Vliegveld Valkenburg

Mei 1940

 
 Home  Vóór de Oorlog Bevelvoering 4e Regiment Infanterie Mei 1940 Verliezen Documenten Verdere informatie
 

 

 

 

Het wapen der Infanterie
Mobilisatie 1914-1918
Voorspel.
De Algemene Mobilisatie.

Rats kuch en bonen.
   De Nederlandse militair.
   De Wacht.
   De Dienst.
   Overdenking.

Fotopagina 1,

 

Vóór de oorlog

 

De Nederlandse militair in de mobilisatietijd.

Rats Kuch en Bonen.

De geïsoleerde positie die Nederland in de gedachten van het Nederlandse volk innam bij de aanvang van de oorlog, wordt wellicht het best gekarakteriseerd door de benaming die het tijdvak van september 1939 tot mei 1940 in ons land kreeg - en voor de historie zal behouden. Polen werd vernietigd, miljoenen legers lagen op elkaar te loeren in hun stellingen, ter zee werd een verbeten strijd geleverd, Finland werd door de Sovjet-Unie aangevallen, Denemarken en Noorwegen werden door de Duitse legers bezet. De periode waarin dat alles gebeurde heette in Nederland: "De mobilisatietijd".

Deze term is wel bijzonder illustratief voor wat ons volk beroerde in een situatie die voor ieder die wat verder kon kijken, de inleiding was tot een tweede wereldoorlog, ingrijpender en afschuwwekkender dan de eerste was geweest. Maar men keek nauwelijks over de grenzen; men hielt zich allereerst bezig met zijn eigen leven, zijn eigen moeilijkheden en problemen. 

Van tijd tot tijd werd men opgeschrikt als men geconfronteerd werd met een gebeurtenis die demonstreerde dat Nederland betrokken werd bij duistere zaken die met oorlog samenhingen. De in 1938 in Duitsland opgepakte inwoner van Venlo, welke onterecht beschuldigd werd van spionage en ter dood werd veroordeeld. De smokkel van Nederlandse uniformen en de ontvoering van de dodelijk getroffen luitenant Klop met twee Engelse geheime agenten na een schietpartij aan de grens nabij Venlo zijn daar voorbeelden van. Maar die onrust ebde, mede door de geruststellende woorden van de regering, snel weer weg.

En ook de regering, hoewel beter geïnformeerd, bleef uitdragen voort te bouwen aan de illusie dat Nederland ook ditmaal de dans zou ontspringen. 

Mede door die geruststellende woorden van de regering betekende de mobilisatie voor de meeste dienstplichtigen weinig anders dan een verzetje, tijd voor flauwe moppen, klachten over het eten, brieven naar huis, poetsen bakken, dromen van het meisje, fluiten op straat. Mobilisatie stond voor vliegen in de tent, inkwartiering bij suffe mensen óf in het huis met de mooie dochter, vindingrijkheid van verlofgangers, telefoonwacht, graven en bomen kappen, land onder water, sokken in de soep, sigarettencultuur, onverstaanbaarheid van Limburgers voor Rotterdammers en van de Amsterdammers voor Twentenaren. Intrekking van verlof en wachtlopen. [57]

Woensdag 8 mei 1940, de Courant - Het nieuws van den Dag. Amsterdam.

Zooveel duizend moeders, meisjes,
Vrouwen, kinderen incluus,
Wachten met het blij vooruitzicht :
Ha! Vanavond komt "HIJ" thuis.
Want vandaag is 't zijn verlofdag,
't Is alweer een póós geleê....
Moeder wacht al met de koffie,
Vrouwlief zit al met de thee.
Kregen 't onverwacht berichtje:
Ingetrokken! NIET naar huis!
Zóóveel duizend hart'lijkheidjes
Gingen eensklaps weer niet dóór :
Zij berusten: want zij weten:
't Groote Landsbelang gaat vóór.
Onze Wéérmacht, die weer mácht heeft,
Onze Wéérmacht heeft weer wácht,
Onze Wéérmacht krijgt steeds méér wacht,
Heeft de Wéérmacht in haar macht,
Pas als álles weer gewóón is,
En de Wéérmacht niet meer wácht,
Krijgt de vrouw den dank der Wéérmacht, 
En, méér dan de Wéérmacht, macht. [7][58]

 

Mobilisatie was eigenlijk best leuk en in ieder geval wat anders.

Heel het land hielp mee 'de jongens' te verzorgen. Onder het motto, "met de breipen in de hand dient men ook het vaderland", maakten vrouwen sjaals en kousen, wanten en kniestukken.

