R.I. onder vaandrig Flameling in een boerderij een tweetal gewonde Duitse soldaten aan, benevens een negental motorrijwielen, afkomstig van 1 R.H.M., en een hoeveelheid Duitse wapens en munitie.

De 1e Sectie van 2-II-1 R.l. werd reeds omstreeks 8.30, op last van de B.C., naar de Haagse Schouw gezonden, waar de S.C. zich meldde bij C.-15 Dep.Bat.

In de late namiddag keerde de 2e Sectie van 3-II-1 R.I. onder sergeant Wagter in zeer vermoeide toestand terug van haar detachering aan de Wassenaarse Slag (uitzichttoren).

 

III-1R.I.

Van het aanbreken van de dag af waren de compagniescommandanten van III-1 R.I. voortgegaan met de verkenning en het doen bezetten van de in te nemen stellingen in de noord- en noordwestrand van Wassenaar, zulks ter uitvoering van de door C.-1 R.H.M. in de late avond van 10 Mei aan kapt. Meijer (C.-III-1 R.I.) verstrekte opdracht, waaraan door het invallen der duisternis toen niet volledig gevolg kon worden gegeven.

De bevelen van kapitein Meijer hielden het volgende in:

  • De 1e Compagnie onder Lt. Venema moest de N. en N.W.rand afsluiten door een opstelling in te nemen tussen de Oostdorperweg en de Katwijkseweg (beide wegen inbegrepen), waarbij de rechtervleugel bij Bellesteyn en de linkervleugel bij de wegenvork Wassenaarse Slag - Katwijkseweg moest komen.

  • De 2e Compagnie onder kapt. van den Heuvel en de 3e Compagnie (min twee sectiën) moesten stelling nemen in het bedekte terrein van Duinrel, met de rechtervleugel aansluitende bij bovengenoemde wegenvork en met de linkervleugel bij de wegenknik 1200 m zuidzuidwest daarvan.

  • De overblijvende twee sectiën van de 3e Compagnie werden bestemd voor bewaking en beveiliging van de treinvoertuigen, de cp. en andere objecten in het westen van het dorp.

  • Lt. Kroneman (C.-M.C.) kreeg opdracht, één sectie in stelling te laten komen bij het begin van de Oostdorperweg en één bij de Watertoren van Wassenaar.

  • De rest der compagnie (twee sectiën) moest stellingen bezetten langs de zuidrand van de Oostdorperpolder, zodat verband werd gelegd tussen III-1 R.I. en II-1 R.I. bij Maaldrift.

Dit bevel werd door de Compagniescommandanten als volgt uitgevoerd.

  • C.-1e Comp., die nog tijdens de duisternis zijn compagnie deed oprukken van Den Deijl naar de wegenvork Oostdorperweg-Katwijkseweg, trof aldaar de sectie van 6-Dep.Bat.Gr. aan. De seciecommandant waarschuwde hem zeer voorzichtig te zijn, aangezien zich veel Duitsers in de omgeving bevonden.

  • C.-1e Comp. gaf C.-1e Sectie opdracht, zich met zijn sectie te begeven langs de Oostdorperweg tot de wegenvork nabij Bellesteyn, aldaar stelling te nemen en verbinding te zoeken met de 2e Sectie, die in het terrein west van dit punt zou komen.

  • C.-2e Sectie kreeg opdracht, 500 m op te rukken langs de Oostdorperweg, dáár het aanbreken van de dag af te wachten en vervolgens een opstelling in te nemen halfweg tussen de wegensplitsing bij Bellesteyn en het punt van samenkomst van Katwijkseweg.en Wassenaarse Slag.

  • C.-3e Sectie moest laatstgenoemd punt bezetten en kreeg een groep van de 4e Sectie toegevoegd.

 

De C.C. vestigde zijn cp. bij de wegenvork Oostdorperweg-Katwijkseweg en hield de 4e Sectie (min een groep) aldaar in reserve. Kort na het licht worden op 11 Mei waren deze opstellingen ingenomen.

De 2e Compagnie verbleef de nacht van 10 op 11 Mei in de westrand van Wassenaar tussen de P. K. en R.K. en loste, na het vertrek van 2-1 R.H.M., dit eskadron met één sectie af. Deze sectie kwam toen onder bevel van C.-1-III-1 R.I.

De rest der compagnie richtte zich ter verdediging in aan de Storm van 's-Gravesandeweg, west van de R.K., rechts aangeleund aan 6-Dep.Bat.Gr. Dat de compagnie niet oprukte naar het bedekte terrein van Duinrel, zoals haar was opgedragen, is  een gevolg geweest van het gebeurde bij I-1 R.l. aan de Wassenaarse Slag, waarover straks meer.

De 3e Compagnie, die in de avond van 10 Mei, bij aankomst te Den Deijl, opdracht had ontvangen een geconcentreerde opstelling in te nemen zuid van de R.K., was daarheen afgemarcheerd en aldaar tot rust overgegaan.

Bij het aanbreken van de dag werden twee sectiën aangewezen voor bewakingsdiensten binnen Wassenaar. De rest der compagnie, waarbij acht lichte mitrailleurs, richtte zich ter verdediging in langs het noordelijk deel van de Storm van 's-Gravesandeweg tussen 1-III-1 R.I. (bij Oostdorp) en 6-Dep.Bat.Gi:., over een frontbreedte van ongeveer 500 m.

