Vliegveld Valkenburg

Mei 1940

 
 Home   Vóór de Oorlog   Bevelvoering   4e Regiment Infanterie   Mei 1940   Verliezen  Documenten Verdere informatie 
 
Terug
       
B. Borst.
  1. Diensttijd
  2. Oorlog
  3. Eerste uren
  4. Krijgsgevangen
  5. Op en om het vliegveld
  6. In de kerk
  7. Het veldlazaret
  8. Jan
  9. Het krijgsgevangenkamp
  10. Terug in de kazerne
  11. Na de oorlog

Als krijgsgevangene in en om Valkenburg.

Oorlogsherinnering van Berend Borst.

BRON: ©  OSV-4R.I.

Hoofdstuk 1

Jong gestorven Vroeg bij God.

Als krijgsgevangene in en om Valkenburg.

Ter herinnering aan Jan Varkevisser Jz.

 

VOORSCHRIFT
Nadat ik in Maart '41 mijn dienstherinneringen heb opgeschreven, wil ik dat nu overdoen en weer mijn oorlogsherinneringen opschrijven. Dit schrijven is in hoofdzaak voor mijzelf bedoeld om een schriftelijke herinnering te bezitten. Daarom schrijf ik dan alles ook volledig op. Het schrijven is in het bijzonder gewijd aan datgene, wat ik in de oorlogsdagen heb meegemaakt als krijgsgevangene. Ik hoop dat mijn voornemen aan het doel zal voldoen.

Bé.      


December 1941.

Hoofdstuk 1 : MIJN DIENSTTIJD.
Voor ik met het schrijven over de oorlogsgebeurtenissen ga beginnen, wil ik eerst het een en ander over mijn diensttijd vertellen.
Ik ben van lichting '39 en in Maart '38 werd ik voor de militaire dienst goedgekeurd. In september '38 kreeg ik bericht, dat ik ingedeeld zou worden bij het 5e regiment Veld-artillerie, beredenen. De datum van opkomst was tussen 2 - 10 Oktober 1939, dus dat duurde nog ruim een jaar. Het scheen mij toe dat het nooit Oktober '39 wou worden. Doch het kwam toch zover, maar er kwam nog meer! De mobilisatie van de Koninklijke Nederlandse Landmacht! Begin September '39 werd die in ons land afgekondigd in verband met het uitbreken van de oorlog: Engeland met Frankrijk tegen Duitsland.

De mobilisatie had tengevolge, dat de datum van opkomst tussen 2 - 10 Oktober niet doorging, maar werd vastgesteld op maandag 18 December, precies een week voor Kerstmis.
Nu moesten wij niet naar Amersfoort komen, waar normaal het 5e Reg. Veld-Art. in de Prins Willem 3 kazerne was gevestigd, maar in Leiden waar een Depot van genoemd Regiment was gevestigd.
Eindelijk werd het 18 December en ging ik in militaire dienst. Met nog drie Zwollenaren n.l. Jan van Nieuwenhuizen, Bas Gerrits en Sleuring reisde ik naar Leiden. Wij waren bij hetzelfde Reg. ingedeeld, doch kwamen in verschillende Batterijen: Jan van N. en Sleuring in de 4e Batterij en Bas G. en ik in de 1e Batterij. 

Mijn indeling werd; 1e Depot Batterij, 5e Depot Afdeling, 4e Depot Bereden Art.
De 4 Batterijen werden in verschillende gebouwen ondergebracht: De eerste in de Wittepoort Kazerne, de 2e in de Oude Doelen Kazerne, de 3e in de nieuwe Doelen Kazerne en de 4e in het Nutsgebouw.