Zo sjokte Nederland door de mobilisatietijd. "Onze jongens", stonden aan de grenzen, met warme wollen wanten en dito bivakmutsen. Ze groeven putten, bouwden versterkingen, marcheerden en mopperden en zongen van rats, kuch en bonen en van Blonde Mientje. Bijna niemand had er enig begrip van, ook nog niet op de negende mei van 1940, hoe nabij de catastrofe was.

**

 

Prentenbriefkaartfabrikanten beleefden gouden tijden, hier een zogenaamde "omdraai-kaart".

 

De Wacht.

De Wacht van 11 mei 1940....

De lach of ik schiet sfeer. [51]

  • Soldaat A: "Er kwam een aanval met de bajonet, maar ik had mijn borst nog niet boven de loopgraaf gestoken of een kogel doorboorde mijn  hart."
  • Soldaat B: "Dat kan toch niet, dan had je dood moeten zijn."
  • Soldaat A: "Neen, want mijn hart was even tevoren in mijn schoenen gezonken."

 

  • "Wat is strategie, soldaat?"
  • Soldaat: "Als je geen munitie meer hebt en toch blijft doorvuren, zodat de vijand het niet merkt."

 

  • "Waaraan kun je een korporaal herkennen?"
  • "Aan het grotere portie kaas die hij krijgt."

 

  • Soldaat A, Bij ons was de verlofregeling geweldig. We mochten vertrekken, zoodra de pasjes er waren en die kwamen al drie dagen voor het verlof eigenlijk inging.
  • Soldaat B, Ja, dat was bij ons niet mogelijk.
  • Soldaat A, Waarom niet?..
  • Soldaat B, Dan waren wij nog niet eens van het vorige verlof terug!

  Dienstplichtig soldaat J. Grevers (MC-II-4RI) stuurde een mopje in voor de 16e de Wacht van 2 maart 1940. 

  • Soldaat A, Lach je mij soms uit?
  • Soldaat B, Nee, heusch niet hoor, ik lach om wat anders.
  • Soldaat A, Wat is hier anders waar je om kunt lachen?

 

"De Wacht" diende niet alleen tot versterking van het moreel van burger en militair, er werden ook mededelingen van de legerleiding in gepubliceerd, al vulden die berichten maar een klein gedeelte van het blad. De meeste ruimte werd ingenomen door ingezonden moppen, puzzels, tekeningen, belastingproblematiek, vragenbus en vooral veel sigarettenreclame. Het was immers belangrijk dat Jan Soldaat zich niet verveelde.

"De Wacht" ( 3 cent voor militairen en 10 cent voor burgers.) publiceerde ook mededelingen van de dienst "Ontwikkeling en Ontspanning" , in de wandel O&O genoemd, die mede verantwoordelijk was voor het moreel van de troepen. Met grote tevredenheid werd vastgesteld dat het aantal deelnemers aan de cursussen voor het boekhoudexamen en het middenstandsdiploma nog steeds stijgende was. Bij de sectie V was een huisvlijtpakket verkrijgbaar voor tien man, waarbij aangenomen werd dat vijf man figuurzaagden, drie het houtsnijwerk voor hun rekening namen en twee het inlegwerk. Ook was er gelegenheid om in te schrijven voor de cursus Latijn. De bouwplaat van Hr.Ms. "Tromp" werd nog steeds voor 30 cent geleverd.

Ook de burgerij had deze legerbron aangeboord; de "vereeniging van leeraren" in het boekhouden (opgericht in 1883) verleende 5 gulden reductie op elke cursus. De firma "de Pottenman" in Amsterdam waarschuwde : "gooi uw jampotten niet weg. Wij betalen voor potten met deksel f 2,50 per honderd."  En een tabaksfirma lanceerde een nieuw merk "Weermacht", vijfentwintig sigaretten voor 15 cent.

 

De Dienst

Soldij.

Jan Soldaat werd ook betaald, hij kreeg per dag een soldij van wel 17 cent. Als hij per ongeluk (?) in de straf of tuchtklas belandde, werd dit automatisch verminderd tot 9 cent, waarvan 4 cent als zakgeld werd uitgekeerd.
Hij kon in de geïmproviseerde, door hem zelf knus aangeklede kantines, ternauwernood een gevulde koek (5 cent), een kop koffie (5 cent) of een pakje shag (10 cent) met vloei (1,5 cent) kopen.

Dpl. J. van Ingen.

Kantine 10 Dep. Bat te Leiden [20]

Het uniform.