De M.C., die de nacht van 10 op 11 Mei doorbracht in de westrand van Den Deijl, werd bij het aanbreken van de dag nadat aan de compagnie nog de vaandrig Everard  met de 2e Sectie van M.C.-II-4 R.I. was toegevoegd als volgt opgesteld

  • één sectie ter weerszijden van de brug over de Zijlwetering in de van Zuylen van Nijeveltstraat.

  • een andere sectie plaatste één stuk bij elk der twee meer zuidwest gelegen bruggen over die Wetering en één stuk bij de R.K. aan de Storm van 's-Gravesandeweg in vak 2-III-1 R.I. 

  • De 2e Sectie werd in stelling gebracht nabij het kruispunt van Zuylen van Nijeveltstraat-Zijllaan, front noordoost en noordwest.

  • de 3e Sectie bezette de Watertoren.

  • de 4e Sectie kwam ter beschikking van C.-1-III-1 R.I., die één stuk zuidoost van de Oostdorperweg en twee stukken noordwest daarvan (in de noord punt van de z.g. Rode buurt) in stelling deed komen.

**

Kort na het aanbreken van de dag op 11 Mei, trokken langs de Wassenaarse Slag tal van groepen manschappen en voertuigen terug in de richting van Wassenaar. Deze waren afkomstig van het overvallen I-1 R.I.

De 3e Sectie van 1-III-1 R.I., op het kruispunt Wassenaarse Slag - Katwijkseweg, werd door deze vluchtelingen beïnvloed en trok met hen terug tot Oostdorp, waar de C.C. stellingname gelastte langs de Storm van 's-Gravesandeweg, zuid van de Katwijkseweg (waar zich ook reeds de beide sectiën van 3-III-1 R.I. bevonden).

Behalve delen van I-1 R.I., waarbij onder meer kapt. Bergmans, trokken bovendien van de Wassenaarse Slag terug:

  • 1 Bt.6 veld (zonder de Battterijcommandant), 

  • een sectie van 4 Bt.6 veld, 

  • de 2e Sectie van 4 C.Mr. onder Lt. Broens en de 

  • 2e Sectie van M.C.-II-4 R.I. onder vaandrig Everard.

  • 2-I-4R.I. onder Lt Nijbakker.

In de loop van de dag werden de manschappen van I-1 R.l. te Wassenaar verzameld en onder bevel van Bergmans belast met beveiligingsopdrachten in het dorp.

Van 1 Bt.6 veld werd één sectie in stelling gebracht op de autoweg bij Den Deijl en de andere op de Katwijkseweg ter hoogte van Oostdorp. De 2e Sectie van 4 C.Mr. werd eveneens op laatstgenoemd punt opgesteld. De sectie van 4 Bt.6 veld kwam in stelling bij Landlust.

**

 

 

Afgezien van de ondergane emoties, teweeggebracht door de alarmerende berichten van de vluchtelingen van I-1R.I.; het waarnemen van de daling van een aantal parachutes in de namiddag in de richting van Valkenburg, hetgeen een hevig onbeheerst vuur van talrijke mitrailleurs ten gevolge had. De aanhoudende geruchten omtrent schietpartijen door burgers uit verschillende Wassenaarse woningen, waarin C.-I R.H.M. aanleiding zag, huiszoekingen te gelasten, alsmede arrestatie van alle verdachte personen, vonden op 11 Mei te Wassenaar en omgeving geen belangrijke gebeurtenissen plaats.

De Oostdorperpolder werd door een aantal patrouilles afgezocht. Gevechtsverkenning in de richting van de Wassenaarse Slag, Rijksdorp en De Pan vond echter op 11 Mei niet plaats. Dit terwijl de te Wassenaar beschikbare krachten daartoe alleszins voldoende waren, en opheldering in die richting toch zeer gewenst moest worden geacht.

Nu dit niet geschiedde, wist de slechts een paar honderd man sterke vijand, zonder op enigerlei wijze te worden gehinderd, zich vast te zetten op enige beheersende duintoppen west van het bedekte terrein van Duinrel, in het complex Rijksdorp en in de Albertushof, terwijl de gevangenen van I-1 R.l. in zijn macht bleven. 
Tot de capitulatie op 14 mei wist deze Duitse groep zich in de duinen bij de Wassenaarse slag te handhaven.

Situatie om 20.00 uur.

De gevangen genomen burgers en militairen en de burgers in het dorp Valkenburg die in hun eigen kelder schuilden gingen weer een onzekere nacht tegemoet.

In Noordwijk kwamen op initiatief van de burgemeester in het raadhuis aldaar bijeen; overste Buurman, kapt. Grafhorst (III-2R.A.), 1e Lt. Valentgoed (4e Res. G.C.), en sgt Schols (Ptr.) alsmede de burgemeester en wethouder Vogelaar. Uit vrees voor de vijfde colonne werd de wenselijkheid besproken om, gebruik makend van de in art.33 van de wet op den staat van oorlog en beleg aan het militaire gezag verleende bevoegdheid, over te gaan tot arrestatie van een aantal verdachte personen. Staande de vergadering werd een lijstje samengesteld van ongeveer 8 à 10 personen, welke als verdacht moest worden beschouwd.
Toen eenmaal met arresteren een aanvang werd gemaakt, zijn meerdere personen gearresteerd, waarbij medewerking werd verleend door het administratief personeel van 4R.I. Voor zover kon worden nagegaan zijn ongeveer 45 personen gearresteerd en afgevoerd naar Haarlem.

 

10 mei deel 5 | 12 mei.  >