Ik kwam dus in de Wittepoort Kazerne, deze is gelegen aan het Noordeinde. Het was een oud gebouw, in de vorige oorlog werd het reeds afgekeurd. Omdat het door onze Batterij weer werd bevolkt is het een en ander vertimmerd, maar daar heeft nog wel wat aan gehaperd want wanneer de gaskamer gebruikt werd voor het oefenen met gasmaskers, dan stonk de gehele kazerne naar de gaspatronen. Een peukje sigaret, dat nog brandend door de zolder was gevallen, zou de rustkamer in de as gelegd hebben, wanneer het brandje niet tijdig ontdekt was.

De stallen en de maneges waren bij de Doelen Kazerne, waar ook het grote Cour was, waar het middagappél afgenomen werd van de 4 Batterijen. De stallen waren oud en niet erg praktisch. In elke stal stonden 50 tot 70 paarden. Het wemelde er van muizen. Op stalwacht werden we 's nachts wel eens gewekt, doordat de diertjes gewoon over je heen liepen.

De grote en kleine manege plus de buitenmanege waren veel in gebruik, daarom werd ook wel gebruik gemaakt van de Universiteitsmanege. Het paardrijden leren was voor ons het prettigste gedeelte van de opleiding waar wij, beredenen, dan ook erg trots op waren. Maar het was ook de pijnlijkste bezigheid, denkende aan de harde bokzadels zonder beugels en het zitvlak.
Het grootste gedeelte van de paarden, die we hadden, waren in het begin van de mobilisatie opgevorderd en daarom voor de militaire dienst nog niet volkomen afgericht, wat ons wel eens moeilijkheden bezorgde. Nu ik wat van de kazernes, stallen enz. heb verteld, wil ik het nu over de dienst hebben.

's Maandags kwam ik in dienst, 's Woensdags werd ik gekeurd en Donderdags kreeg ik het militaire uniform reeds aan behalve de sporen. Omdat er geen spoorriempjes waren, kregen  we de sporen nog niet. Dat was voor ons, beredenen, een tegenvaller, want wat was een uniform zonder sporen! Daarbij kwam nog, dat de beredenen met de Kerstdagen voor het eerst met verlof gingen! Wij hebben de fourier, wachtmeester Knuppel, een Zwollenaar, op ons aandringen er toe gekregen, dat hij ons Zaterdags de sporen toch gaf, zodat wij er zelf de riempjes bij moesten kopen. De lederwarenwinkels hadden hun spoorriempjes dan ook spoedig uitverkocht. Enkele weken later kregen wij van de fourier de riempjes, die waren heel wat degelijker dan die wij hadden gekocht. Thuis hebben ze vreemd opgekeken toen ik onverwachts voor de Kerstdagen als militair aan kwam zeilen met drie dagen verlof. Dat kwam mij ook wel toe want ik was "al" 6 dagen in dienst!! 

Kapitein van Hemert, de commandant van onze Batterij, was voor ons een goed en redelijk officier. Anderen officieren waren de luitenant-kolonel Trapman, de Majoor Welle, deze was afdelingscommandant. In onze batterij waren slechts twee beroepswachtmeesters nl..  wachtmeester Baas en wachtmeester Lasseur. De andere wachtmeesters waren allen reservisten. Zij waren van oudere lichting, waardoor zij voor een moeilijke taak stonden om ons te rekruten op te leiden, terwijl zij zelf weer veel moesten leren.

Onze opleiding liet dan ook wel wat te wensen over. Het zou beter geweest zijn, als alles meer actief was. In die 5 maanden dat ik gediend heb ( van 18 Dec.-10 Mei) hebben we niet veel bijzonders geleerd. Van de kanonnen wisten de beredenen bijna niets,  evenmin van de granaten en andere oorlogswerktuigen. Er werd veel exercitie te voet gegeven en theorie over verschillende aangelegenheden als schildwacht, stalwacht, kamerwacht, rangen van officieren,  enz., enz.
Elke dag moesten de paarden 2 keer een uur gepoetst worden. Dat was een goede en nuttige bezigheid, maar overigens erg vervelend en eentonig. Met al die verschillende vakken werden de dagen toch gauw gevuld en werd dan eens afgewisseld met de een of andere wacht. Eenmaal in de veertien dagen gingen we naar de duinen bij Katwijk, waar we op de schietbanen  oefening kregen in het schieten met de karabijnen. Van Leiden naar Katwijk was 9 Km., die mars viel eerst wat zwaar, maar later ging het beter.