De zorgen van Jan Soldaat lagen op een overzichtelijk terrein. Zijn uniform, dat vaak vijftien jaar tussen de mottenballen had gelegen, paste doorgaans niet meer, maar toch moest hij het ermee doen, want de foeriers waren snel door hun schamele voorraad heen en de overgrote meerderheid moest zich behelpen met de deprimerende uitrusting die sinds de eerste wereldoorlog in gebruik was. Grauwe uniformjassen met stoffen knopen, vormloze broeken met ingewerkte knieën en onpraktisch gesneden beenwindsels maakten Jan Soldaat tot een weerloos mikpunt van hekeldichters en karikaturisten. Magazijnvoorraden konden meestal maar twee maten. Daarnaast kwam het in de eerste mobilisatieweken regelmatig voor dat men ontbrekende stukken  uit eigen huiselijke voorraad aanvulde. Zo werd er een wachtpost gesignaleerd die een bolhoed droeg. Er was geen mens die  er aanstoot aan nam.

Rats, kuch en bonen.

Toch had hij constant behoefte aan bijvoeding, want de officiële pot was wel overvloedig en vet, maar nauwelijks smakelijk. Volgens het "Handboek voor den Soldaat" had hij per dag recht op:

0,75 Kg brood,
0,35 Kg rundvlees (met been),
0,05 Kg vet,
1,75 Kg aardappelen,
0,05 Kg rijst,
0,02 Kg koffie,
0,02 Kg boter
Voorts melk, suiker en zout naar behoefte.

Maar doorgaans draaide het uit op erwtensoep en bruine bonen, want de legermagazijnen puilden uit van de peulvruchten, die inkopers bij tonnen tegelijk hadden ingekocht.

Amusement.

Voor het grotere amusementswerk was Jan Soldaat aangewezen op de schaarse voorstellingen van O&O. Het vervoer van de artiesten verliep moeizaam, maar toch werden tienduizenden getrakteerd op een daverde brok vaderlandse gein, dat werd aangedragen door olijkerds als Snip en Snap (met Jacques van Tols onsterfelijke ode  Rats Kuch en bonen.) en Lou Bandy, die onder zijn strooien hoed Blonde Mientje met haar hart van prikkeldraad bezong. Ook stelde hij de dwingende vraag wie er suiker in zijn erwtensoep had gedaan.

Een actieve rol in de amusementssector werd voorts gespeeld door Bob Scholten ("Heel de stad is opgetogen"), Louis Noiret ("Ik ben Kobus Kuch"), Henri Theunissen ("Je strozak is je beste kameraad") en VARA's Anton Beuving die er een patriottisch "Eigen erf is eigen land" tegenaan gooide. De KRO had een speciale radio-uitzending: "In de kantine van leger en marine", met Albert Klein jr., die zijn schlager "Geef ze een koppie koffie, schenk ze een vriendelijk woord" lanceerde.

Spotprenten en hekeldichten op Jan Soldaat waren niet van de lucht. Maar ook op de amusementsavonden die speciaal voor de dienstplichtigen werden georganiseerd, werd met de dienst gespot - overigens tot groot genoegen van de soldaten zelf. De figuur van Kobus Kuch, gespeeld door Louis Noiret, had aan die avonden zijn ontstaan te danken.

Hij doorspekte zijn liedjes met grapjes en hij wist de soldaten aan het zingen te krijgen waardoor ze even de zorgen konden vergeten. Eén van zijn liedjes was De soldaten aan de grenzen.

 


Ik ben Kobus Kuch uit Burgerbrug
'k voel me vroolijk, vrij en fit!
Ik ben wat je noemt een lid
Waar de geest van de Wit en de Ruyter nog in zit....
 


Kokkie, wat eten we vandaag?
Kokkie, ik heb zo'n zwakke maag!
Toe breng er 's verandering
Ik zal wel zeggen, - hoe!
Hos d'oeuvre, visch en vleesch
en nog een "toetje" toe !!!

***

 

Overdenkingen,

"Als we geweten hadden", schreef een van hun later,

  • Als we geweten hadden hoe ernstig de toestand wel was, dan hadden we niet gelachen! Niet gelachen toen dat kanonnetje van die bereden jongens losraakte en onder water in een sloot zakte, niet gelachen om de witte pakken van de marinejongens bij dat stuk geschut, "Net echt", riepen we tegen die lui en "pas maar op dat je geen pijn in je hoofd krijgt met die helm op."

Een ander:

  • Mobilisatie is beroerd, wachten op oorlog of vrede van anderen is vervelend, verlof is de enige aangename onderbreking. Slecht gaan de zaken en verdrietig is het gezin.

 

Disclamer  Forum.    Contact :