![]() |
Vliegveld Valkenburg |
Mei 1940 |
| Home | Vóór de Oorlog | Bevelvoering | 4e Regiment Infanterie | Mei 1940 | Verliezen | Documenten | Verdere informatie |
|
Als krijgsgevangene in en om Valkenburg. Oorlogsherinnering van Berend Borst. BRON: © OSV-4R.I. Hoofdstuk 5 |
Jong gestorven Vroeg bij God. Als krijgsgevangene in en om Valkenburg. Ter herinnering aan Jan Varkevisser Jz. |
|
Op en om het vliegveld Na enige tijd doorgelopen te hebben zagen we het vliegveld, dat bij Valkenburg ligt. Naar ik later vernam was het vliegveld nog lang niet klaar. Het werd geregeld bespoten om de grond steviger te maken. Startbanen waren er nog niet aangelegd, wel stonden er hangars. Het bleek al spoedig, dat wij naar dat vliegveld gebracht werden. Nu kwam ik voor het eerst op een vliegveld. Dikwijls had ik er naar verlangd om op een vliegveld te zijn en daar vliegtuigen van nabij te zien opstijgen en dalen. Mijn wens kwam nu in vervulling, maar dat op deze manier zou gebeuren, had ik nooit kunnen denken, nog minder gehoopt! Vanuit de verte hadden we al gezien, dat er vliegmachines op het veld stonden. Toen we dichterbij kwamen heb ik ze geteld, het waren er 40 allemaal grote zware transporttoestellen. Het was duidelijk te zien, dat het terrein nog niet geschikt was om te landen. Alle vliegtuigen waren weggezakt, van sommige was het landingstoestel afgeknapt en lagen ze met de romp op de grond.
Op het vliegveld aangekomen werden we bij een groep Nederlandse militairen gevoegd. Deze waren ook allemaal gevangen genomen door de Duitsers, er waren er ongeveer 250. Het grootste gedeelte van hen was van de vliegveld bezetting, zij hadden een zware morgen achter de rug. De jongens van het vliegveld waren in hangars gelegerd. Bij het eerste ochtendgloren vlogen de eerste Duitse vliegmachines reeds boven Valkenburg en het vliegveld. In de hangars was men nog in rustte, toen de vliegtuigen 3 bommen afwierpen. Een voltreffer werd geplaatst op de laatste hangar en de andere bommen sloegen grote gaten in het vliegveld. Na deze aanval moest de vliegveld bezetting hals over de kop ten strijde, want al spoedig daalde de parachutisten die bijna allen levenloos beneden kwamen. Ook landen er reeds vliegtuigen. Uit de eerste machines kwam niemand levend uit, maar toen er steeds meer vliegtuigen daalden en de Duitse infanteristen op kwamen rukken moesten de Hollanders, die zich dapper geweerd hadden, zich overgeven. Deze strijd werd hun te machtig, aldus werd ons verteld. Wij lagen nog niet lang op het vliegveld toen er in de omgeving hevig geschoten werd. Wij gingen plat op de grond liggen, want de kogels vlogen ons over het hoofd. Daar lagen wij in afwachting, van de dingen die komen zouden. Een Duitse soldaat kwam met een draagbaar naar ons toe. Hij moest vier jongens hebben om een gewonde te halen. Twee infanteristen, waarvan er 1 korporaal was, Huub Heestermans en ik moesten de Duitser volgen. Wij kregen de brancard te dragen en zo gingen we het vliegveld op, nagekeken door anderen. Het werd een angstige tocht. Nog steeds werd er om het vliegveld geschoten en het fluiten der kogels was ons nog een vreemd gehoor, dikwijls vlogen ze vlak langs ons heen. Wij liepen in gebukte houding en herhaaldelijk lieten wij ons languit vallen. Eindelijk kwamen we achter op het vliegveld. Daar lag een gewonde Duitser. Hij was ernstig onder in de buik getroffen. Door de weggescheurde kleren konden we de grote wond zien, het was een vreselijk aanblik. De Duitser, die ons begeleide had, beduide ons dat we de gewonde naar de hangars moesten brengen. Hijzelf ging naar een andere gewonde toe, die nog enigszins lopen kon. Wij gingen nu terug met de gewonde. Het was een zware vracht, daarom namen we de draagbaar op de schouders. Dat was gevaarlijk, want bukken konden we niet meer voor de rond vliegende kogels. Tussen de vliegtuigen, die daar als vreemde onheilspellende monsters stonden, hadden we al een kleine afstand van de terugweg afgelegd, toen we verrast werden door een vreemd gegier, dat steeds sterker werd en eindigde in een harde knal. Het was een granaat, die op de Duitsers afgevuurd werden. Het is niet bij deze eerste gebleven. Het vliegveld werd onder vuur genomen door de artillerie. Naar het geluid te oordelen, dat ons van voren tegemoet kwam, kwam het artillerievuur vanaf Katwijk aan Zee. Steeds meer granaten kwamen aangieren, overal op het vliegveld ontplofte de projectielen. Dat werd er voor ons niet beter op. Wij bevonden ons te midden van deze uitbarstingen. de krijgsgevangenen en Duitsers vluchten zo gauw ze konden van het vliegveld af. Door de gewonde konen wij niet zo vlug opschieten. Zo snel het ging liepen we naar de hangars. De gewonde beduide ons, dat wij het vliegveld met hem moesten verlaten. Dat durfden we niet, want het was ons opgedragen naar de hangars te gaan. Daar kwamen wij eindelijk aan. In een der hangars was nog een Nederlandse militaire dokter met enige Rode Kruissoldaten. Wij hadden de hangars juist bereikt, toen een granaat in de nabijheid daarvan ontplofte. Nu werd het ons te machtig. We hebben de gewonde neergezet en zijn de anderen nagevlucht. De oorlog was als een woedende orkaan op het vliegveld langs gekomen. Het scherpe gefluit van de kogels werkte vreselijk op de zenuwen. Plotseling hoor je het fluiten en meteen is het weer
voorbij tijd om dekking te zoeken is er niet. Dat zou toch niet veel
baten, want het is onmogelijk te bepalen vanwaar de kogels komen.