Bij goed weer was het heerlijk in de duinen. eens heb ik er een hele dag genoten toen ik baancorveeër was. 's Morgens moesten we de banen gereed maken en na afloop der oefening alles weer opruimen. In leiden woont een nicht van mij, Riek Dijk. Zij is gehuwd met Teun van de Stoel en ze hebben een melkzaak bij het militaire oefenveld ( het Costaterrein). Ik kende hen niet, doch door toeval ben ik met hen in kennis gekomen. Daarna kwam ik er dikwijls en heb het er altijd gezellig en goed gehad. In het kader van O. en O. werden wij dikwijls onthaald op ontspanningsavonden in de Stadsgehoorzaal. Dat waren altijd prettige avonden. Eens hebben wij het toneelstuk "Artiesten Ingang" bijgewoond in de schouwburg. Het werd door vrouwelijke studenten opgevoerd. In het bekende oude Universiteitsgebouw aan het Rapenburg zijn wij geweest, waar een professor een lezing hield voor militairen. Het hospitaal was in het zendingsgebouw te Oegstgeest, daar ben ik ingeënt tegen thijpus.

De universiteitsstad leerde ik kennen als een stad met vele bruggetjes, nauwe straten, grote winkels en bellende trams. Het gerestaureerde stadhuis, dat in 1929 uitgebrand was, is nu een prachtig gebouw geworden. Langs de Witte Poort Kazerne is de Webbesteeg, waar Rembrandt op 6 Mei 1606 geboren werd. 

Op 2 mei 1940 heeft ons Depot deelgenomen aan de jaarlijkse N.J.V. marsen, die op elke Hemelvaartsdag in Den Haag gehouden werd. Onze groep bestond uit 40 deelnemers, waarbij ik ook was. Wij waren onder leiding van Kapitein Driebeek, commandant  van de derde Batterij en Luitenant Struis, en adjudant van Majoor Welle. De mars begon en eindigde op het terrein van het Kurhaus te Scheveningen. Generaal Winkelman was de gehele dag aanwezig en reikte na afloop persoonlijk de prijzen uit. Ook andere militairen en burgerlijke autoriteiten hebben van hun belangstelling blijk gegeven. Er werd door 65 militaire groepen deelgenomen aan deze mars, vrijwel alle wapens waren vertegenwoordigd. Dat gaf een interessant karakter aan deze dag. Onze groep heeft de 30 km. met de helm op en de karabijn aan de schouder zonder uitvallers volbracht. Dat was voor ons recruten een hele prestatie. Wij werden dan ook beloond met een eervolle vermelding, welke nog andere 12 groepen ten deel viel. De Kon. Mil. Academie werd door hun onberispelijke houding met de hoofdprijs beloond. Het was een verassing dat de Koningin onder Wassenaar de marcherende groepen gade sloeg. Dat werd de laatste keer, dat ik H.M. voor de oorlog zag.

Wij hadden niet kunnen vermoeden, dat slechts 11 dagen na dit festijn de Koninklijke Familie en de regering naar Engeland moesten wijken. Op 9 Mei kregen wij theorie over granaten. Deze zijn van de zeven Veld 30 cm lang en 7 cm in doorsnede. In het stalen omhulsel zit de springstof, trotyl genoemd. De spitsen doppen konden afgeschroefd worden, zij droegen de naam buizen. Deze buizen zijn in verschillende soorten en regelen het ontploffen van het trotyl door hun ontsteking. Tijdens de theorie kon ik niet vermoeden, dat ik de volgende dag reeds kennis zou maken met deze projectielen...