Herhaaldelijk hadden wij de gruwelijke gedachte, dat het gefluit van een
kogel in het lichaam gesmoord kon worden, dan was je getroffen, en dan.... Om een ver vliegende granaat bekommerde wij ons niet, wij
moesten weg van deze granatenhel. Wij waren ongeveer half weg de hangars
en de uitgang van het vliegveld, toen een granaat gevaarlijk op ons af
kwam. Gelijkertijd lagen we al languit op de grond. Wij waren met ons
vieren steeds bij elkaar gebleven, dus lagen we nu dicht bijeen. In
angstige spanning wachten we af, waar het projectiel zou ontploffen.
Steeds nader kwam het, steeds sterker werd het geluid. Als een huilend
monster kwam het op ons af, onzichtbaar. Wij wachten. Wat zou het einde
zijn? Dit ontzettende drama sloeg ik een moment gade, alles was in een minimum van tijd gebeurd, doch nimmer zal ik dat vergeten. Het was mij als een angstige droom, ik was mijzelf niet meer meester. Geheel ontdaan vluchtte ik van het vliegveld, de anderen aan hun lot overlatend. Wat kon ik voor hen doen? Tegenover zulke gebeurtenissen stond ik machteloos. Het drong nog niet tot me door, dat daar naast mij 2 jonge kerels van hun leven waren beroofd en een ander daar alleen lag, terwijl hij verging van de hevigste pijnen, misschien worstelend met de dood. Weg, weg moest ik, weg van de om zich heen grijpende dood.
Het is een waarachtig wonder, dat ik de enige was, die ongedeerd bij de de
barstende granaat wegkwam. Wij verlieten de boerderij. Later is deze door granaten
zwaar getroffen. Om het vliegveld zijn veel weilanden, behalve aan de
zeekant, waar de duinen zich uitstrekken. Wij gingen door die weilanden,
waarvan er veel met laag gras begroeid waren voor de hooibouw. Eerst
liepen we met vijven geheel zonder toezicht van de Duitsers. Deze vrijheid
was erg welkom. Wij hadden al het plan om zo mogelijk te ontvluchten.
Daarom gingen we in de richting van Leiden, daar verwachten we niet de
minste Duitsers. Maar wij hadden geen geluk, want al spoedig kwam er een
brede sloot. Hier moesten we ons sluipen opgeven, we konden al heel slecht
door de sloot kruipen. Wij konden wel over een dam gaan, die een eind
verder was, maar daar waren de Duitsers zo gevaarlijk dichtbij. Daarom
zijn we maar opgestaan. Nu zagen wij, dat niet zo ver van ons af Duitse
soldaten waren, die Nederlandse soldaten aanspoorden om een gat te graven,
waarschijnlijk om een mitrailleur in op te stellen, want zij hadden zo'n
apparaat bij zich.
Dit geweldige oorlogstoneel maakte een onvergetelijke
indruk op ons. Het overkomt niet iedereen om een aantal Duitse vliegtuigen
in vlammen zien opgaan! Nadat de vliegmachines uitgebrand waren, gingen we
maar in richting Valkenburg, want het was ons duidelijk, dat van
ontvluchten geen sprake was. We werden al spoedig door een Duitser
opgepikt, die ons nog met enkele gevangenen naar Valkenburg bracht. Daar
kwamen wij in een garage. Hier troffen we nog meer krijgsgevangenen aan,
maar niet van een van mijn vrienden. Ik informeerde, waar de rest van de
gevangen konden zijn, maar niemand wist iets van hen af, ook anderen
zochten hun vrienden. Er waren ook veel Valkenburgers in de garage. We werden bij de Herv. Kerk gebracht, die midden in het dorp stond. Daar waren ook de andere krijgsgevangenen. Zij lagen op het grasveldje om de muziektent heerlijk in het zonnetje.
Bij onze aankomst
werden we hartelijk toegejuicht. Ik zag mijn vrienden en ik werd spoedig
door hen gezien en ze riepen en juichten me toe. Zij hadden mij gemist en
waren blij, dat ik weer heelhuids terug was, ik zelf was niet minder
verheugd. Nadat wij onze messen hadden afgegeven, konden wij ook bij de
anderen gaan zitten. Nu moest ik aan mijn vrienden gaan vertellen, waar ik
gebleven was, nadat ik op het vliegveld die gewonde gehaald had. Zij
vroegen mij waar Huub Heestermans was. Hierop moest ik hun het treurige
feit vertellen, dat hij gesneuveld was. << 4e Hoofdstuk | 6e Hoofdstuk >> |